dinsdag 15 april 2014

Auke Kok

Gisterenavond was er in de bibliotheek aan de Hoorneslaan een lezing van de journalist en sportboekenschrijver Auke Kok.
De avond was door mijn collega Monique Kromhout georganiseerd voor laaggeletterden. Daar ze wist, dat ik een groot sportliefhebber ben, had ze mij ook uitgenodigd.
Met de vrijwilligsters Christa Bernard en Rina Kiela zorgden we er voor, dat alles klaar stond voor de ontvangst van de gasten.

Om 5 voor half 8 kwam de auteur binnen. Hij had vastgestaan in de file op de A44. Er waren een kleine 20 belangstellenden, waaronder vrij veel allochtone vrouwen, die kwamen luisteren naar de schrijver, die vooral bekend is geworden door "1974. Wij waren de besten".

Hij stipte het nationale trauma van Nederland wel aan, maar het grootste deel van de lezing ging over "Tussen Godenzonen".

Voor dit boek liep hij een jaar mee met de Ajax-selectie en gaf hij een inkijkje in de wereld van het betaalde voetbal. Aanvankelijk werd hij niet bepaald met open armen ontvangen, maar gaandeweg wist hij het vertrouwen te winnen bij de landskampioen.
Naast trainen en voetballen omvat de taakomschrijving van een beroepsvoetballer uiteraard ook de pers te woord staan. Hiervoor hebben de spelers uiteraard mediatraining gehad.
Daarnaast wordt van hen verlangd, dat ze ook allerlei goede doelen langs gaan, zoals tehuizen, scholen en straatjeugd. En niet te vergeten om na de wedstrijden bij toerbeurt het sponsorhome te bezoeken.

Bijzonder was ook het bezoek aan de favela's in Rio de Janeiro. De jeugd in deze sloppenwijk was zeer vereerd met hun bezoek, maar de Ajax-selectie vergat het belangrijkste: even voetballen met deze kansarme jeugd. Iedereen zat op iedereen te wachten voor het sein om te gaan spelen. Dat krijg je, als je alles in een keurslijf perst en eigen initiatief te vaak in de kiem wordt gesmoord.
Na de pauze kwamen de verhalen van individuele spelers aan de orde.

Ricardo van Rhijn vocht zich na een terugval terug door keihard te gaan trainen en te oefenen op onderdelen, die hij nog niet goed genoeg beheerste. Zo vocht hij zich terug naar een basisplaats. Met deze instelling komt hij er wel, net als Daley Blind.

De aanvoerder van Ajax ging tijdens de "Cruijff-revolutie" steeds slechter spelen. Hij werd door een deel van het publiek uitgekotst omdat hij de zoon was van Danny Blind, een van de tegenstanders van Cruijff.
Via een psycholoog, die hij zelf betaalde, leerde hij zich focussen op zijn eigen spel en zich af te sluiten voor het publiek.
Wie juist wel contact zoekt met het publiek is Jasper Cilissen.

De keeper van Ajax zoekt altijd naar zijn ouders op de tribune en zwaait dan even naar hen om daarna veel fraaie reddingen te verrichten.

Een bijzonder verhaal was dat van Derk Boerrigter.

Deze buitenspeler is er het schoolvoorbeeld van dat een aai over de bol vaak beter werkt dan een schop onder de kont. Bij F.C. Zwolle verkommerde hij, omdat de trainer hem alleen maar wees op wat hij fout deed. De coach werd ontslagen, zijn opvolger zei gewoon: "Derk, ik reken op jou!" en Boerrigter speelde de sterren van de hemel.
Bij Ajax ging het na een goed begin fout. Men is daar niet gewend om positieve feedback te geven....
Voor een bedrijf met een omzet van 100 miljoen euro is het toch wel bijzonder, dat men niet beschikt over een sportpsycholoog of een mentale trainer. Veel talent gaat zo verloren, terwijl dat niet nodig is.
Bij het vragenstellen aan het eind kwamen een paar andere boeken van Auke Kok aan de orde.

Allereerst "De jonge Holleeder", waarin te lezen valt, hoe een gewone jongen uit een gewoon gezin afglijdt naar de zware criminaliteit.

Het tweede was "Oorlogsliefde" over de weduwe van landverrader Anton van der Waals, die als 17-jarige verliefd werd op deze na de Tweede Wereldoorlog geëxecuteerde man.

Tenslotte het boek "Dit was Veronica" over deze in de jaren '60 en '70 bij de jeugd zeer populaire piratenzender.
Eén boek kwam helaas niet aan de orde, en dat was "1988. Wij hielden van Oranje".

En nu maar hopen, dat Oranje zich komende zomer net als in 1988 naar de titel blundert.

zondag 13 april 2014

Gruwelijke rijmen


De afspraak lag al een hele tijd vast. We zouden naar de uitvoering van "Gruwelijke rijmen" van de Stichting Muziekprojecten Pablo Neruda gaan. Onder leiding van dirigent en componist Cees Thissen was heel lang geoefend door het projectkoor, waar Bas en Nel Warnink in meezongen.
De dag kreeg een heel andere invulling, toen de moeder van Tim de Beer afgelopen dinsdag op 95-jarige leeftijd overleed. Gisteren was om 11 uur 's ochtends de begrafenis op kerkhof "Duinhof" in IJmuiden.
Ada en ik fietsten om 9 uur naar station Leiden, waar we de trein naar Driehuis namen. Tot afgelopen donderdag wist ik niet eens, dat Driehuis een station had, hoewel ik het had kunnen weten. Toen we in Driehuis waren uitgestapt, kwamen we langs de voetbalvelden van R.K.V.V. Velsen. In december 1975 had ik daar met eveneens in geel blaue geklede DIOS 8 gevoetbald. Ik kan me dat nog herinneren, daar ik treinen daar zag stoppen op de middag, dat de treinkaping bij Wijster beëindigd werd.

En dat, terwijl de Molukkers ons ook zo veel goeds te bieden hadden.


Vanaf station Driehuis volgden we de borden "Begraafplaats" en kwamen zo terecht op "Westerveld", een enorm kerkhof met het eerste crematorium van Nederland. Qua groote deed het denken aan "Pere Lachaisse", de beroemde begraafplaats in Parijs, waar beroemdheden als Edith Piaf en Jim Morrison hun laatste rustplaats vonden.

Via "Westerveld" kwamen we op de Slingerduinweg, dat ons bij "Duinhof" bracht. Hier luisterden we naar herinneringen aan Maria de Beer-van Gool, waarbij de gastvrijheid, de gezelligheid en de schaterlach telkens weer terug kwamen. Tussendoor werd toepasselijke muziek gedraaid.



Na de begrafenis reden Ada en ik met Joep mee naar het centrum van Haarlem. We wandelden naar het Groot Heiligland, waar we naar het Historisch Museum gingen, waar de tentoonstelling "Vrouwen met lef" te bezichtigen was.


Naast de momenteel in het middelpunt de belangstelling staande Kenau werd aan uiteenlopende Haarlemse vrouwen aandacht besteed, zoals de verzetsstrijdster Hannie Schaft.

Naast deze gelegenheidstentoonstelling keken we naar een film over de geschiedenis van Haarlem en bezichtigden het sombere werk van Kees Verwey, die bevriend was met schrijver Godfried Bomans.


We wandelden via de Grote Houtstraat naar de Grote Markt, waar we op zoek waren naar niet zozeer vrouwen met lef, maar naar vrouwen met Leffe.
Gelaafd reden we met de auto naar Rob en Margriet Ammerlaan, bij wie we een pizza aten alvorens naar de Lichtfabriek te vertrekken, waar we eerder al luisterden naar muziek uit the Sixties.

We moesten met zijn drieën 9 plaatsen vrijhouden voor de rest van de vriendengroep. Op de tweede rij vanaf de catwalk hadden we een prima uitzicht op het toneel voor ons en konden we luisteren naar de prachtige bewerking, die Cees Thissen gemaakt had van de Gruwelijke rijmen van Roald Dahl.
Het was een vrije bewerking van deze rijmen, waarbij toneel en muziek vlekkeloos in elkaar overliepen. Joop van den Ende kan een kant-en-klaar concept ophalen voor "Gruwelijke rijmen the musical". De humoristische filmbeelden maakten het helemaal af.
Het was een fantastisch concert van een prima koor, waarbij we volop genoten. Klasse!
Na afloop namen we nog een afzakkertje in de barruimte. Daarbij deelde ik het in het Historisch museum gekochte flesje Sterk wijf met mijn vrienden.

In de jaren '70 zei toenmalig Ajax-trainer George Knobel het al: "Ajax gaat kapot aan drank en sterke wijven!"
Na nog een tijdje met "Roald Dahl" Joost Dessing, die ik nog kende uit "De Hobbit", gepraat te hebben, konden we met Tim en zijn neef Peter Zwart meerrijden naar Haarlem stadion na een toch wel heel aparte dag. De schrijver van Gruwelijke rijmen zou het verzonnen kunnen hebben....

vrijdag 11 april 2014

"Wat willen jullie drinken?"

We schrijven de zomer van 1975. Het was een warme zomer met de eerste hittegolf in een kwart eeuw! Ik was die zomer aan mijn kaken geopereerd en zodoende goeddeels lopend patiënt. Ik was veroordeeld tot 6 weken vloeibaar voedsel.
Terwijl mijn vrienden Bas Warnink, Joep Kapiteyn en Tim de Beer de grootste lol hadden op Terschelling, vermaakte ik me thuis met lezen. De boeken van "Adriaan en Olivier" van Leonhard Huizinga deden me regelmatig schuddebuiken van het lachen.

De eerste maand was er absoluut geen sprake van, dat ik weg zou mogen van huis, maar toen ik bij een controlebezoek aan de kaakchirurgen Roorda en Hovinga vroeg, of ik eventueel zou mogen kamperen, kreeg ik zowaar toestemming.
Thuis gekomen wachtte me een verrassing. Er was een kaart verzonden vanaf camping "Appelhof" op Terschelling. De heren hadden leterlijk hun geld verbrast en kwamen eerder naar huis....

Nee, hoe mooi het weer ook was, het was niet bepaald mijn zomer. Maar nu heeft elk nadeel zijn voordeel. De vrienden brachten me in aanraking met de lp "Argus" van Wishbone Ash. Een klassieker!

En ik zou kennis maken met de ouders van Tim. Via de Equipe Liturgique van Pedagogische Academie "De la Salle" waren we bevriend geraakt. Zodoende reed ik mee met de oude VW Kever van de oudste broer van Joep met Tim aan het stuur.
De chauffeur voorspelde me, dat de eerste vraag, die zijn moeder zou stellen, deze was: "Wat willen jullie drinken?"
Bas en Joep konden dat beamen. Hen was bij aankomst in de Trompstraat in IJmuiden dezelfde vraag gesteld! En inderdaad, zo geschiedde op de zoveelste warme middag van die zomer.
Nu leer je bij allerlei management- of marketingcursussen altijd deze wijsheid: "De eerste indruk kun je maar één keer maken!"
De eerste indruk van Tims moeder was bijzonder goed: hartelijk, gastvrij en gezellig.
Hoe anders moet de eerste indruk geweest zijn, die ik gemaakt heb. Haar tot over de schouders, een rasterwerk van ijzerdraad in mijn mond, zodat mijn boven- en onderkaak aan elkaar vastgespalkt bleven en terwijl mijn vrienden om een biertje vroegen, mompelde ik, dat ik wel een glas melk wilde.

Ik hield me maar aan het advies van de kaakchirurgen, die me het drinken van alcohol ontraden hadden, zolang de spalken nog in mijn mond zaten.
Gezeten in de tuin werd ik ingewijd in de beginselen van het edele kaartspel Canasta.

Met melk en ander vloeibaar voedsel kwam ik de dag wel door, mede dankzij de gezelligheid, die Tims moeder altijd meebracht. Ik weet wel, waar de term "Beregezellig" vandaan komt.

Na de toch wel bijzondere eerste ontmoeting ben ik mevrouw De Beer gelukkig nog vaak tegengekomen. Deze week is ze op 95-jarige leeftijd overleden. Het zal daarboven een stuk gezelliger worden. En wie weet vraagt iemand daar nu: "Wat willen jullie drinken?"

dinsdag 8 april 2014

"Die heeft lef!"


Vandaag moest ik naar Amersfoort voor een bijeenkomst van BiebPanel, dat dit jaar 5 jaar bestaat. Het rapport over het Imago-onderzoek werd besproken en we kregen vers van de pers de eerste resutlaten van het onderzoek naar Tarieven en uitleenvoorwaarden te horen. Ook de Nationale Bibliotheekpas kwam aan de orde.

Na de lunchpauze was er een BiebPanelquiz, waarbij je moest lopen naar de ene kant van de zaal of naar de andere als je een antwoord gaf. Een alternatieve vorm van "petje op, petje af".
De eerste vraag was een eitje. Iedereen had deze goed. De tweede vraag was een stuk lastiger: zijn er 21 of 23 BiebPanel-onderzoeken gehouden? Nu is 23 mijn geluksgetal, maar ik liep toch naar 21, hetgeen ook het juiste antwoord was. De helft van de deelnemers mocht gaan zitten.
Na de volgende vraag was nog een zevental over. We zouden doorgaan tot vraag 9, maar dat bleek niet nodig. Bij vraag 4 was ik de enige, die naar de andere kant van de zaal wandelde. "Die heeft lef!", kreeg ik nog te horen, maar het werd al snel "Die heeft de fles!", want ik had de fles wijn gewonnen.

Ik heb het nooit een probleem gevonden om tegen de stroom op te roeien, als ik dacht, dat ik gelijk had. Er is immers geen lef voor nodig om het juiste antwoord te geven.

Het slot van de bijeenkomst ging over de inzet van sociale media. Van de verhalen, dat Facebook op zijn retour is, klopt niets. Maar ja, als je in bepaalde leeftijdscategoriën een dekkingspercentage van 99% hebt, is de groeimogelijkheid uiteraard ietwat beperkt.
Maar om nu te beweren, dat het allemaal zuivere koffie is....

Ik wandelde het kleine stukje van "De Eenhoorn" naar het station, waar ik met een overstap op Schiphol de trein naar Leiden nam. Hier had ik geluk: het was net droog na een flinke bui, toen ik naar huis fietste.
Thuis gekomen deed ik mijn sportkleren aan en ging driekwart ronde om de Stevenshof lopen. De bovenbenen voelden nog zwaar van de 30 km van de Braassemloop. Het tempo lag dus beduidend lager dan afgelopen zondag. De geklokte halve marathon ging met een snelheid van 12 km per uur, over deze 5 km deed ik een half uur. Zoiets wordt ook wel een hersteltraining genoemd.

zaterdag 5 april 2014

Misa Criolla

Gisterenavond was de tweede uitvoering van de Misa Criolla, die keer niet in Leiden, maar in Hoofddorp. In de Marktpleinkerk zouden Ada en ik om half 6 helpen met het klaarzetten van een paar verhogingen op het podium en het versjouwen van wat tafels.
In een grijs, pardon zeer kleurrijk verleden heb ik ooit eens eerder in de Marktpleinkerk gezongen. Onder de ietwat chaotische leiding van Joop Beenakker zongen we met jongerenkoor "Oktopus" uit Nieuw-Vennep bij onze noorderburen.

Voor het vertrek naar de Haarlemmermeer moest ik me in opdracht van Ada omkleden. Ik had onder mijn zwarte bloes een thermisch sporthemd met in rode letters Craft aangetrokken.

Ada maakte in zulke krachtige bewoordingen duidelijk, dat ze het hier niet mee eens was, dat ik maar besloot om naar mijn vrouw te luisteren. Soms moet je je verlies nemen....
We fietsten naar Leiden Centraal waar we om 10 voor 5 de trein hadden, waarna we om 5 over 5 naar het centrum van Hoofddorp wandelden. We zegden Bas Warnink nog even gedag in de bibliotheek, waar mijn vriend in de uitlening aan het werk was. Hij was zo geconcentreerd een klant aan het helpen, dat het een paar minuten duurde, voordat hij door had, dat wij er waren. Vakwerk van mijn vakbroeder!

Om half 6 konden we niet de hoofdingang van de Marktpleinkerk nemen. Er was een trouwdienst aan de gang, die wat uitgelopen was. De koster hielp ons via een achteringang naar binnen, waar Herman de Geus en Wim van Gent ook zaten te wachten, tot we aan de slag konden. We hadden echter tijd genoeg om alles klaar te zetten voor het inzingen.
We oefenden gelukkig het "Aleluia" nog een keer, zodat we wat zekerder het slotlied konden zingen.

De Marktpleinkerk was een stuk kleiner dan de Petruskerk. Er zaten ruim 200 toeschouwers, waaronder mijn zussen Annie en Joke en onze dochter in de zaal toen Opus Cuatro om kwart over 8 inzette. Dit keer onversterkt, waardoor de prachtige stemmen nog beter tot hun recht kwamen.

Akoestisch a capella werd "Swing low sweet chariot" gezongen. De rillingen liepen over de rug, zo ingetogen en zuiver als dat klonk.

Wat dat aangaat kwamen de vocale kwaliteiten van deze Argentijnen volledig tot hun recht.

Aan de door Fokke en Sukke gegeven opsomming kunnen we Opus Cuatro ook toevoegen.
Ik kon het dan ook niet nalaten om in de pauze de cd Opus Cuatro canta con los Coros Argentinos te kopen.


Nadat de Argentijnse zangers nog een paar nummers ten gehore hadden gebracht, mochten wij van het balkon af naar het podium lopen voor de Misa Criolla.

Ging het woensdag al goed, nu ging het nog veel beter!

Zelfs het lastige "Aleluia" ging behoorlijk goed. Als toegift zongen we wederom het tweede deel van het "Gloria".
Al met al konden we terugkijken op een geslaagde uitvoering. Na afloop liet ik de cd signeren door het Argentijnse kwartet. Tegen de bas zei ik, dat hij nog nooit zo laag gezongen had.
Toen hij mij niet begrijpend aankeek, gaf ik de verklaring: "You're now 5 meters below sea-level."
Dat maakt op buitenlanders altijd indruk, net als de constatering, dat dit nog geen 2 eeuwen geleden de bodem van een 5 meter diep meer was.

De Argentijnen brachten ons het beste van hun cultuur, ik liet hen wat ervaren van de typisch Hollandse poldercultuur.
Door de zeer vlakke Haarlemmermeerpolder reden Ada en ik nog nagenietend met een collega van Ada mee terug naar Leiden.

donderdag 3 april 2014

Opus Cuatro

Na een kwartaal lang te hebben geoefend op de Misa Criolla van Ariel Ramirez was gisterenavond de eerste van 2 uitvoeringen. Maar niet het Leidse Projectkoor was de hoofdact van de avond, maar de Argentijnse zanggroep Opus Cuatro.
En om u meteen uit de droom te helpen. Ondanks haar gelijkluidende naam zingt Suzi Quatro er niet in mee.

Om 6 uur moesten wij in de Petruskerk aan de Lammenschansweg aanwezig zijn.

Om kwart over 6 zou de generale repetitie met Opus Cuatro beginnen. Nou, dat viel toch wel enigszins tegen. Sommige stukken gingen een stuk sneller, dan we gewend waren van de repetitie en de oefen-cd.

Na de koffie en de thee gingen we met het koor op het koor zitten. Met zicht op de volle kerk onder ons en op het kwartet, dat de sterren van de hemel zong. Wat een stemmen! Ze konden er alles mee, van breekbaar tot zeer krachtig. Voor de pauze zong Opus Cuatro vooral a capella.

Het blok voor de pauze werd besloten door een serie negro-spirituals, die zeer bekend waren.

We liepen buitenom naar onze "kantine", waarna we ons na wat gedronken te hebben onder ons publiek begaven. Na met een paar bekenden gesproken te hebben zochten we ons koor weer op om naar het meer gevarieerde tweede gedeelte te luisteren. Opus Cuatro begeleiddde zichzelf met Argentijnse traditionele instrumenten, waardoor het geheel gevarieerder was.

Uiteindelijk brak het moment aan, dat wij het altaar, pardon, het podium mochten betreden.

Geheel in het zwart met een klein rood accent kwamen we aan met de partituur van de Misa Criolla.

En wat het is, zal altijd een raadsel blijven, maar ineens lukte alles. De uitvoering ging veel beter dan welke repetitie dan ook!

Alleen het afsluitende "Aleluia" uit de Misa por la Paz y la Justicia ging te gejaagd. Het ging niet slecht, maar het kon beter.
Als toegift zongen we een gedeelte uit het "Gloria" nog een keer. Zeer aanstekelijke muziek. Je hebt de neiging om erbij te gaan dansen.
Na geholpen te hebben met het opruimen van het gehuurde podium en de klapstoelen namen we een welverdiend afzakkertje voor we om half 12 op huis aan fietsten.

dinsdag 1 april 2014

Winter!

We hebben het gemist dit jaar: de winter. Ik had nooit gedacht, dat we het ooit zouden beleven, maar het is nu toch echt een feit, de Hellmannloze winter. In dat opzicht is het de zachtste winter ooit.
Dieper dan dit kunnen we dus niet zinken. Het verschil met vorig jaar was dan ook levensgroot, vooral als je maart van beide jaren vergelijkt.

Dit jaar grossierde maart in hoge temperaturen en zonnig weer. Op zich is dat niet erg. We konden zodoende in heerlijke omstandigheden sporten. Erger was dat december, januari en februari veel te warm waren.
Voor alle schaatsliefhebbers, die net als ik verlangen naar natuurijs, wil ik een boek onder de aandacht brengen met de korte maar krachtige titel "Winter!".

De aanschafinformatietekst, op grond waarvan openbare bibliotheken hun boeken aanschaffen, luidt voor dit boek van Jeroen van der Spek als volgt: "De winter is voor veel Nederlanders het favoriete seizoen. De winter is geliefd om het schaatsen, de schaatscultuur, de Elfstedentocht, sneeuwpret en andere koude wintersensaties. Maar ook voor wie hiervan niet houdt, heeft de winter genoeg aantrekkelijks: huiselijkheid, lange avonden bij een knapperig haardvuur, kokkerellen (slow winterfood) en feesten. De auteur, reisjournalist en schaatsliefhebber, beschrijft in woord en beeld de Nederlandse wintercultuur. Met onder meer de mooiste winters van de twintigste eeuw, winternostalgie, extreme winters, winterfeesten en -folklore, en verder natuurlijk veel aandacht voor het schaatsen. Met enkele winterse recepten. Fraai, rijk geïllustreerd kijk- en bladerboek, voor een breed publiek."
Ik kan deze tekst volledig onderschrijven. In dit goed leesbare en prachtig geïllustreerde boek staan voor deze doorgewinterde lezer ook tal van nieuwe feiten. Bijvoorbeeld de befaamde koek-en-zopie. Tegenwoordig verstaan we onder zopie vooral warme chocolademelk. In de Middeleeuwen hadden ze een ietwat ander recept: 1 liter bier, 125 gram bruine basterdsuiker, 2 plakjes citroen, 2 eieren, 1 pijpje kaneel, 2 kruidnagels en 1 deciliter rum.

Koek-en-zopie voor een echte kerel.

Proost!