Op 1 september 1979 begon mijn vervangende dienstplicht bij de Openbare Bibliotheek in Leiden. Dit betekent, dat ik vandaag 40 jaar in het vak zit.
Ik fietste vanuit Nieuw-Vennep 5 en als ik een zaterdagdienst had 6 keer per week op een opoefiets naar de "Reuvens-bibliotheek" aan de Breestraat in Leiden.
De weg naar de vervangende dienstplicht begon voor deze bibliothecaris met het lezen van een boek.
Door "Frank van Wezels roemruchte jaren" van A.M. de Jong ging ik nadenken over de dienstplicht en gaandeweg werd het voor mij steeds duidelijker: ik word dienstweigeraar.
Op de dag, dat ik aan mijn loopbaan in het bibliotheekwezen begon, was het 40 jaar geleden, dat de Tweede Wereldoorlog begon met de inval van de Duitsers in Polen. Vandaag is het 80 jaar geleden.
Ik heb in die 40 jaar nooit spijt gehad van mijn keuze om dienstweigeraar te worden, ook al is het streven naar vrede vaak tegen de stroom in zwemmen.
Wel leer je relativeren. Enerzijds is 40 jaar een lange tijd, anderzijds lijkt het toch snel voorbij te gaan. Het vreemde effect van tijd.
Het komt niet vaak voor, dat iemand van het Koninklijke Huis uit de kast komt. Datzelfde geldt voor een flink aantal titels uit de collectie van onze Koninklijke Bibliotheek. Vandaar dat wij, Beatrix II van het Koninkrijk der Nederlanden, de inspanningen van mijn bijna naamgenoot Bea ten zeerste kunnen waarderen om de zogeheten winkeldochters via interbibliothecair leenverkeer toch uitgeleend te krijgen.
Zij treedt hiermee in de voetsporen van de oprichters van de eind jaren ‘50 in het leven geroepen voorlopers van de Openbare Bibliotheek Katwijk.
Welnu, het bibliotheekwezen was destijds letterlijk en figuurlijk veel meer handwerk en het interbibliothecair leenverkeer werd keurig in een boek geboekstaafd, zodat een halve eeuw na datum nog steeds te lezen is, welke boeken uit de Koninklijke Bibliotheek hun weg naar Katwijk vonden.
Middels deze administratie kunnen we voorkomen, dat Bea straks in het beruchte zwarte gat valt na ruim 25 jaar werkzaam geweest te zijn in de Katwijkse Bibliotheek.
Nu we het toch over deze bibliotheek hebben: tot mijn leedwezen heb ik moeten constateren, dat in dit gebouw een genderneutraal toilet ontbreekt. Zou de directeur van deze stichting er op toe willen zien, dat deze omissie met de grootst mogelijke spoed wordt verholpen?
Maar dit terzijde. Beatrix II verscheen hier niet voor genderneutraal toiletbezoek. Dat kunt u wel aan uw water voelen. Zoals Bea ook wel eens wat aan het water voelde. Daarmee was zij een voorloper van het heden ten dage zo succesvolle lange afstandszwemmen in open water, waarmee ons Koninkrijk der Nederlanden tijdens de Olympische Spelen al diverse gouden medailles in de wacht heeft gesleept. En dit alles dankzij een moedige duik in het Uitwateringskanaal, gevolgd door een bovenmenselijke zwemtocht. Hulde hiervoor.
Welnu, het heeft Hare Majesteit behaagd om Bea Meijvogel-Oldenhof, vanwege haar verdiensten voor zowel het Nederlandse bibliotheekwezen als voor die van de zwemsport in het algemeen als het zwemmen in buitenwater in het bijzonder, te benoemen tot Ridder in de Orde van het Koninklijke Bibliotheekwezen.
Hierbij willen wij, Beatrix II van het Koninkrijk der Nederlanden, de versierselen, behorende bij de benoeming, aan deze onderdaan overhandigen.
Landgenoten, het was een genoegen om in uw bibliotheek ontvangen te worden, maar bij een volgend bezoek stellen wij, Beatrix II van het Koninkrijk der Nederlanden, het ten zeerste op prijs om met het “Wilhelmus” ontvangen te worden.
Waarvan acte,
Beatrix II, Koningin der Nederlanden
Hoe je het ook wendt of keert, de Elfstedentocht blijft een intrigerend fenomeen. Het hoeft maar eventjes te vriezen, of het speculeren kan weer beginnen: komt hij wel of komt hij niet?
Vrijdag 8 februari is het 8070 dagen geleden, dat de laatste officiële Elfstedentocht op 4 januari 1997 is georganiseerd. De langste periode zonder Elfstedentocht.
De vorige langste periode was van 18 januari 1963, toen de meest barre Tocht der Tochten ooit is verreden, tot 21 februari 1985.
De ondertitel is "Wachten op de Elfstedentocht". Het is wachten op het masochistische af.
Geduld kan de Elfstedenschaatser dus niet ontzegd worden.
Wat dat aangaat ben ik heel blij, dat ik met een groep schaatsvrienden op 11 februari 2012 de kans gegrepen heb om op eigen houtje de Elfstedentocht te schaatsen.
Ik weet nog goed, dat we het toen onder het schaatsen hadden over de vraag: "Zou de echte Elfstedentocht vandaag gereden kunnen worden?"
Ons eensluidende antwoord was: "Nee!"
Of het alle schaatsers de hele dag zou kunnen dragen was allerminst zeker, maar het grootste risico zagen wij in het publiek. Hoe hou je een miljoen toeschouwers van het ijs?
Bij de finish van de Elfstedentocht van 1963 kwamen er zoveel mensen op de Groote Wielen, dat het ijs scheurde onder deze massa. En het ijs was toen heus wel dik te noemen. Het had op een ramp uit kunnen lopen.
Maar dat het te verwachten grote aantal toeschouwers de rayonhoofden kopzorgen bezorgen, moge duidelijk zijn. Marijn de Vries, die op maandag een sportcolumn in Trouw schrijft, die ik iedere week met veel plezier lees, wijdde er op 21 januari haar bijdrage aan.
De kop was helder: "Waarom er nooit meer een Elfstedentocht komt". Dat de mensenmassa in de beraadslagingen van het Elfstedenbestuur zeker een grote rol in de besluitvorming geeft, dat staat voor mij buiten kijf. Naast het gebrek aan voldoende lange vorstperiodes in de afgelopen 22 jaar is de te verwachten invasie van toeschouwers niet bepaald bevorderlijk voor "It giet oan!"
Zelf denk ik, dat de Tocht der Tochten heus nog wel komt. Alleen moet alles een keer goed vallen en dat wordt met het opwarmende klimaat steeds lastiger.
Maar met wat historisch besef wordt je toch wat minder pessimistisch. In de periode voor 1985 verschenen dit soort verhalen ook.
En toen kwamen er 2 op een rij!
De meest bekende zinsnede uit het werk van de dichter J.W.F. Werumeus Buning luidt: "En de boer hij ploegde voort."
Voor een Elfstedenrijder geldt hetzelfde: "En de schaatser hij trainde voort."
"Ard en Keessie" hebben in de jaren '60 Nederland voorgoed op de kaart gezet als toonaangevende schaatsnatie. Eind vorig jaar verscheen een biografie over Kees Verkerk. Jeroen Haarsma beschreef in "Keessie" niet alleen de sportcarriere van deze schaatser, die als eerste Nederlander op de langebaan een medaille op de Olympische Winterspelen won, maar hij gaf tegelijkertijd een goede beschrijving van dat tijdsgewricht.
Kees Verkek was mentaal ijzersterk. Psychologische oorlogsvoering was hem op het lijf geschreven.
Met de simpele vraag "Wie wordt er tweede vandaag?" aan de ontbijttafel nam hij al een mentale voorsprong op zijn tegenstanders. Wie houdt van dit soort psychologische hoogstandjes kan met "Keessie" zijn hart ophalen.
Maar het was niet alleen mentale training. Ook fysieke training stond bij hem hoog aangeschreven.
"Hij helpt zandschepen bij het lossen. Zwaar werk, maar dat wil Kees graag. Hij ziet op jonge leeftijd al in, dat je overal een training van kunt maken. Zo krijgt de gespierde torso van Kees in zijn tienerjaren al vorm."
En zo zorgde deze kleine man uit Puttershoek samen met de lange Ard Schenk jarenlang voor veel vreugde in de Nederlandse huiskamers. "Keessie" van Jeroen Haarsma brengt deze tijd weer tot leven. Ik kan dit boek aan iedere schaatsliefhebber van harte aanbevelen.
Afgelopen donderdag had ik het met Henk Distelvelt en Arthur van Winsen over literatuur en dan met name over de dichtkunst. Aanleiding was het gedicht "De tuinman en de dood" van P.N. van Eyk.
Een Perzisch edelman:
Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!
Ginder in de rooshof, snoeide ik loot na loot
Toen keek ik achter mij, Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan."
Vanmiddag, lang reeds was hij heengespoed,
heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
"Waarom", zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht bedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrrast,
toen ik 's morgens hier nog stil aan het werk zag staan
die ik 's avonds halen moest in Ispahaan."
P.N. van Eyk
Maar zoals je een enkele keer in de muziek hebt, dat een cover beter is dan het origineel, vroeg Arthur of we het gedicht "Een Friese stempelaar" kenden?
Nee dus. Wat een prachtig gedicht! Iedere schaatser hoort dit te kennen. Daar werk ik graag aan mee.
Een Friese stempelaar
Vanmorgen ijlt een rijder, wit van schrik,
Mijn hokje in: "Mijnheer, één ogenblik!
Ginds op de trekvaart gleed ik nog zo mooi.
Toen keek ik onder mij: daar was de Dooi.
Ik schrok en haastte mij naar de andere kant,
Daar kluunde ik een tijdje door het zand.
Geef mij uw stempel, een stuk touw en ook een priem,
Voor de avond nog bereik ik Bartlehiem!" -
Vanmiddag (lang reeds was hij heen gespoed)
Heb ik in 't stempelhok de Dooi ontmoet.
"Waarom", zo vraag ik, wijl het water stijgt,
"Hebt gij vanmorgen reeds de tocht bedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij: "Geen bedreiging was 't,
Waarvoor uw rijder vlood. Ik was verrast,
Toen ik vanmorgen in uw hokje heb gezien
Die ik des avonds halen moest in Bartlehiem!"
Gaandeweg het weekeinde kreeg ik meer last van verkoudheid. Ik hield het op de been, maar gisteren kreeg ik mezelf niet warmgestookt. Een veeg teken.
Vanmorgen voelde ik me gammel, maar ik had geen koorts. Het is, dat we een ondernemingsraadsvergadering hadden afgesproken, anders had ik me ziekgemeld.
Tegen een harde noordwestenwind in fietste ik naar mijn werk. Daar aangekomen hoorde ik, dat de vergadering niet doorging, daar de directeur last had van Kuipkoorts.
Ik snap daar niets van. Zo gek is het toch niet, dat transportbedrijf Breed een klus uitvoert bij "De Kuip"?
In navolging van mijn broer reed ik een rondje langs de filialen met de biebauto om kratten met boeken te wisselen. Daarna ging ik naar huis. Opa Breed was aan een middagdutje toe. Dat deed ik, nadat ik me voor 50% ziek had gemeld.
Wie altijd al dacht, dat ik half werk leverde....
Het bewijs, dat ik echt 50% ziek ben, wordt morgen geleverd. Ik ga morgenochtend niet schaatsen met de "Krasse knarren" in de Leidse IJshal. Me dunkt dat dit voldoende zegt.
Japke-d. Bouma schrijft wekelijks columns in nrc.next en het NRC Handelsblad. Een verzameling van deze columns is te vinden in "Mag ik even iets tegen je aanhouden?"
Ze heeft een vlotte pen. Dat is zeker. Ook gevoel voor humor kan haar niet ontzegd worden. Een schoolvoorbeeld is te vinden in het hoofdstuk "Winterporno" over de winterclichés. Zodra het gaat vriezen, komen er termen als "ruige rijp" en "uitsneeuwende mist".
Ik citeer: "En dan is er natuurlijk nog de ultieme ontlading van al die winterporno: het collectieve orgasme waar heel Nederland zo naar verlangt, de Elfstedentocht. En het is al meer dan twintig jaar geleden of zo hé, dat de laatste was. Je leert op liefdescursussen altijd dat je het orgasme zo lang mogelijk moet uitstellen. Nou, dat zit bij die Elfstedentocht wel snor."
Nog een paar hoofdstukken over sport maken het lezen van dit boek aanbevelenswaardig: "Als Nederlanders over schaatsen praten, berg je dan maar" en "Dit zijn de 12 ergste sportclichés".
Een prachtige uitsmijter is te lezen in "Wie wordt de nieuwe bondscoach?": "Ik vind de suggestie van Henk Krol de beste. Die zei ooit tegen GeenStijl dat Rinus Michels het moet worden. Michels heeft de ballen, de mannen kijken tegen hem op en hij is een rechtvaardige people's manager. Het enige nadeel is dat hij al in 2005 is overleden."
Vannacht droomde ik van de doemnevel. Associaties kwamen bij me op over een moeras, waar de mistflarden de tocht door het drassige gebied tot een hachelijke zaak maken. Het woord "doemnevel" leek regelrecht uit de boeken van Marten Toonder te komen. Wat een geweldige woordenschat had deze stripschrijver!
Met zijn archaïsche taalgebuik verrijkte hij onze taal met woorden als minkukel.
Zwaar beladen reed ik vanmorgen naar Vondellaan toe, waar in de Leidse IJshal met een peloton van 25 "Krasse knarren" flink gezwoegd moest gaan worden.
Als je vaak 25 kilometer traint, is dat niet zo'n probleem, maar als het tempo af en toe opgeschroefd wordt naar 28 kilometer per uur, dan moeten alle zeilen worden bijgezet.
Dat bijzetten van alle zeilen gebeurde ook door Jos Arts en Willem van Vliet, die met tomeloze inzet ijverden voor de komst van een 333-meterbaan. Als het niet lukt, valt hen niets te verwijten. Het lag meer aan wat bovenbazen her en der in de regio.
De 333-meterbaan lijkt wel omgeven door een doemnevel.
Het landschap in de Bommelverhalen is duidelijk geïnspireerd door Ierland, het land, waar Marten Toonder een flink deel van zijn leven heeft gewoond en waar hij ook is begraven.
Wie zelf wel eens in Ierland is geweest, zal zich niet verbazen over het landschap in de boeken van Olivier B. Bommel en Tom Poes.
In Ierland zijn veel verhalen over kabouters en elfen.
Wie wel eens rondgezworven heeft op het Groene eiland kan zich voorstellen, dat deze en andere sprookjesfiguren in dit mysterieuze landschap zouden kunnen bestaan.
Vier jubilarissen, die werken bij de bieb,
werken bij de bieb,
vier jubilarissen, die zijn niet meer zo piep
op een mooie vrolijke dag in november.
Beste jubilarissen, gezamenlijk werken jullie 130 jaar bij de Katwijkse bibliotheek. Een flinke tijd. Hulde daarvoor. Laat ik beginnen bij de zilveren jubilarissen. Zij komen immers pas net kijken.
De Benjamin hiervan kwam middels de gemeentelijke herindeling in Katwijk terecht. Zeker in het begin was ze met geen stok uit Rijnsburg te slaan, maar ja, zij kreeg dan ook hulp van onze beste vrijwilliger: “Ja dat is Peter, ja dat is Peter!”
Later wist ze de weg naar zee echter goed te vinden. En dat was te verwachten, want naar welke andere bibliothecaresse zijn in het hele land straatnamen vernoemd?
Ik ken er geen. Maar heel veel steden en dorpen kennen wel de Heemskerkstraat. Doe haar dat maar eens na.
Het is alleen vreemd, dat de Heemskerkstraat steevast in de Zeeheldenbuurt te vinden is. Zoveel moed is toch niet nodig om naar de zee af te reizen?
Nu we het daar toch over hebben: heden ten dage zijn er heel wat mensen, die naar warme oorden trekken om in warme wateren te gaan zwemmen met dolfijnen. Dat heeft onze volgende zilveren jubilaris helemaal niet nodig. Waarom zou je een eind gaan reizen, als je hier met je eigen hond in het Uitwateringskanaal kunt gaan zwemmen? Ondertussen maak je ook nog reclame voor de cd-collectie van de bibliotheek, door luidkeels het Beatles-nummer “Help” ten gehore te brengen.
“Help me if you can, I’m feeling down,
and I do appricate you being ‘round,
help me get my feet back on the ground,
Won’t you please, please help me?”
Met de hond aan de lijn gebeurde dat groots en meeslepend.
Dan zijn nu de echte veteranen aan de beurt. Allereerst wil ik beginnen met degene, met wie ik de voorliefde voor schaatsen op natuurijs deel. Cora van de catalogus werkt al 40 jaar bij de bibliotheek en eenieder kent haar als nauwkeurig en nauwgezet. Nou klopt dat grotendeels wel, maar onlangs kwam ik er achter, dat ze een bepaald exemplaar al zeer lang in bezit heeft. De titel hiervan is “De levensroman van Johannes Zuijderduijn”.
De termijn hiervan is al ruim een kwart eeuw overschreden. En dat is jammer, want zo kunnen andere klanten dit exemplaar nooit eens lenen.
Desondanks wil ik u een anekdote uit deze levensroman onthullen. Johannes Zuijderduijn had een jaar bij ons gewerkt, toen hij een rondje met de biebauto meereed en ons in Katwijk aan den Rijn mededeelde, dat hij alweer ging vertrekken.
Op de vraag, of hij niet met de vrouwen op de bieb overweg kon, kwam het verbluffende antwoord: “Het lag meer aan de mannen!”
Daar kon ik het mee doen.
Ja, Johannes weet, hoe hij vrienden moet maken….
En dan maakt Evelien het kwartet vol. Een kwartet pas ook wel bij haar. Ze zingt immers zeer graag en voor een vierstemmig lied draait ze haar hand niet om.
Nu denken jullie, dat jullie Evelien al lang kennen, maar ik ken haar nog langer. Ik zat namelijk op de Frederik Muller Akademie in Amsterdam 2 jaar bij haar in de klas. Toen heette ze anders: Evelien van de Linde. Van 1976 tot 1978 vertoefden wij in een grachtenpand aan de Keizersgracht, vlak bij de Westerkerk.
Nu heb ik de naam, dat ik een echte duursporter ben. Welnu, in die jaren werd ik door Evelien op flinke achterstand gezet. Waar de meeste thuiswonende studenten met trein of bus op en neer naar Mokum reisden, daar was Evelien uren onderweg met een alternatief vervoermiddel.
Maar ja, ze kwam dan ook uit Purmerend.
“Op de step, op de step, ik ben zo blij dat ik hem heb.
En nou eens even zien, waar rij ik nou naar toe?
Naar Purmerend misschien, ik weet alleen niet hoe.
Toen zag ik die pastoor, bent u misschien bekend?
Weet u misschien de weg naar Purmerend?”
Momenteel loopt de televisieserie "80 jaar oorlog". Een prachtige documentaire over het ontstaan van Nederland met heel wat nieuwe feiten en achtergronden, waar we op school nooit wat van gehoord hebben.
Afgelopen donderdag was op mijn werk "Vive le Geus". Hans Goedkoop, presentator van "80 jaar oorlog", vertelde samen met "Camerata Trajectina" met veel muziek uit die roerige periode uit de vaderlandse geschiedenis het verhaal van deTachtigjarige oorlog.
Gezeten naast mijn Elfstedenmaat Jos Drabbels en zijn vriendin Sophia genoten we volop van dit muziektheater. Na afloop sprak ik Hans Goedkoop kort. Hij omschreef het kort en bondig als "De slapsickversie van de televisieserie.
Liederen van 27 coupletten verhaalden van de strijd, maar gaven regelmatig ook de standpunten van de verschillende partijen weer. In een tijd zonder kranten diende het lied als een gezongen krant.
Wie kans krijgt om "Vive le Geus" te bezoeken: ga. Een leuke avond is gegarandeerd.
Eergisterenavond stond eveneens in het teken van de muziek. We gingen naar een concert van het TOP-orkest. Het Talent op podium-orkest speelde werken van Tsjaikovski, Bruch en Ravel onder leiding van de Engelse dirigent Dominic Seldis, die met onderkoelde Engelse humor alles aan elkaar praatte.
Onze jongste dochter speelde trompet in het orkest. Vooraf waren we met 7 familieleden wezen eten in de "City Hall", waar ik voor het eerst van mijn leven zwaardvis gegeten heb. Geheel naar eigen keuze kunt u me nu degenslikker of ijzervreter noemen....
Het was een prima concert, waarbij vooral de hoofdmelodie uit het 1e pianoconcert van Tsjaikovski de hele dag in je hoofd bleef zitten. Dat werd dus lang nagenieten.
Hiermee was de cultuurweek nog niet op.Gisterenmiddag kwam Jaap Toorenaar een kindercollege over "Asterix en Obelix" geven op de Hoofdbibliotheek.
Daar kon ik niet bij zijn, daar ik 's middags in filiaal Hoornes/Rijnsoever werkte. Daar ik de biebauto terug moest brengen, kon ik toch nog even met deze voormalige leraar Klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium spreken. Hij heeft 3 van mijn 4 kinderen in de klas gehad.
Met een gesigneerd exemplaar van "Asterix, de vrolijke wetenschap" fietste ik terug naar Hoornes/Rijnsoever. Een bibliothecaris blijft toch een verzamelaar.....