Donderdag werd ik om 6 uur wakker. Ik hoorde de krant op de deurmat vallen. Op de slaapbank las ik deze, voordat ik met Robert ontbeet. Mijn neef reed met mij mee naar het Eemhuis, waar we op die warme dag een BiebPanel-bijeenkomst hadden. Het vinden van asbest en de mogelijke gevolgen ervan leidde ertoe, dat ik meer afgeleid was dan gewoonlijk. Via intranet las ik tussen de middag, dat het managementteam van de Katwijkse bibliotheek zich over het asbestrapport zou buigen. Toen Ada gearriveerd was keek ik nogmaals, maar verder was er nog geen nieuws.
Via een mooie route reden we naar het huis van Jane, waar we na de BiebPanel-borrel met Robert zou den eten. In de tuin aten we tortellini's, speciebonen en salade met een Scandinavisch kwarktoetje met cranberry en frambozen als frisse afsluiting van een gezellige maaltijd.
Na afscheid genomen te hebben fietsten we naar het station van Amersfoort, waar we de trein naar Zwolle namen in de wetenschap, dat er dinsdagmorgen een personeelsbijeenkomst is in Hoornes/Rijnsoever. De Hoofdbibliotheek blijft vooralsnog gesloten.
In de trein nam ik "De grote achtervolging" van Tom Sharpe ter hand.
In Zwolle fietsten we naar de Nilantsweg, waar we bij Bed & Breakfast "Aan de IJssel" zouden overnachten. Via de tuin liepen we naar de door de vele boterbloemen geelgekleurde IJsseldijk, waar we konden genieten van een mooie zonsondergang.
En wat is er verder te doen in Zwolle?
Vanmorgen moest ik de training van de "Krasse Knarren" in de Leidse IJshal laten schieten. Voor mijn werk bij Bibliotheek Katwijk moest ik naar Utrecht voor de halfjaarlijkse vergadering van BiebPanel.
Vlak voor we aan het lunchbuffet konden beginnen, kreeg ik te horen: "Bert Breed, jij bent nog spat veranderd!"
Het bleek Corrie Hortensius te zijn, met wie ik in 1978-79 op de Bibliotheek Academie in Amsterdam in de klas heb gezeten. Sterker nog, in maart 1979 liepen deze 2 BOB-studenten stage bij de Openbare Bibliotheek in Leiden. Het was voor ons beiden een goede en gezellige stage met Harry Giessen als mentor.
Voor mij had de stage trouwens blijvende gevolgen. Ik was net erkend als gewetensbezwaarde en zocht nog een plek, waar ik 19 maanden vervangende dienstplicht moest vervullen. Dat kon geregeld worden, zodat ik ook vanaf 1 september 1979 vrijwel iedere werkdag van de Hoofdweg in Nieuw-Vennep naar de Breestraat in Leiden kon rijden op mijn oude opoefiets.
Buiten het bijpraten en het ophalen van herinneringen kwamen we erachter, dat we beiden graag op fietsvakanties. Zelf haalde ik de fietsvakantie met Ada naar Praag aan.
Corrie had met haar man de Noordzeeroute gefietst. Vooral het gedeelte in Noorwegen en Schotland was met de vele klimmen behoorlijk zwaar te noemen.
Zelf kende ik van deze internationale fietsroute alleen het zuidelijke deel naar Boulogne-sur-Mer en het noordelijk deel tot Esbjerg in Denemarken.
De bibliotheek moet zich de komende jaren meer gaan richten op de ontmoetingsfunctie. Nou, dat is op deze BiebPanel-bijeenkomst prima gelukt. En daar ik meestal een exemplaar bij me heb van "Molen- en Merentocht" kon ik dit persoonlijke visitekaartje met veel genoegen aan mijn oud-klasgenote overhandigen.
Vandaag moest ik naar Amersfoort voor een bijeenkomst van BiebPanel, dat dit jaar 5 jaar bestaat. Het rapport over het Imago-onderzoek werd besproken en we kregen vers van de pers de eerste resutlaten van het onderzoek naar Tarieven en uitleenvoorwaarden te horen. Ook de Nationale Bibliotheekpas kwam aan de orde.
Na de lunchpauze was er een BiebPanelquiz, waarbij je moest lopen naar de ene kant van de zaal of naar de andere als je een antwoord gaf. Een alternatieve vorm van "petje op, petje af".
De eerste vraag was een eitje. Iedereen had deze goed. De tweede vraag was een stuk lastiger: zijn er 21 of 23 BiebPanel-onderzoeken gehouden? Nu is 23 mijn geluksgetal, maar ik liep toch naar 21, hetgeen ook het juiste antwoord was. De helft van de deelnemers mocht gaan zitten.
Na de volgende vraag was nog een zevental over. We zouden doorgaan tot vraag 9, maar dat bleek niet nodig. Bij vraag 4 was ik de enige, die naar de andere kant van de zaal wandelde. "Die heeft lef!", kreeg ik nog te horen, maar het werd al snel "Die heeft de fles!", want ik had de fles wijn gewonnen.
Ik heb het nooit een probleem gevonden om tegen de stroom op te roeien, als ik dacht, dat ik gelijk had. Er is immers geen lef voor nodig om het juiste antwoord te geven.
Het slot van de bijeenkomst ging over de inzet van sociale media. Van de verhalen, dat Facebook op zijn retour is, klopt niets. Maar ja, als je in bepaalde leeftijdscategoriën een dekkingspercentage van 99% hebt, is de groeimogelijkheid uiteraard ietwat beperkt.
Maar om nu te beweren, dat het allemaal zuivere koffie is....
Ik wandelde het kleine stukje van "De Eenhoorn" naar het station, waar ik met een overstap op Schiphol de trein naar Leiden nam. Hier had ik geluk: het was net droog na een flinke bui, toen ik naar huis fietste.
Thuis gekomen deed ik mijn sportkleren aan en ging driekwart ronde om de Stevenshof lopen. De bovenbenen voelden nog zwaar van de 30 km van de Braassemloop. Het tempo lag dus beduidend lager dan afgelopen zondag. De geklokte halve marathon ging met een snelheid van 12 km per uur, over deze 5 km deed ik een half uur. Zoiets wordt ook wel een hersteltraining genoemd.
Vanmiddag was ik druk bezig om een BiebPanel-onderzoek over de collectie Fictie uit te werken. Bij de aanbevelingen kwamen, zoals gebruikelijk, de E-books weer ter sprake. Dit keer in de vorm van het onder de aandacht van onze klanten brengen van 3 sites. Dat was om te beginnen www.bibliotheek.nl/leesmeer, een site, waarvoor je je gratis aan kunt melden en dan in een aantal boeken de eerste 10 pagina's door kunt bladeren en desgewenst downloaden.
De tweede was www.bibliotheek.nl/eregalerij, die vooral literaire klassiekers onder de aandacht bracht.
De derde was er eentje, die ik al wel kende, maar nooit met E-books in verband had gebracht: www.dbnl.org. Ook deze bladerde ik door en daar stuitte ik op een vergeten pareltje.
Vanuit de inhoudsopgave van dit voor mij nieuwe boek uit 1971 kun je het hele boek bekijken. Dit is de bijbehorende titelbeschrijving: Ard Schenk, Ard apart. Ard schrijft over schaatsen. Herinneringen aan en opmerkingen over vijf jaar topsport. Born, Amsterdam / Assen 1971.
Met foto's uit de oude doos.
En uit de nog oudere doos.
Ik heb het boek op internet doorgebladerd en het geeft een goed beeld van het schaatsen en de trainingsmethoden uit het tijdperk van "Ard en Keessie".
Nostalgie, maar toch ook leerzaam. Kortom: een aanrader voor iedere schaatsliefhebber! Ga dus snel naar Ard apart!
Gisterenmorgen had ik een bijeenkomst in Utrecht van BiebPanel. De ochtendsessie ging over het klantenpanelonderzoek over "Imago". Hierbij kwamen enkele sportgerelateerde zaken ter sprake. Een ervan is, dat je een winnend team juist wel moet wijzigen, omdat je anders in een soort slaapstand komt. Hierdoor loop je ongemerkt een achterstand op, doordat je vergeet bijtijds te vernieuwen. "Een goed voorbeeld is het Nederlands elftal", werd ons voorgehouden. Ik was het hier niet helemaal mee eens: Bert van Marwijk had Oranje juist wel gewijzigd, door Dirk Kuijt, de teamspeler bij uitstek, uit het elftal te halen ten faveure van het zoveelste luxe paard.
Een tweede sportgerelateerde zaak waren de seizoenen van een organisatie. Want net als het jaar kennen organisaties winter, lente, zomer en herfst. Een dienstverlening komt op, groeit en bloeit en bereikt zijn hoogtepunt, waarna onvermijdelijk de neergang inzet. De kunst is om op tijd met vernieuwingen te beginnen, dus voor de neergang niet meer te stuiten is. Dit werd gevisualiseerd met bovenstaand kunstwerk van Maurits Escher. Hier was een S-curve in gezet, het symbool van de seizoenen van een organisatie, die de neergang weet om te buigen in een nieuwe groeicurve. De S-curve kwam me zeer bekend voor. Bij het schaatsen en het skeeleren gebruik je deze ook. Ook al noem je het dan meestal niet de S-curve, maar heb je het over terugsturen.
Hoe beter je de S-curve uitvoert, das te meer voorwaartse groei, oftewel snelheid, je krijgt. Wat ik trouwens wel een leuke opmerking vond op deze dag, was de opmerking, dat iedere medewerker in de frontoffice eigenlijk horeca-ervaring zou moeten hebben: daar leer je pas echt, wat gastvrijheid betekent. Welnu, in mijn jeugdjaren stond ik achter de bar in "De Hobbit" in Nieuw-Vennep, dus deze ervaring heb ik, al betwijfel ik, of mijn leidinggevenden mij graag in deze outfit in de bibliotheek rond zouden zien stappen. Gisterenavond hadden we weer een gevarieerde droogtraining, met buik- en rugspieroefeningen, schaatsstappen in de elastieken en de befaamde coördinatie-oefeningen op het touwladder. Dit laatste had veel weg van de S-curve. Bij de sprongen op de treden van station Lammenschans liet ik de S-curve maar wijselijk achterwege.
Vanochtend trok ik de deur om 8 uur achter me dicht. Gestoken in een wielershirt en een trainingsjack ging ik naar een vergadering. Ik had mijn vrouw plechtig beloofd, om me niet in het zweet te rijden, maar 40 km fietsen zonder zweetdruppeltje is natuurlijk niet te garanderen. De route naar de vergadering van BiebPanel toe was een mooie. Dwars door de Leidse binnenstad reed ik naar de Zijl, om langs het Vennemeer naar Rijpwetering te rijden. Bij Nieuwe Wetering nam ik het spiegelgladde asfalt langs de A4. Bij Oude Wetering moest ik wachten. De brug ging open voor een 17e eeuws schip met een enorme Oranje-Blanje-Bleu-vlag. Ik ga er gemakshalve maar van uit, dat het een replica is. Over de Ringvaartdijk fietste ik naar Schiphol-Oost. Daarbij kwam ik langs de plek, waar we in een grijs verleden ooit een roeiboot hebben laten zinken, die we trouwens zelf weer geborgen hebben. Bij Schiphol-Oost stak ik de Ringvaart over. Eerst fietste ik een stuk langs het Amsterdamse Bos, later dwars door dit in de jaren '30 aangelegde natuurgebied.
Daar ik op een andere plek Amstelveen was binnengekomen dan gebruikelijk, moest ik even navragen, waar ik de bibliotheek kon vinden. Met ruim 42 km op de teller kon ik gaan vergaderen. Ik droogde me af en trok schone bovenkleding aan. De hoofdmoot van het ochtendprogramma betrof het onderzoek naar de vindbaarheid van materialen. Onze bibliotheek kwam er niet zo goed uit, hetgeen logisch was: in december hebben we alles helemaal opnieuw ingericht en zowel op genre als op PIM geplaatst. Andere bibliotheken, die in dezelfde fase zaten als wij, scoorde ook niet zo hoog. Na de lunch kwamen enkele mededelingen omtrent de komende onderzoeken van BiebPanel. De afsluiting kwam voor rekening van Albert Boswijk, de auteur van "Economie van Experiences". In een gloedvol betoog besteedde hij aandacht aan nieuwe vormen van waardecreatie en aan nieuwe verdienmodellen. Zo kunnen we op weg naar de ideale bibliotheek. Bij het verlaten van de vergadering kregen we een gesigneerd exemplaar van "Economie van Experiences" mee.
Ik was in ieder geval als fietser ervaren genoeg om te weten, dat ik later thuis zou komen dan gedacht. Via Bovenkerk reed ik naar Aalsmeer, waar ik langs de plek fietste, waar ooit mijn stagebibliotheek stond aan de Stommeerweg. Langs de oevers van de Westeinderplassen, waar ik ooit mijn erste toertocht schaatste, met witte schuimkoppen op de golven ten teken, dat de wind op deze wisselend bewolkte dag met af en toe een licht buitje, trapte ik via Kudelstaart naar Leimuiden. Ik nam de toeristische route door via Rijnsaterswoude langs de Braassemmermeer naar Woubrugge te rijden, waar de boorden van de Wijde Aa mij wachtten. In Hoogmade aangekomen zag ik Dick van Goozen, die iedere woensdagavond skeelerles geeft op de ijsbaan van Leiderdorp. Hij kwam net van zijn volkstuin af. Deze liet hij mij zien. Beladen met komkommers, pluksla en een grote ui vertrok ik via de Boskade naar Leiderdorp om door de Leidse binnenstad weer op huis aan te rijden, waar om half 7 de kilometerteller 92 km aangaf.
Bij het uitwerken van een enquête van BiebPanel over hoe het publiek het personeel ervaart, kwam regelmatig het thema "herkenbaarheid" terug. Ondanks een flink aantal personeelsleden, dat meer dan 10 jaar bij onze bibliotheek werkt, blijkt bij onze klanten toch de behoefte te bestaan om ons sneller tussen het overige publiek te kunnen traceren. De eerste gedachte, die bij veel mensen dan opkomt, is natuurlijk bedrijfskleding, maar wat mij betreft is dit te eendimensionaal gedacht. Dé oplossing voor dit vraagstuk vond ik, toen ik dit filmpje, waarbij u goed op de bassist moet letten.
Dit past ook goed bij onze klantenkring. Welke Katwijker wil er nou niet geholpen worden door een engel? Uiteraard hoort bij deze nieuwe herkenbaarheid een bedrijfscursus "engelachtig kijken". Ik kijk er al reikhalzend naar uit, al wil ik niet geheel uitsluiten dat het een heel enkel keertje bengelachtig kijken bij me zal worden. Om het geheel helemaal optimaal te maken, kijken we nog even naar Roy Wood, de zanger van Wizzard. Waar op het voorhoofd van Roy Wood een ster geschminckt is, kan bij ons het logo van de bibliotheek geplaatst worden. Ik kan u garanderen: over herkenbaarheid hebben we dan niet meer te klagen! En als we dan watervaste schminck gebruiken, zijn we buiten de bibliotheek ook nog eens herkenbaar: gratis reclame voor de bibliotheek! Dan kunnen we onze klanten ook daar met engelengeduld te woord staan.