We zijn na een koude kwakkelwinter met gelukkig weer wat schaatsen op natuurijs inmiddels weer beland in het seizoen van de Groei & Bloei. Een mooi moment om het tijdschrift met de gelijknamige titel onder uw aandacht te brengen.
Dit doe ik met een speciale reden. Er is een uitgebreid artikel gewijd aan mijn oudste broer Kees en zijn enorme collectie speciale bloembollen.
Menig maal ben ik in mijn jeugdjaren naar zijn land gefietst om in de zomermaanden onkruid te wieden, bollen te rapen en om ze te pellen. Toen kon ik niet bevroeden, dat mijn broer ooit zou worden geridderd voor zijn verdiensten voor de bollenteelt.
De laatste jaren kom ik als bezoeker op zijn bollenveld om te genieten van de enorme variëteit aan vormen en kleuren van met name de tulpen en narcissen. Maar zo ver is het nog niet. Maar u kunt er nu al van genieten, als u Groei & Bloei koopt of in de bibliotheek leest. Veel foto's bij het artikel over de botanische tulpen zijn van de hand van mijn neef Eric Breed.
Gisteren stond de dag in het teken van de muziek. Om 20 voor 2 fietsten we naar de Lokhorstkerk, waar we een oefenmiddag hadden van de Leidse Koorprojecten. Onder leiding van dirigent Wim de Ru begonnen we met "Gloria all' Egitto" uit "Aida" van Giuseppe Verdi.
Hoewel het "Triomfkoor" zeer bekend is, viel het zingen ervan niet bepaald mee.
Voor ons als koorleden was het beslist geen "Triomfmars".
Het begon ermee, dat Verdi besloten had om de tekst in het Italiaans op papier te zetten. Deze taal bevat voor iedere rechtgeaarde Nederlander de nodige tongbrekers. Obelix had volledig gelijk!
Daarnaast was het grotendeels vierstemmige stuk toch lastiger dan op het eerste oog leek. We moesten dan ook vaker delen herhalen dan gedacht. Dit bracht Wim tot de volgende uitspraak: "Het is niet erg, als je af en toe een foutje maakt met de uitspraak van het Italiaans. Het is ook niet zo erg, als je een enkele keer niet de juiste noot zingt."
Daarna volgde de quote van de dag: "Het ergste is, als je inzet waar dat niet staat!"
Na de pauze begonnen we aan het "Kyrie" uit "Messa di Gloria" van Gioaccino Rossini.
Dit openingsgedeelte van de "Messa di Gloria" ging heel aardig.
Dat kon niet gezegd worden van "Cum Sancto Spiritu", het slotgedeelte. Het is hel lastigste stuk van de "Messa di Gloria". Zolang we als bassen alleen zongen of als tegenstem de tenoren, ging het wel, maar in het vierstemmige zingen vielen we weg. Letterlijk!
Hoewel we ons niet bezondigden aan "Het ergste is, als je inzet waar dat niet staat!", heb ik zo'n donkerbruin vermoeden, dat dit de bedoeling van de dirigent niet was....
Na de repetitie wandelden Ada en ik naar "La Bota", waar we met een tiental vrienden hadden afgesproken, die meededen met de Musical Scratch in de Pieterskerk.
We hadden een tafel voor 19 personen in de eetzaal, waar "The Shoes" vorig jaar optraden ter gelegenheid van de 70e verjaardag van Henk en Jan Versteegen. Onder het genot van een Grimbergen Winterbier praatte ik bij met Bas Warnink, die ik al te lang niet gezien had. Na heerlijk gegeten en gedronken te hebben, wandelden we met 19 personen naar de Pieterskerk om te luisteren naar de Musical Highlights.
Hoewel ik niet zo'n enorme liefhebber van musicals ben, was ik toch aangenaam verrast. Een keur aan musicals passeerde de revue, variërend van "Soldaat van Oranje" tot "Jesus Christ Superstar" en van "West Side Story" tot "The Sound of Music". Dirigent Martin van der Brugge wist het koor en orkest tot grote hoogte op te stuwen, daarbij gesteund door sopraan Vannessa Thuyns en tenor Luc Steegers. Het is telkens weer verbazingwekkend, wat sommige zangers allemaal kunnen met hun stem!
Het meest verrassende nummer was "Du måste finnas" uit "Kristina från Duvemåla".
Dit Zweedse nummer was van de hand van Björn Ulvaeus en Benny Andersson, beter bekend als de mannen uit ABBA. Van hen was ook het slotnummer "Dancing Queen", waarbij het publiek, dat minder talrijk was dan het koor van 800 man, mee mocht zingen.
Dat mochten we ook met "Do Re Mi" uit "The Sound of Music".
En daarmee kwam er een eind aan een heerlijke muziekdag. Dat er nog maar veel mogen volgen.
Gisterenavond was de première van de film "Tien jaar wachten op applaus". Nu is het niet gebruikelijk voor me om naar een première te gaan. Terwijl ik de 60 al gepasseerd ben, is deze documentaire pas de tweede na "Onze marathon".
Om kwart over 6 fietste ik naar Leiden Centraal, waarvandaan ik met Jaap de Gorter, Hen van den Haak en Jos Drabbels naar Rotterdam afreisde. Na een treinrit met een kwartier vertraging wandelden we naar de Gouvernestraat, waar we in bioscoop "Kino" Ike en veel andere bekenden troffen. Om 10 voor 8 wandelden we naar zaal 1, waar een kwartier later de film "Tien jaar wachten op applaus" vertoond werd.
Het is een mooie en interessante film, die in mijn ogen iedere schaatsliefhebber zou moeten zien.
Zonder de onderstaande groep pioniers zou de herontdekking van de klapschaats door Gert-Jan van Ingen Schenau wederom in de vergetelheid zijn geraakt.
Want om nou te zeggen, dat Erik van Kordelaar en Dick de Bles van de kant van de KNSB veel medewerking hebben gehad zou tegenwoordig onder de categorie "alternatieve feiten" vallen. Tegenwerking was het deel van deze pioniers, die 10 jaar lang tegen de stroom in moesten roeien, maar die wel volhielden.
De omslag kwam in 1997, toen Tonny de Jong op klapschaatsen Europees kampioene allround werd. Toen ging het ineens snel.
Een jaar later werden bij de Olympische Spelen in Nagano door vrijwel iedereen op klapschaatsen gereden.
De film laat prachtige beelden zien van wedstrijden op "De Uithof" en trainingen op het toen nog onoverdekte Inzell. Maar ook onthullend feitenmateriaal als Rintje Ritsma en Bart Veldkamp vol overtuiging zeggen, dat de klapschaats een vrouwenschaats is. Enkele jaren later....
De doorbraak van de klapschaats zorgde niet alleen voor snellere tijden, maar ook voor een betere ijsvloer. Waar vroeger na een kwartier schaatsen in de bochten van de Leidse IJshal flinke scheuren ontstonden met valpartijen als gevolg, is het ijs nadat veel recreanten op deze vrouwenschaatsen waren overgestapt vrijwel zonder scheuren en dus stukken veiliger.
Na de vertoning van "Tien jaar wachten op applaus" werden Erik van Kordelaar en Dick de Bles, die ik bij iedere natuurijsperiode wel een paar keer tegenkom, volkomen terecht in het zonnetje gezet.
Dick zat drie stoelen bij mij vandaan naast Tineke Dijkshoorn, de winnares van de Elfstedentocht van 1986.
Naast de eerste ontmoeting op de Gouwzee en de tweede op Flevonice bij IJsstrijn was dit de derde keer, dat ik de winnares van de Tocht der Tochten de hand mocht schudden.
Ja, en als schrijver van een paar schaatsboeken laat je deze winnares, die hetzelfde presteerde als Evert van Benthem, maar bij de meeste Nederlanders onbekend is, natuurlijk niet met lege handen naar huis toe gaan.
Met beiden sprak ik na de film een tijdje in de barruimte van Kino. Maar voordat het zover was, nam oud-bondscoach Henk Gemser het woord. Hij had klapschaatsen uit 1983 bij zich, die hij aan de weduwe van Van Ingen Schenau overhandigde. Hij deed een boekje open over hoe het kwam, dat de topschaatsers niet op klapschaatsen wilden rijden. Hein Vergeer, Europees en wereldkampioen in 1985 en 1986, had het een paar keer geprobeerd, maar hij vond het maar niks. Daarmee was de gebruikelijke weg dat innovaties via de toprijders hun weg naar het grote publiek weten te vinden, geblokkeerd.
Daar kwam Viking nog bij. Deze bekendste schaatsproducent ter wereld had nog magazijnen vol liggen met vaste schaatsen en Jaap Havekotte had geen zin om met onverkoopbare noren te blijven zitten.
En zo moesten we nog 10 jaar wachten op de doorbraak van de klapschaats. Je zou er een boek over kunnen schrijven. Of een film over maken natuurlijk....
Ik hoop alleen, dat het geen 10 jaar gaat duren, voordat deze documentaire op de televisie wordt vertoond.
In november werd ik thuis geïnterviewd door Eimer Wieldraaijer voor de rubriek "Mijn collectie" in het vaktijdschrift "Bibliotheekblad".
Aanvankelijk zou het artikel in het laatste nummer van 2016 verschijnen, maar omdat de redactie besloten had om "Mijn collectie" te vervangen door "Mijn passie" werd ik degene, die deze nieuwe rubriek mocht openen.
Alleen de kop al: "Je ziet ze denken: is die vent wel goed snik?"
In Amerika was ik nu miljonair geweest. Een beetje advocaat weet daar wel raad mee om een proces aan te spannen wegens smaad.
Maar gelukkig leven we in Nederland, waar we wat meer humor en relativeringsvermogen hebben. Eerlijk gezegd vind ik de kop fantastisch.
Als u met de linkermuisknop op de onderste foto klikt, wordt het artikel met kleine letters leesbaar en kunt u de achtergrond van de fraaie kop met enige moeite lezen. Die is toch anders, dan u denkt!
Vrijdagavond stormde ik met een noordwesterstorm in de rug naar Zoeterwoude toe, waar de IJsclub van Zoeterwoude een Elfstedentochtavond had georganiseerd. Ik kwam vrijwel tegelijk met Mart Moraal aan bij café "De Meester". Een minuut later kwam Henk Angenent binnen.
"Nou Mart", zei ik geheel naar waarheid: "We zijn toch maar mooi eerder dan Henk Angenent binnen!"
In de zaal waren al ruim 100 schaatsliefhebbers aanwezig. Ik kwam dan ook een hoop bekenden tegen waaronder Bert Raaphorst, Jan Versteegen, Sjaak Stuijt, Wil Verbeij en Jan van Rijn.
(Foto: Peter van Evert)
De spreker van deze zeer gezellige avond was Gerard van der Hoeven, die terugging naar de Elfstedentocht van 1940, toen de eerste Zoeterwoudenaar meedeed aan de Tocht der Tochten. Heel bijzonder was de aanwezigheid van mevrouw Rijlaarsdam, die in 1956 als jong meisje de Elfstedentocht had volbracht.
Deze pittige vrouw waarschuwde de winnaar van de Elfstedentocht van 1997. Toerschaatsers leven langer dan gemiddeld, de wedstrijdrijders juist korter.
Daarna was documentairemaker Dirk-Jan Roeleven aan de beurt, die eindredacteur is van Andere Tijden Sport en tenslotte werd Henk Angenent geïnterviewd, voordat de documentaire "Elfstedentocht 1997, Zes Helden, Eén winnaar" werd vertoond.
Daarbij vertelde de winnaar van 1997 ook over de Nierstichting Elfstedentocht, waar in februari 2011 alle Elfstedenwinnaars minus Evert van Benthem aanwezig waren.
Na de film bekeken te hebben, konden we voor slechts € 10,- het boek "Een onbegrepen doordouwer" kopen.
Maar waar anderen gewoon dit tientje overhandigden, ging ik over op de ouderwetse ruilhandel.
Uiteraard werden zowel "Molen- en Merentocht" als "De Elfsteden toch gereden" gesigneerd.
Daarna begaf ik me naar de bar, waar ik met Elfstedenmaat Wil Verbeij met andere Zoeterwoudse schaatsers een zeer gezellige avond had.
In vitrines waren krantenknipsels en veel boeken over de Tocht der Tochten te bezichtigen.
Om half 2 mocht ik tegen de harde wind in naar huis fietsen. Het was later geworden dan gepland, maar gezelligheid kent geen tijd. En gezellig was het temidden der Zoeterwoudse schaatsers!
In het tijdschrift "Landleven" staan deze maand een aantal schaatsverhalen.
Een van de geïnterviewden is Wim Vos. Deze marathonschaatser werd in 1985 9e bij de Elfstedentocht op 2 minuten van winnaar Evert van Benthem.
Een ander interview is met de vader van Richard van Kempen, die jarenlang onverslaanbaar was bij het marathonschaatsen. Loop even bij een krantenkiosk langs voor "Landleven", of nog beter: lees dit tijdschrift bij de openbare bibliotheek in uw buurt.
Allereerst wil ik alle lezers van mijn blog het beste toewensen voor 2017. Dat we er met zijn allen maar een mooi jaar van mogen maken.
Zelf begon ik de jaarwisseling samen met mijn vrouw met een aardige Nieuwjaarstraining. Nadat de totaalstand van 2016 op de kilometerteller op 10.278 kilometer was gekomen, zette ik de teller op 0 toen ik om kwart over 6 met Ada naar Hillegom fietste.
Vandaar reden we met de auto mee naar Bas en Nel Warnink, waar we met 9 personen Oud en Nieuw vierden.
Terwijl de Top-2000 op de radio klonk gingen wij vol overgave Keezbord spelen.
Wie beweert, dat wij al Keezend het oude jaar uitluidden, die kan ik niet tegenspreken.
Na elkaar om 12 uur een gelukkig Nieuwjaar toegewenst te hebben, gingen we onze bescheiden voorraad vuurwerk in de mistige Haarlemmermeer afsteken. Een vijftiental potjes later waren we klaar.
We reden na een laatste alcoholische versnapering genuttigd te hebben weer mee naar Hillegom, waar vandaan mijn vrouw en ik om kwart voor 2 naar huis fietsten, waar we om klokslag 3 uur aankwamen na in totaal 44 kilometer fietsen in het donker.
Na een te korte nacht zaten we om 10 uur aan het ontbijt. Zoals gebruikelijk keek ik daarna op Weerwoord, waar te zien was, dat Griekenland wel in de kou komt komende week en wij hoogstwaarschijnlijk niet.
Om een uur of 12 fietste ik naar de Leidse binnenstad, waar ik had afgesproken met de oude dinsdagtrainingsgroep van de IJVL voor de traditionele Nieuwjaarsreceptie.
Na de regenbui reed ik weer naar huis. Het was buiten veel kouder dan vannacht. De minimumtemperatuur beleefden we rond het normaal warmste moment van de dag, terwijl Zeeland een stuk kouder was dan het noordoosten van ons land..
Met Ada fietste ik naar mijn schoonouders toe. Mijn schoonvader begon spontaan over de schaatstochten in zijn jeugdjaren te vertellen. Hij had vooral in de waterrijke Krimpenerwaard geschaatst en was een paar keer vanuit Krimpen aan den IJssel naar Gouda en terug gereden. De traditie van een Goudse pijp halen op de schaats en deze heel thuis brengen kende hij.
Weer thuis gekomen stond de kilometerteller op 61 kilometer. Toch niet gek voor een simpele Nieuwjaarstraining.