Gisteren had ik tussen de spelletjes door "Broer", het Boekenweekgeschenk van Esther Gerritsen, uitgelezen, zodat ik vanmorgen bij het ontwaken om half 9 aan "Wilts erfenis" van Tom Sharpe kon beginnen, waarmee ik later schuddebuikend van het lachen Ada op het verkeerde been zette.
Zij stond toen in de keuken en vroeg aan Siebe, die op de w.c. zat: "Gaat het wel goed met je?"
Overbodig om te zeggen, dat dit het volume van mijn lachsalvo nog deed toenemen.
Dit geschiedde na het ietwat verlate Paasontbijt.
Terwijl de ene bui na de andere passeerde, maakten we "Legenden van Andor" af. Met enige moeite versloegen we de monsters.
Om 2 uur vertrokken we met de auto naar Hever Castle door het prachtige heuvelland van Surrey en Kent.
Na £ betaald te hebben inclusief de seniorenkorting voor 60-plussers, konden we het enorme park van het kasteel betreden.
Na een korte felle bui bij aankomst was het nu droog.
We wandelden derhalve eerst door de tuin met al zijn leuke hoekjes.
Zo kwamen we bij het meer, ondeveer net zo groot als onze eigen Vogelplas, maar wel dieper, waar je volgens mij bij goede winters, die in Engeland nog spaarzamer zijn dan bij ons, moet kunnen schaatsen.
Via een ander deel van de tuin liepen we over de ophaalbrug Hever Castle binnen. Gedurende het volgende uur volgden we de looproute door tal van kamers en zalen, die ieder een ander deel van de historie van Hever belichtte.
Vooral Anna Boleyn, die hier haar jeugd had doorgebracht en die later werd onthoofd in opdracht van haar man, koning Hendrik VIII, kregen veel aandacht.
Het was in die eeuwen trouwens geen gezonde bezigheid om koning of lid van het Britse vorstenhuis te zijn.
In twee eeuwen tijd sneuvelden ze bij bosjes of werden ze op een andere manier vermoord.
Om half 5 verlieten we dit mooie kasteen en op een bank in de tuin aten we de meegebrachte boterhammen en bananen.
Na een wandeling naar de huizen achter het kasteel kuierden we terug naar de parkeerplaats.
Met de auto reden we door het mooie landschap via Edenbridge weer naar Caterham over hellingen van 16% met mooie vergezichten.
Om half 6 waren we weer terug op ons logeeradres. Daar utterden we nog wat, terwijl de linzenschotel met aardappelen, paprika, broccoli en chorizo stond te pruttelen. Intussen kletterde de regen tegen de ramen en stak de wind op.
Na de vaat speelden we "Boonanza" en onder grote hilariteit "Love letters". Met zijn vieren is dit spel veel leuker dan met zijn drieën. Ana wist het spel tweemaal te winnen. Hieruit bleek, dat Spanjaarden hier veel beter met romantiek overweg kunnen dan Hollanders.
Om een uur of 12 zochten we de slaapbank op, waar de slaap inderdaad snel kwam.
De wekker stond iets vroeger dan te doen gebruikelijk, daar we met het personeel van de Katwijkse bibliotheek op bezoek gingen bij onze collega's in Gouda. We zouden om half 9 met een touringcar vertrekken naar de geboorteplaats van mijn vrouw.
Om 7 uur stond ik dan ook aangekleed naast mijn bed, zodat we op tijd konden ontbijten voordat we ieder naar ons werk zouden fietsen.
De stemming zat er al meteen goed in, toen een collega, die nog wel eens ietwat aan de late kant is, inderdaad haar faam volledig waarmaakte. De bus, die net vertrokken was, stopte op de Varkevisserstraat. De bewuste collega, die met 2 zieke kinderen een geldig excuus had, zette haar fiets tegen de gevel van een huis en stapte onder hilarisch gelach in.
Redelijk vlot reden we naar Gouda toe, waar we bij de Chocoladefabriek uitstapten.
We werden hartelijk welkom geheten door de directrice en het hoofd frontoffice van de bibliotheek, die ons vertelde over de bezuinigingen, die in een paar jaar tijd leidde tot het betrekken van de oude Chocoladefabriek. Vorig jaar was de bekroning met de verkiezing tot Beste bibliotheek van Nederland 2015.
Na de koffie en thee met boterkoek en een chocolademunt werden we rondgeleid door dit zeer flexibele pand.
Om half 12 vertrokken we weer uit de Chocoladefabriek.
Gelukkig met alle collega's, want ik ken mijn vakliteratuur van haver tot gort. Bij "Sjakie en de chocoladefabriek" van Roald Dahl liep het met diverse personen niet goed af.
Zelf hoefde ik mij natuurlijk nergens druk over te maken.
Iedere sporter weet, dat een van de basisprincipes van de training de herhaling is. Alles wat je geleerd hebt en wat je niet meer gebruikt, verlies je in meerdere of mindere mate. De Engelsen zeggen het zo mooi: "Use it or lose it."
Een van de zaken, die wij op ons werk bij de Katwijkse bibliotheek bij moeten houden in de hoop het nooit te hoeven gebruiken is reanimatie. In een voor iedereen toegankelijke publieke ruimte bestaat immers altijd de kans, dat iemand een hartaanval krijgt. En dan moet je als bibliothecaris snel handelend optreden.
Als je dit niet jaarlijks bijhoudt, dan verlies je toch de juiste routine. Vandaar dat we vanmorgen een herhalingscursus "Reanimatie en levensreddende handelingen" hadden onder leiding van Atie van Duijn. Daarbij hoorde ik, dat een collega al een keer iemand gereanimeerd had.
Omgekeerd ken ik ook een sporter, die op de racefiets een rondje maakte en net buiten Leiden een hartstilstand kreeg. Hij had onwijs veel geluk. Er kwam net een ambulance langsgereden, die vanuit de Sleutelstad leeg op weg was naar de standplaats in een van de omliggende plaatsen. Deze stopte en de broeders begonnen onmiddellijk met reanimeren. Deze sporter is er gezond weer bovenop gekomen en kan nu weer gewoon sporten.
Zoiets noemen ze ook wel eens een engel op de schouder hebben.
Eergisteren was het jubileumfeest van de IJVL in de Leidse IJshal. In het Leidsch Dagblad stond een vrij uitgebreid verhaal. over de 30 jaar, dat deze Leidse schaatsclub inmiddels bestaat, ook al stelt dat in vergelijking met ijsclubs uit andere gemeenten niets voor.
Om half 7 fietste ik naar de Vondellaan, waar ik de clinic "Vallen voor volwassenen" zou geven. Ik wist niet, hoeveel deelnemers zich hadden opgegeven. Het betrof slechts 1 deelnemer, die zich bij nader inzien terugtrok. Desondanks kon ik me nuttig maken. Er waren diverse G-schaatsers, maar er was geen trainer.
Terwijl IJVL-ers op de binnenbaan ijshockeyden en binnen de blauwe lijn op de buitenbaan een kunstschaatsclinic werd verzorgd, gaf ik onvoorbereid een schaatstraining aan de G-schaatsers. Toch handig, als je enig improvisatievermogen hebt.
Dat kwam me nog meer van pas, toen een van de kinderen van mijn vrijdagmiddaguur kwam schaatsen. Alle kinderen waren uitgenodigd om te komen, een meisje kwam opdagen. Ik paste mijn inmiddels bedachte schema nogmaals aan. Het meisje genoot volop van het rijden op de buitenbaan. Ik liet haar pootje over doen, terwijl ik haar rechterhand vasthield. Het ging heel aardig.
Al schaatsend verzon ik een paar oefeningen, die het meisje en de G-schaatsers samen uit konden voeren, zoals met zijn vieren elkaar voortduwen of in tweetallen elkaar optrekken. Daarbij zorgde ik er uiteraard voor, dat de 6- of 7-jarige vrijgesteld werd van deze lichte vorm van krachttraining werd.
Tijdens de training werden een tafel en 4 stoelen op het ijs op de buitenbaan gezet. Enkele bestuursleden tekenden de sponsorovereenkomst tussen de IJVL en Keylight Wireles Events werd op een zeer toepasselijke plek getekend.
Om 8 uur kregen we te horen, dat we het ijs moesten verlaten. Braaf en gehoorzaam als immer deed ik dat uiteraard onmiddellijk.
Ik klikte mijn kluunschaatsen van mijn Salomons en wandelde naar kleedkamer 2, waar ik mijn sportkleding uittrok en mijn feestkleding aan. Na diverse oudgedienden de hand te hebben geschud, kocht ik in de hal met het oog op de fietsvakantie van deze zomer een IJVL-wielershirt. Terwijl ik hier mee bezig was, stapte Ada de IJshal binnen.
"Daar zit iets achter", dacht ik, want anders had mijn liefhebbende echtgenote wel laten merken, dat ze ook naar het lustrumfeest zou komen. Na met Carl Flaman en Sjaak Stuijt gesproken te hebben en de nieuwe kledinglijn van de IJVL-kleding in de druk bezette kantine van de IJshal aanschouwd te hebben, kwam de aap uit de mouw.
Eerst werd Bert Staal naar voren geroepen en na een praatje werd hij benoemd tot lid van verdienste. Ook Pieter Scargo onderging dit ritueel.
Het kwartje viel bij mij en inderdaad, ook ik werd naar voren geroepen en na een interview door Max Blondeau werd ook ik lid van verdienste. Dit vanwege het een kwart eeuw op enthousiaste wijze schaatsles geven. Dat kon ik beamen. Je krijgt slechts eenmaal de kans om kinderen en anderen voorgoed aan de prachtige schaatssport te binden: in het begin. Een eerste indruk kun je ook maar één keer maken.
Daarnaast kwam dit blog nog aan bod. Er sprak een brede visie uit. Wat dat aangaat draag ik mijn naam met ere uit.
Het eerste, dat mij te binnen schoot in mijn dankwoord, was een vraag aan penningmeester Hans Post, gebaseerd op de beroemdste creatie van Koot en Bie. Jacobse en Van Es.
"Met Jacobse en Van Es in gedachte zou ik bij de benoeming tot lid van verdienste willen vragen: "Wat schuift 't?""
Ik kreeg geen helder antwoord op deze simpele vraag, hoewel het later op de avond aangeboden Texels bockbier prima smaakte. Ada vertrok om een uur of 11 naar huis, ik volgde na diverse IJVL-ers wat uitgebreider gesproken te hebben, een uur of 2 later, waar ik ook nog eens verdienstelijk bleek te kunnen slapen.
Op woensdag 16 maart is op de Hoofdbibliotheek aan de Schelpendam de Katwijkse schrijversavond, waarvoor u nu al kaarten kunt bestellen voor u achter het net vist.
Naast live muziek zijn er lezingen van een drietal Katwijkse schrijvers, die landelijk bekend zijn. De eerste is Eva Burgers. Deze politieagente schrijft tegenwoordig thrillers zoals de serie Kaya Crime.
De tweede auteur is ook een thrillerschrijver: Mark van Dijk. Hij schreef onder andere "Kwade geest", "Bloeddorst" en "Gerechtigheid".
De bekendste Katwijkse schrijver is Robert Haasnoot, die naam maakte met zijn romans over het vissersdorp Zeewijk: "Waanzee", "Steenkind" en "De heugling".
Op 24 maart verschijnt zijn nieuwste boek: "Het laatste vaarwel".
Na de verhuizing van een vriend vorige week mochten mijn vrouw en ik deze week helpen bij de verhuizing van een van onze kinderen. Dit hield in, dat we aardig wat spullen de trap op mochten tillen. Naast een aardige fietstocht in voor deze winter koude temperaturen leverde dit een gratis krachttraining op. Thuis gekomen sliep ik dan ook behoorlijk vast. Ik heb niet eens gemerkt, dat Ada in bed stapte.
Wat ik wel merkte was de wekker, die om 7 uur rinkelde, nadat ik gedroomd had, dat ik op bezoek ging in bij mijn ouders in mijn geboortehuis.
Ik stond op, trok mijn schaatskleren aan en na samen met mijn levenspartner ontbeten te hebben, fietste ik naar de Leidse IJshal, waar vandaan we net als vorig jaar met de G-schaatsers van de IJVL en "Voorwaarts" uit Katwijk naar Biddinghuizen af zouden reizen met de bus.
Na een reis van 5 kwartier kwamen we aan bij Flevonice.
Hier pakten we de rugzakken uit het bagageruim van de bus en wandelden naar de ingang toe, waar we een tas met lunchpakket, een toegangskaart met consumptiebon en handschoenen kregen. Samen met Kobus Turk, die kluunschaatsen had gehuurd om uit te proberen, liep in na de warme chocolademelk naar de rand van de 400-meterbaan, waar we op een bank onze Salomons al aantrokken met het idee om alvast een rondje van 3 kilometer te gaan schaatsen voor de officiële opening. Helaas werd ons dat verboden.
We benutten de tijd om ons in te schrijven voor de marathonclinic, die werd gegeven door Folkert, de voormalige trainer van onder andere de Time Out marathonploeg. Ik moet zeggen:"Dat deed hij zeer gedegen."
Met een ploeg van 8 man kregen we na iedere halve ronde een Time-Out, waarin hij ons stilstaand theorie en vooral praktijk van onderdelen van de schaatstechniek bijbracht. Zo had het idee, dat ik heel aardig overkwam, maar dat viel in de ogen van deze vakman toch wel tegen.
Intussen zag ik Jaap de Gorter met de sprinters Kevin en Youri diverse keren langskomen. Doordat wij gezamenlijk de opgegeven oefeningen afwerkte, gingen we op de 3-kilometerbaan niet echt hard. He ging immers om de techniek, waaronder de bijhaal en het dan in één vloeiende voorwaarts plaatsen. Alleen na de laatste opdracht ging het ineens erg lekker. We moesten op ontspanning gaan schaatsen. Doordat ik dacht, dat de trainer achter me aanreed, kachelde ik lekker door op het ijs van Flevonice. Bij de kruising bleek, dat er een andere schaatser in mijn kielzog reed....
Na op hem gewacht te hebben schaatste ik met Folkert naar mijn rugzak, waar ik hem als dank voor zijn inzet een exemplaar overhandigde van "Molen- en Merentocht".
Terwijl Kobus en ik op de houten bank lunchten, raakte ik in gesprek met een vrouw, die foto's stond te maken. Ze zag er zeer sportief uit.
"Hoeft u niet te schaatsen?", vroeg ik.
"Ik zou wel willen", kreeg ik als antwoord: "Ik mag echter niet, want ik ben aan mijn meniscus geopereerd."
"Dan heeft u vast tijd om te lezen", zei ik en gaf haar een exemplaar van "De Elfsteden toch gereden".
Als schrijver en als bibliothecaris kreeg ik het mooist denkbare compliment. Op deze zonnige dag ging de vrouw op de houten bank zitten en begon meteen in mijn boek te lezen!
Daar Kobus vertrokken was naar een shorttrack-clinic van Cees Juffermans, ging ik met het lunchpakket in mijn maag weer schaatsen. Na 2 rondjes van 3 kilometer zag ik Jaap, Kevin en Youri net de baan op komen. Ik nam de kop en met Kevin direct achter me schaatste ik lekker door met mijn natuurijsslag. En dat kon ook prima, want door de zon en de opstekende wind was de baan van zeer wisselende kwaliteit. Er waren stukken met goed glijdend ijs, maar ook stukken die matig of heel hobbelig waren. Dat was echt Sjaak Stuijt-ijs: je stuijterde er overheen!
Na 3 rondjes bleken Kevin en ik Jaap en Youri een rondje te hebben gelapt. Laatstgenoemde sprinten hield het voor gezien. Met Jaap reden we nog een drietal rondjes over het ijs, dat alles in zich had, wat natuurijs ook te bieden heeft. Om 2 uur moesten we helaas het ijs verlaten op deze schitterende winterdag.
Bij het verlaten kregen alle deelnemers een diploma van de KPN Junior Schaatsclub. Daar was ik uiteraard zeer blij mee. Het is al enige tijd geleden, dat deze zestiger zich junior mocht noemen....
Voordat we met de bus naar Leiden vertrokken, kocht ik nog wat flesjes Winterbier van "De Koperen Kat". Jos Drabbels was vorige week verhinderd om me te gaan naar "Rapalje", doordat hij zich geplaatst had voor het Nederlands Kampioenschap Masters in Hoorn. Hij heeft dus nog wat van me tegoed.
Onderwijl heeft IJVL-lid Kjeld Nuis in Seoul de tweede 1000 meter van het WK sprint gewonnen. In het eindklassement was het dan wel geen goud, maar op Flevonice hadden de G-schaatsers en hun begeleiders voor de volle 100% zeker een gouden dag.
De voorspellingen waren niet rooskleurig. Het zou gisteren een kletsnatte dag worden. En dat werd het ook. Alleen 's ochtends was er een regenpauze. Die tijd hadden Ada en ik geluk. Met de harde wind in de rug fietsten we naar Hillegom toe, waar we met een groep vrienden Joep hielpen bij zijn verhuizing.
Om 5 uur hadden we de harde wind tegen en kregen we de volle laag van de regen. Het was een flinke trap naar Warmond toe, waar we met onze schaatsvrienden van de IJVL uit eten zouden gaan in "Het Wapen van Warmond". Dit was een cadeau, dat we aangeboden kregen op het feest ter gelegenheid van onze 60e verjaardag in oktober. Aansluitend zouden we naar de folkgroep "Rapalje" gaan, die optrad in "Het Trefpunt".
Als verzopen katten kwamen we als eersten aan bij het restaurant, waar Paul Verkerk en Andrea Landman niet veel later verschenen. Ook Jaap de Gorter, Wil Verbeij, Hen van den Haak en Hans Boers en partners schoven aan voor het theatermenu met paprikasoep of rundercarpaccio en zalm of runderbiefstuk. Er was een ijstoetje als afsluiting, voordat we naar "Het Trefpunt" wandelden, waar we mijn collega Vera van Duijn en haar Willem troffen voor een prima optreden van "Rapalje".
We waren net binnen in de volle zaal, toen de 4 in Schotse kilts geklede muzikanten aan hun optreden begonnen. Vanaf de eerste tonen zat de stemming er al meteen goed in.
Al snel werden we verrast door een bijzonder instrument. Een houten stok op een vierkante houten kist leverde met een enkel snoer ineens een prachtig contrabasgeluid op.
Vrij snel verliet ook de helft van de groep het podium. Wel met een verklaring waarom: "Sommige nummers zijn zo mooi puur, dat ieder instrument, dat je toevoegt, het nummer minder maakt!"
Iedere muzikant weet dat overdaad soms schaadt. Dat geldt ook voor het geval je te veel drinkt, maar daar heb je meestal de volgende dag het meeste last van.
Het van Bots bekende "Wat zullen we drinken (Zeven dagen lang)" is trouwens een nummer, dat Alan Stivell, de Bretons grondlegger van de Keltenrock, bekend gemaakt heeft.
Naarmate het optreden vorderde, kwam de stemming er steeds meer in. Er werd bij een aantal nummers gehost.
In ieder geval wist "Rapalje" de zaal in vuur en vlam te zetten.
Zelfs het zittende deel van het publiek moest er aan geloven bij "Drunken sailor". De staanplaatsen moesten diep gaan zitten, wat voor schaatsers iets heel natuurlijks is, en dan bij "And up she rises" opspringen. Het zittende deel van het publiek moest dan uit hun stoel opstaan.
Er werd polonaise gelopen door de zaal met een paar muzikanten voorop. Deze eindigde op het podium. Morena ging net als ik mee het podium op. Een Dominicaanse toernee voor de Groningse groep heeft een flinke kans van slagen.
Met "Drunken sailor" voegt "Rapalje" zich naadloos in een muzikale traditie. Ook de "Hobo String Band" eindigde hun optredens steevast met dit feestnummer.
Na nog gezellig nagepraat te hebben, was het voor ons op weg naar huis niet zozeer "Drunken sailor", maar twee drijfnatte fietsers....