Er verschijnen niet zo veel kinderboeken, die helemaal aan het schaatsen zijn gewijd. En al helemaal weinig boeken, die nog prachtig zijn geïllustreerd ook. "De jongen die met de dieren schaatste" van Edward van de Vendel & Beorn Nijenhuis met tekeningen van Sanne te Loo is zo'n uitzondering op de regel.
Kijk zelf maar, hoe mooi de tekeningen zijn.
Als bibliothecaris en schaatsliefhebber hoop ik natuurlijk, dat "De jongen die met de dieren schaatste" dit jaar de Gouden Griffel zal winnen, maar die kans schat ik niet zo hoog in.
Maar wie zwart ijs zo levensecht kan tekenen, die verdient zonder enig voorbehoud de Gouden Penseel.
Hoe dan ook, als u een toepasselijk cadeau zoekt voor een kind, dat op de basisschool zit, met "De jongen die met dieren schaatste" hebt u zonder enige twijfel een goede keuze gemaakt.
Bij het woord "deurschaatsen" denkt iedereen natuurlijk meteen aan Erik Hulzebosch.
Een logische gedachte. Tot vandaag dacht ik dat ook. Vanaf heden weet ik, dat er nog iets anders mee bedoeld kan worden.
Op de Hoofdbibliotheek werd de 43 jaar oude lift gekeurd, terwijl er tegelijkertijd een onderhoudsbeurt was. In mijn rol als preventiemedewerker maakte ik een praatje met de twee mannen over deze lift. Ik kreeg in het kort hun bevindingen met wat uitleg erbij, waarbij tot mijn stomme verbazing het woord "schaatsen" viel. Ik was op deze maandagmorgen meteen klaarwakker!
Er werd echter iets anders bedoeld dan bovenstaande schaatsen. Het bleek te gaan om deurschaatsen.
Een "schaats" zorgt voor de ontgrendeling van de deuren. Daarbij heb je korte schaatsen, lange schaatsen en zelfs dubbele schaatsen. Een heel andere vorm van schaatstechniek.
Een schaatser, die tot grote hoogte wil reiken, neemt dus gewoon de lift.
Gisterenavond fietste ik na de storm, die Nederland behoorlijk ontwrichtte, vanuit de bibliotheek in Valkenburg door naar "De Roskam". Daar was de boekpresentatie van "Voor spek en bonen" van Gerard van Beelen.
Met 45 schaatsers was het een gezellige avond bij de powerpointpresentatie, die voormalig voorzitter Gerard van Beelen en huidig voorzitter Dick van der Plas gaven over 125 jaar IJsclub "Voorwaarts".
De hele geschiedenis van de op vrijdag 13 januari 1893 opgerichte schaatsclub passeerde de revue en werd in zijn tijd geplaatst. Zo zorgden de slappe winters in de eerste helft van de jaren '70 er bijna voor, dat "Voorwaarts" opgeheven zou gaan worden. De komst van de Ton Menken IJsbaan aan de Vondellaan in Leiden bracht redding. Er kwam een ledengroei op gang en trainingsgroepen gingen in Leiden trainen.
Tijdens de pauze was er de gelegenheid om voor een gereduceerd tarief "Voor spek en bonen" te kopen. Zelf probeerde ik het met ruilhandel. Als schrijvers van schaatsboeken kwamen we een ruil van onze pennenvruchten overeen.
Na de pauze kwamen de afgelopen 30 jaar uitgebreid aan bod met de aanlag van de ijsbaan aan de Goerie als hoogtepunt en de uitbouw van schaatsclub naar een sportvereniging voor schaatsers, skeeleraars en wielrenners. Zo is men als club minder overgeleverd aan de cycli van 7 vette en 7 magere jaren.
De gezellige avond werd afgesloten bij "De Buuren", waar ik met een Brugse Zot bijpraatte met diverse Katwijkse schaatsers, waarmee ik heel wat rondjes heb gereden in de Leidse IJshal. Wat dat aangaat is schaatsen een zeer sociale sport. Schaatsers van diverse clubs vormen feitelijk één grote eeuwenoude club.
Van Wierd Wagenmaker had ik het boek "Uit Friesland's volksleven" te leen gekregen naar aanleiding van een stuk over Adam Hurdrider.
Zodoende kon ik me verdiepen in de volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen en volksbegrippen, zoals deze in de 19e eeuw verzameld werden door Waling Dykstra, zoals de gebroeders Grimm dit deden met de volkssprookjes in Duitsland.
Adam Hurdrider was in zijn tijd een legendarische schaatser. Zeg maar de Sven Kramer van de 19e eeuw. Waar hij ook verscheen, hij won bijna alles. Vooral bij de kortebaanwedstrijden, die in de ijswinters in vrijwel iedere stad of dorp werden georganiseerd, was hij onverslaanbaar. Zo verhaalt het boek van een wedstrijd in de stad Groningen. Adam Hurdrider had de uitdaging van een pottenbakkersknecht, de beste kortebaanschaatser in Groningen aangenomen. Hij schaatste vanuit Fryslân naar de hoofdstad van de naburige provincie en zonder rustpauze versloeg hij in een drietal races zijn concurrent. Bij de laatste keer had hij het keerpunt al bereikt en halverwege zijn terugweg was hij zijn tegenstander pas tegengekomen.
Nu moet men bij volksverhalen rekening houden met een zekere overdrijving om het verhaal smeuïger te maken. Maar dat men het in Fryslân nog steeds over Adam Hurdrider heeft zegt genoeg. Maar ja, niet iedere schaatser springt over een wak van 7 meter breed heen.....
In het boek staan trouwens een paar fraaie litho's, zoals deze schaatsers van J.J. Poutsma in het hoofdstuk "IJsvermaak". Het is inderdaad een vermakelijk stuk over de gebruiken tijdens natuurijsperiodes. In herbergen hing men de schaatsen soms aan spijkers. Als iemand je schaatsen eraf haalde, dan daagde hij je uit voor een schaatswedstrijd. De verliezer moest de drankrekening betalen....
Uiteraard bleef de Elfstedentocht, toen nog enkel op eigen initiatief, niet onvermeld.
In deze tijd van slappe en veel te warme winters is het onvoorstelbaar, dat op 10 oktober de vorst invalt en aanhoudt tot Lichtmis (2 februari).
Nu we het over geestelijk leven hebben: ook het spook van de Langesloot wordt in "Uit Friesland's volksleven" beschreven.
Als men het archaïsche taalgebruik voor lief neemt is het een heerlijk boek om te lezen. Maar ja, waar vind je heden ten dage nog termen als "het jongvolk" of "de brooddronkenste knapen"?
IJsclub Voorwaarts Katwijk bestaat in januari 2018 precies 125 jaar en is daarmee één van de oudste verenigingen van de gemeente. Ter gelegenheid daarvan is er nu een prachtig jubileumboek verschenen, geschreven door oud-voorzitter Gerard van Beelen, met veel mooie oude foto’s. In samenwerking met Bibliotheek Katwijk vindt de boekpresentatie én een interessante lezing/interview met beelden plaats op donderdag 18 januari om 20.00 uur in "De Roskam" in Katwijk aan den Rijn, dé plek waar de club is ontstaan en altijd zijn vergaderingen hield. Een avond om bij te zijn en te genieten van de lokale geschiedenis, mooie verhalen en bijzondere plaatjes.
Katwijk telde rond 1900 ongeveer 7000 inwoners. In de strenge winters werd er niet gevist, tuinbouwbedrijven lagen stil en de werknemers werden naar huis gestuurd. Van loon doorbetalen had nog nooit iemand gehoord. Koude, ondervoeding en de daaruit voortvloeiende gebrekziekten eisten veel slachtoffers.
Het zijn vooral de gegoede burgers uit het Zee- en Rijndorp die besluiten om in 1893 een ijsclub op te richten. Hoofddoel is het verschaffen van werk aan werklozen door ze een ijsbaan te laten aanleggen en onderhouden. De wedstrijden zijn een vorm van voedselverstrekking. Er wordt letterlijk geschaatst voor spek en bonen.
In het boek "Voor spek en bonen" beschrijft oud-voorzitter Gerard van Beelen in woord en beeld de 125-jarige geschiedenis van IJsclub Voorwaarts, die zo nauw is verbonden met de ontwikkeling van de beide Katwijken. Het boek telt bijna 200 pagina's, heeft een harde kaft en kost geen € 19,99 maar € 14,99 tijdens de presentatie in "De Roskam" vlak bij het prachtige standbeeld "Schaatsers" van Gerard Brouwer.
Tijdens deze gelegenheid interviewt Dick van der Plas (huidig voorzitter van de IJsclub Voorwaarts Katwijk én voormalig verslaggever bij het Leidsch Dagblad) oud-voorzitter én schrijver van het jubileumboek Gerard van Beelen. Aan de hand van getoonde oude foto’s komen prachtige verhalen los. Van Beelen neemt ook wat antieke spullen mee zoals onder meer schaatsen en oorkondes. Alle reden om aanwezig te zijn bij deze boekpresentatie en "historische en sportieve schaatsontmoeting" in "De Roskam" aan de Turfmarkt.
Toegangskaarten zijn te koop in alle bibliotheekvestigingen en rechtstreeks HIER. Prijs voor bibliotheekleden € 6,- en voor niet-leden € 8,-.
Gisterenavond fietste ik om een uur of half 6 op weg naar huis vanaf mijn werk over de Nachtegaallaan. Ter hoogte van het kerkhof dacht is een mobieltje te zien liggen op de weg. Ik remde, keerde me om en inderdaad lag daar op de donkere klinkers een smartphone.
Natuurlijk raapte ik deze op met het idee, om deze bij de rechtmatige eigenaar terug te bezorgen. Laten liggen was geen optie. Als er een auto overheen zou rijden, dan zou de smartphone ter ziele zijn.
Met het mobieltje in mijn jaszak fietste ik naar huis toe, waar mijn zoon middels het ruilen van de simkaart met die van zijn eigen smartphone in het adresboek kwam. Er stonden diverse namen, maar eentje leek ons de meest praktische: Ma.
En inderdaad. We hadden meteen de moeder aan de lijn. Zoonlief was al fietsend zijn smartphone verloren. Er was met lampen uitgebreid naar gezocht, maar helaas tevergeefs. Een of andere onverlaat had hem meegenomen....
Ze was zeer blij, dat het mobieltje weer terecht was. Al zijn schoolwerk zat erin.
Daar ze vlak bij de Hoofdbibliotheek woonden, sprak ik af om de smartphone vanmorgen voor 9 uur terug te brengen.
Ik belde aan. Er werd open gedaan en ik werd verwelkomd met de woorden: "Je bent een wonder!"
Vanmorgen fietste ik naar de Leidse binnenstad, waar ik in een viertal winkels wat inkopen deed. Een ervan was de Hardloopwinkel, waar ik een paar sportgelletjes zonder cafeïne kocht met het oog op de 1000 rondjes van Leiden volgende week zondag.
Thuis gekomen ruimde ik alles op en trok mijn hardloopschoenen aan. Onder een grauw wolkendek liep ik naar Valkenburg toe. Ik weet, dat ik te boek sta als een kilometervreter, maar ik bedoel in dit geval Valkenburg aan den Rijn en niet Valkenburg aan de Geul.
Ooit was Valkenburg een grensfort van de Romeinen. Praetorium Agrippinae lag aan de Oude Rijn, destijds de hoofdtak van de Rijn. Deze rivier vormde de noordgrens van het Romeinse Rijk, de limes.
Zoals u kunt zien, zag de kuststreek er in die tijd heel anders uit. Veel begaanbare wegen door het veenweidegebied waren er niet in de Romeinse tijd. Heden ten dage is dat heel wat beter, al ging dat niet helemaal op voor het voetpad langs het Valkenburgse meer, dat ik had gekozen. Op sommige stukken moest ik door het gras baggeren, daar het gravelpad daar vol water stond.
Dat klopt ook wel. Het er is de laatste dagen flink wat neerslag naar beneden gekomen. Ook tijdens mijn loop van 10 kilometer kreeg ik daar mee te maken. Nog voor ik de Rijn bereikt had, had ik al een bui op mijn kop gehad met een mengeling van regen, hagel en natte sneeuw. Wat dat aangaat was het een prima training voor de Elfstedentocht, waar je ook begint met een paar kilometer hardlopen. Dan kan het ook sneeuwen.
Ik liep naar de bibliotheek van Valkenburg, waar mijn collega Nelina Houwaart op dat moment werkte. Na even gepraat te hebben met haar liep ik weer op huis aan. Na een duurloop met temperaturen van een paar graden boven nul voelde een warme douche weldadig aan.