maandag 13 mei 2019

Beatrix II

Landgenoten,

Het komt niet vaak voor, dat iemand van het Koninklijke Huis uit de kast komt. Datzelfde geldt voor een flink aantal titels uit de collectie van onze Koninklijke Bibliotheek. Vandaar dat wij, Beatrix II van het Koninkrijk der Nederlanden, de inspanningen van mijn bijna naamgenoot Bea ten zeerste kunnen waarderen om de zogeheten winkeldochters via interbibliothecair leenverkeer toch uitgeleend te krijgen.
Zij treedt hiermee in de voetsporen van de oprichters van de eind jaren ‘50 in het leven geroepen voorlopers van de Openbare Bibliotheek Katwijk.
Welnu, het bibliotheekwezen was destijds letterlijk en figuurlijk veel meer handwerk en het interbibliothecair leenverkeer werd keurig in een boek geboekstaafd, zodat een halve eeuw na datum nog steeds te lezen is, welke boeken uit de Koninklijke Bibliotheek hun weg naar Katwijk vonden.
Middels deze administratie kunnen we voorkomen, dat Bea straks in het beruchte zwarte gat valt na ruim 25 jaar werkzaam geweest te zijn in de Katwijkse Bibliotheek.
Nu we het toch over deze bibliotheek hebben: tot mijn leedwezen heb ik moeten constateren, dat in dit gebouw een genderneutraal toilet ontbreekt. Zou de directeur van deze stichting er op toe willen zien, dat deze omissie met de grootst mogelijke spoed wordt verholpen?
Maar dit terzijde. Beatrix II verscheen hier niet voor genderneutraal toiletbezoek. Dat kunt u wel aan uw water voelen. Zoals Bea ook wel eens wat aan het water voelde. Daarmee was zij een voorloper van het heden ten dage zo succesvolle lange afstandszwemmen in open water, waarmee ons Koninkrijk der Nederlanden tijdens de Olympische Spelen al diverse gouden medailles in de wacht heeft gesleept. En dit alles dankzij een moedige duik in het Uitwateringskanaal, gevolgd door een bovenmenselijke zwemtocht. Hulde hiervoor.

Welnu, het heeft Hare Majesteit behaagd om Bea Meijvogel-Oldenhof, vanwege haar verdiensten voor zowel het Nederlandse bibliotheekwezen als voor die van de zwemsport in het algemeen als het zwemmen in buitenwater in het bijzonder, te benoemen tot Ridder in de Orde van het Koninklijke Bibliotheekwezen.
Hierbij willen wij, Beatrix II van het Koninkrijk der Nederlanden, de versierselen, behorende bij de benoeming, aan deze onderdaan overhandigen.
Landgenoten, het was een genoegen om in uw bibliotheek ontvangen te worden, maar bij een volgend bezoek stellen wij, Beatrix II van het Koninkrijk der Nederlanden, het ten zeerste op prijs om met het “Wilhelmus” ontvangen te worden.

Waarvan acte,
Beatrix II, Koningin der Nederlanden

maandag 4 februari 2019

8070 dagen

Hoe je het ook wendt of keert, de Elfstedentocht blijft een intrigerend fenomeen. Het hoeft maar eventjes te vriezen, of het speculeren kan weer beginnen: komt hij wel of komt hij niet?


Vrijdag 8 februari is het 8070 dagen geleden, dat de laatste officiële Elfstedentocht op 4 januari 1997 is georganiseerd. De langste periode zonder Elfstedentocht.

De vorige langste periode was van 18 januari 1963, toen de meest barre Tocht der Tochten ooit is verreden, tot 21 februari 1985.


De ondertitel is "Wachten op de Elfstedentocht". Het is wachten op het masochistische af.

Geduld kan de Elfstedenschaatser dus niet ontzegd worden.

Wat dat aangaat ben ik heel blij, dat ik met een groep schaatsvrienden op 11 februari 2012 de kans gegrepen heb om op eigen houtje de Elfstedentocht te schaatsen.

Ik weet nog goed, dat we het toen onder het schaatsen hadden over de vraag: "Zou de echte Elfstedentocht vandaag gereden kunnen worden?"
Ons eensluidende antwoord was: "Nee!"
Of het alle schaatsers de hele dag zou kunnen dragen was allerminst zeker, maar het grootste risico zagen wij in het publiek. Hoe hou je een miljoen toeschouwers van het ijs?
Bij de finish van de Elfstedentocht van 1963 kwamen er zoveel mensen op de Groote Wielen, dat het ijs scheurde onder deze massa. En het ijs was toen heus wel dik te noemen. Het had op een ramp uit kunnen lopen.

Maar dat het te verwachten grote aantal toeschouwers de rayonhoofden kopzorgen bezorgen, moge duidelijk zijn. Marijn de Vries, die op maandag een sportcolumn in Trouw schrijft, die ik iedere week met veel plezier lees, wijdde er op 21 januari haar bijdrage aan.

De kop was helder: "Waarom er nooit meer een Elfstedentocht komt". Dat de mensenmassa in de beraadslagingen van het Elfstedenbestuur zeker een grote rol in de besluitvorming geeft, dat staat voor mij buiten kijf. Naast het gebrek aan voldoende lange vorstperiodes in de afgelopen 22 jaar is de te verwachten invasie van toeschouwers niet bepaald bevorderlijk voor "It giet oan!"

Zelf denk ik, dat de Tocht der Tochten heus nog wel komt. Alleen moet alles een keer goed vallen en dat wordt met het opwarmende klimaat steeds lastiger.
Maar met wat historisch besef wordt je toch wat minder pessimistisch. In de periode voor 1985 verschenen dit soort verhalen ook.

En toen kwamen er 2 op een rij!
De meest bekende zinsnede uit het werk van de dichter J.W.F. Werumeus Buning luidt: "En de boer hij ploegde voort."

Voor een Elfstedenrijder geldt hetzelfde: "En de schaatser hij trainde voort."

zondag 3 februari 2019

Keessie


"Ard en Keessie" hebben in de jaren '60 Nederland voorgoed op de kaart gezet als toonaangevende schaatsnatie. Eind vorig jaar verscheen een biografie over Kees Verkerk. Jeroen Haarsma beschreef in "Keessie" niet alleen de sportcarriere van deze schaatser, die als eerste Nederlander op de langebaan een medaille op de Olympische Winterspelen won, maar hij gaf tegelijkertijd een goede beschrijving van dat tijdsgewricht.

Kees Verkek was mentaal ijzersterk. Psychologische oorlogsvoering was hem op het lijf geschreven.
Met de simpele vraag "Wie wordt er tweede vandaag?" aan de ontbijttafel nam hij al een mentale voorsprong op zijn tegenstanders. Wie houdt van dit soort psychologische hoogstandjes kan met "Keessie" zijn hart ophalen.
Maar het was niet alleen mentale training. Ook fysieke training stond bij hem hoog aangeschreven.
"Hij helpt zandschepen bij het lossen. Zwaar werk, maar dat wil Kees graag. Hij ziet op jonge leeftijd al in, dat je overal een training van kunt maken. Zo krijgt de gespierde torso van Kees in zijn tienerjaren al vorm."

En zo zorgde deze kleine man uit Puttershoek samen met de lange Ard Schenk jarenlang voor veel vreugde in de Nederlandse huiskamers.
"Keessie" van Jeroen Haarsma brengt deze tijd weer tot leven. Ik kan dit boek aan iedere schaatsliefhebber van harte aanbevelen.

Een Friese stempelaar

Wie denkt, dat we het bij het schaatsen met de "Krasse knarren" in de Leidse IJshal alleen over sport hebben, vergist zich deerlijk. Met Jan en Henk Versteegen en Wim van Huis van "The Shoes" in de gelederen, komt muziek regelmatig ter sprake.

Afgelopen donderdag had ik het met Henk Distelvelt en Arthur van Winsen over literatuur en dan met name over de dichtkunst. Aanleiding was het gedicht "De tuinman en de dood" van P.N. van Eyk.

Een Perzisch edelman:

Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!

Ginder in de rooshof, snoeide ik loot na loot
Toen keek ik achter mij, Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan."

Vanmiddag, lang reeds was hij heengespoed,
heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom", zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht bedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrrast,

toen ik 's morgens hier nog stil aan het werk zag staan
die ik 's avonds halen moest in Ispahaan."

P.N. van Eyk


Maar zoals je een enkele keer in de muziek hebt, dat een cover beter is dan het origineel, vroeg Arthur of we het gedicht "Een Friese stempelaar" kenden?
Nee dus. Wat een prachtig gedicht! Iedere schaatser hoort dit te kennen. Daar werk ik graag aan mee.

Een Friese stempelaar

Vanmorgen ijlt een rijder, wit van schrik,
Mijn hokje in: "Mijnheer, één ogenblik!

Ginds op de trekvaart gleed ik nog zo mooi.
Toen keek ik onder mij: daar was de Dooi.

Ik schrok en haastte mij naar de andere kant,
Daar kluunde ik een tijdje door het zand.

Geef mij uw stempel, een stuk touw en ook een priem,
Voor de avond nog bereik ik Bartlehiem!" -

Vanmiddag (lang reeds was hij heen gespoed)
Heb ik in 't stempelhok de Dooi ontmoet.

"Waarom", zo vraag ik, wijl het water stijgt,
"Hebt gij vanmorgen reeds de tocht bedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen bedreiging was 't,
Waarvoor uw rijder vlood. Ik was verrast,

Toen ik vanmorgen in uw hokje heb gezien
Die ik des avonds halen moest in Bartlehiem!"

P. de Weerd

maandag 28 januari 2019

50% ziek

Gaandeweg het weekeinde kreeg ik meer last van verkoudheid. Ik hield het op de been, maar gisteren kreeg ik mezelf niet warmgestookt. Een veeg teken.
Vanmorgen voelde ik me gammel, maar ik had geen koorts. Het is, dat we een ondernemingsraadsvergadering hadden afgesproken, anders had ik me ziekgemeld.

Tegen een harde noordwestenwind in fietste ik naar mijn werk. Daar aangekomen hoorde ik, dat de vergadering niet doorging, daar de directeur last had van Kuipkoorts.

Ik snap daar niets van. Zo gek is het toch niet, dat transportbedrijf Breed een klus uitvoert bij "De Kuip"?

In navolging van mijn broer reed ik een rondje langs de filialen met de biebauto om kratten met boeken te wisselen. Daarna ging ik naar huis. Opa Breed was aan een middagdutje toe. Dat deed ik, nadat ik me voor 50% ziek had gemeld.

Wie altijd al dacht, dat ik half werk leverde....
Het bewijs, dat ik echt 50% ziek ben, wordt morgen geleverd. Ik ga morgenochtend niet schaatsen met de "Krasse knarren" in de Leidse IJshal. Me dunkt dat dit voldoende zegt.

zondag 13 januari 2019

Mag ik even iets tegen je aanhouden?

Japke-d. Bouma schrijft wekelijks columns in nrc.next en het NRC Handelsblad. Een verzameling van deze columns is te vinden in "Mag ik even iets tegen je aanhouden?"

Ze heeft een vlotte pen. Dat is zeker. Ook gevoel voor humor kan haar niet ontzegd worden. Een schoolvoorbeeld is te vinden in het hoofdstuk "Winterporno" over de winterclichés. Zodra het gaat vriezen, komen er termen als "ruige rijp" en "uitsneeuwende mist".
Ik citeer: "En dan is er natuurlijk nog de ultieme ontlading van al die winterporno: het collectieve orgasme waar heel Nederland zo naar verlangt, de Elfstedentocht. En het is al meer dan twintig jaar geleden of zo hé, dat de laatste was. Je leert op liefdescursussen altijd dat je het orgasme zo lang mogelijk moet uitstellen. Nou, dat zit bij die Elfstedentocht wel snor."

Nog een paar hoofdstukken over sport maken het lezen van dit boek aanbevelenswaardig: "Als Nederlanders over schaatsen praten, berg je dan maar" en "Dit zijn de 12 ergste sportclichés".
Een prachtige uitsmijter is te lezen in "Wie wordt de nieuwe bondscoach?": "Ik vind de suggestie van Henk Krol de beste. Die zei ooit tegen GeenStijl dat Rinus Michels het moet worden. Michels heeft de ballen, de mannen kijken tegen hem op en hij is een rechtvaardige people's manager. Het enige nadeel is dat hij al in 2005 is overleden."


dinsdag 27 november 2018

Doemnevel

Vannacht droomde ik van de doemnevel. Associaties kwamen bij me op over een moeras, waar de mistflarden de tocht door het drassige gebied tot een hachelijke zaak maken. Het woord "doemnevel" leek regelrecht uit de boeken van Marten Toonder te komen. Wat een geweldige woordenschat had deze stripschrijver!

Met zijn archaïsche taalgebuik verrijkte hij onze taal met woorden als minkukel.

Zwaar beladen reed ik vanmorgen naar Vondellaan toe, waar in de Leidse IJshal met een peloton van 25 "Krasse knarren" flink gezwoegd moest gaan worden.

Als je vaak 25 kilometer traint, is dat niet zo'n probleem, maar als het tempo af en toe opgeschroefd wordt naar 28 kilometer per uur, dan moeten alle zeilen worden bijgezet.

Dat bijzetten van alle zeilen gebeurde ook door Jos Arts en Willem van Vliet, die met tomeloze inzet ijverden voor de komst van een 333-meterbaan. Als het niet lukt, valt hen niets te verwijten. Het lag meer aan wat bovenbazen her en der in de regio.

De 333-meterbaan lijkt wel omgeven door een doemnevel.

Het landschap in de Bommelverhalen is duidelijk geïnspireerd door Ierland, het land, waar Marten Toonder een flink deel van zijn leven heeft gewoond en waar hij ook is begraven.

Wie zelf wel eens in Ierland is geweest, zal zich niet verbazen over het landschap in de boeken van Olivier B. Bommel en Tom Poes.

In Ierland zijn veel verhalen over kabouters en elfen.


Wie wel eens rondgezworven heeft op het Groene eiland kan zich voorstellen, dat deze en andere sprookjesfiguren in dit mysterieuze landschap zouden kunnen bestaan.