dinsdag 27 november 2018

Doemnevel

Vannacht droomde ik van de doemnevel. Associaties kwamen bij me op over een moeras, waar de mistflarden de tocht door het drassige gebied tot een hachelijke zaak maken. Het woord "doemnevel" leek regelrecht uit de boeken van Marten Toonder te komen. Wat een geweldige woordenschat had deze stripschrijver!

Met zijn archaïsche taalgebuik verrijkte hij onze taal met woorden als minkukel.

Zwaar beladen reed ik vanmorgen naar Vondellaan toe, waar in de Leidse IJshal met een peloton van 25 "Krasse knarren" flink gezwoegd moest gaan worden.

Als je vaak 25 kilometer traint, is dat niet zo'n probleem, maar als het tempo af en toe opgeschroefd wordt naar 28 kilometer per uur, dan moeten alle zeilen worden bijgezet.

Dat bijzetten van alle zeilen gebeurde ook door Jos Arts en Willem van Vliet, die met tomeloze inzet ijverden voor de komst van een 333-meterbaan. Als het niet lukt, valt hen niets te verwijten. Het lag meer aan wat bovenbazen her en der in de regio.

De 333-meterbaan lijkt wel omgeven door een doemnevel.

Het landschap in de Bommelverhalen is duidelijk geïnspireerd door Ierland, het land, waar Marten Toonder een flink deel van zijn leven heeft gewoond en waar hij ook is begraven.

Wie zelf wel eens in Ierland is geweest, zal zich niet verbazen over het landschap in de boeken van Olivier B. Bommel en Tom Poes.

In Ierland zijn veel verhalen over kabouters en elfen.


Wie wel eens rondgezworven heeft op het Groene eiland kan zich voorstellen, dat deze en andere sprookjesfiguren in dit mysterieuze landschap zouden kunnen bestaan.

donderdag 8 november 2018

Op de step


Vier jubilarissen, die werken bij de bieb,
werken bij de bieb,
vier jubilarissen, die zijn niet meer zo piep
op een mooie vrolijke dag in november.

Beste jubilarissen, gezamenlijk werken jullie 130 jaar bij de Katwijkse bibliotheek. Een flinke tijd. Hulde daarvoor. Laat ik beginnen bij de zilveren jubilarissen. Zij komen immers pas net kijken.
De Benjamin hiervan kwam middels de gemeentelijke herindeling in Katwijk terecht. Zeker in het begin was ze met geen stok uit Rijnsburg te slaan, maar ja, zij kreeg dan ook hulp van onze beste vrijwilliger: “Ja dat is Peter, ja dat is Peter!”

Later wist ze de weg naar zee echter goed te vinden. En dat was te verwachten, want naar welke andere bibliothecaresse zijn in het hele land straatnamen vernoemd?
Ik ken er geen. Maar heel veel steden en dorpen kennen wel de Heemskerkstraat. Doe haar dat maar eens na.
Het is alleen vreemd, dat de Heemskerkstraat steevast in de Zeeheldenbuurt te vinden is. Zoveel moed is toch niet nodig om naar de zee af te reizen?

Nu we het daar toch over hebben: heden ten dage zijn er heel wat mensen, die naar warme oorden trekken om in warme wateren te gaan zwemmen met dolfijnen. Dat heeft onze volgende zilveren jubilaris helemaal niet nodig. Waarom zou je een eind gaan reizen, als je hier met je eigen hond in het Uitwateringskanaal kunt gaan zwemmen? Ondertussen maak je ook nog reclame voor de cd-collectie van de bibliotheek, door luidkeels het Beatles-nummer “Help” ten gehore te brengen.

“Help me if you can, I’m feeling down,
and I do appricate you being ‘round,
help me get my feet back on the ground,
Won’t you please, please help me?”
Met de hond aan de lijn gebeurde dat groots en meeslepend.
Dan zijn nu de echte veteranen aan de beurt. Allereerst wil ik beginnen met degene, met wie ik de voorliefde voor schaatsen op natuurijs deel. Cora van de catalogus werkt al 40 jaar bij de bibliotheek en eenieder kent haar als nauwkeurig en nauwgezet. Nou klopt dat grotendeels wel, maar onlangs kwam ik er achter, dat ze een bepaald exemplaar al zeer lang in bezit heeft. De titel hiervan is “De levensroman van Johannes Zuijderduijn”.

De termijn hiervan is al ruim een kwart eeuw overschreden. En dat is jammer, want zo kunnen andere klanten dit exemplaar nooit eens lenen.
Desondanks wil ik u een anekdote uit deze levensroman onthullen. Johannes Zuijderduijn had een jaar bij ons gewerkt, toen hij een rondje met de biebauto meereed en ons in Katwijk aan den Rijn mededeelde, dat hij alweer ging vertrekken.
Op de vraag, of hij niet met de vrouwen op de bieb overweg kon, kwam het verbluffende antwoord: “Het lag meer aan de mannen!”
Daar kon ik het mee doen.
Ja, Johannes weet, hoe hij vrienden moet maken….

En dan maakt Evelien het kwartet vol. Een kwartet pas ook wel bij haar. Ze zingt immers zeer graag en voor een vierstemmig lied draait ze haar hand niet om.
Nu denken jullie, dat jullie Evelien al lang kennen, maar ik ken haar nog langer. Ik zat namelijk op de Frederik Muller Akademie in Amsterdam 2 jaar bij haar in de klas. Toen heette ze anders: Evelien van de Linde. Van 1976 tot 1978 vertoefden wij in een grachtenpand aan de Keizersgracht, vlak bij de Westerkerk.
Nu heb ik de naam, dat ik een echte duursporter ben. Welnu, in die jaren werd ik door Evelien op flinke achterstand gezet. Waar de meeste thuiswonende studenten met trein of bus op en neer naar Mokum reisden, daar was Evelien uren onderweg met een alternatief vervoermiddel.

Maar ja, ze kwam dan ook uit Purmerend.



“Op de step, op de step, ik ben zo blij dat ik hem heb.
En nou eens even zien, waar rij ik nou naar toe?
Naar Purmerend misschien, ik weet alleen niet hoe.
Toen zag ik die pastoor, bent u misschien bekend?
Weet u misschien de weg naar Purmerend?”