Vannacht droomde ik van de doemnevel. Associaties kwamen bij me op over een moeras, waar de mistflarden de tocht door het drassige gebied tot een hachelijke zaak maken. Het woord "doemnevel" leek regelrecht uit de boeken van Marten Toonder te komen. Wat een geweldige woordenschat had deze stripschrijver!
Met zijn archaïsche taalgebuik verrijkte hij onze taal met woorden als minkukel.
Zwaar beladen reed ik vanmorgen naar Vondellaan toe, waar in de Leidse IJshal met een peloton van 25 "Krasse knarren" flink gezwoegd moest gaan worden.
Als je vaak 25 kilometer traint, is dat niet zo'n probleem, maar als het tempo af en toe opgeschroefd wordt naar 28 kilometer per uur, dan moeten alle zeilen worden bijgezet.
Dat bijzetten van alle zeilen gebeurde ook door Jos Arts en Willem van Vliet, die met tomeloze inzet ijverden voor de komst van een 333-meterbaan. Als het niet lukt, valt hen niets te verwijten. Het lag meer aan wat bovenbazen her en der in de regio.
De 333-meterbaan lijkt wel omgeven door een doemnevel.
Het landschap in de Bommelverhalen is duidelijk geïnspireerd door Ierland, het land, waar Marten Toonder een flink deel van zijn leven heeft gewoond en waar hij ook is begraven.
Wie zelf wel eens in Ierland is geweest, zal zich niet verbazen over het landschap in de boeken van Olivier B. Bommel en Tom Poes.
In Ierland zijn veel verhalen over kabouters en elfen.
Wie wel eens rondgezworven heeft op het Groene eiland kan zich voorstellen, dat deze en andere sprookjesfiguren in dit mysterieuze landschap zouden kunnen bestaan.
Momenteel loopt de televisieserie "80 jaar oorlog". Een prachtige documentaire over het ontstaan van Nederland met heel wat nieuwe feiten en achtergronden, waar we op school nooit wat van gehoord hebben.
Afgelopen donderdag was op mijn werk "Vive le Geus". Hans Goedkoop, presentator van "80 jaar oorlog", vertelde samen met "Camerata Trajectina" met veel muziek uit die roerige periode uit de vaderlandse geschiedenis het verhaal van deTachtigjarige oorlog.
Gezeten naast mijn Elfstedenmaat Jos Drabbels en zijn vriendin Sophia genoten we volop van dit muziektheater. Na afloop sprak ik Hans Goedkoop kort. Hij omschreef het kort en bondig als "De slapsickversie van de televisieserie.
Liederen van 27 coupletten verhaalden van de strijd, maar gaven regelmatig ook de standpunten van de verschillende partijen weer. In een tijd zonder kranten diende het lied als een gezongen krant.
Wie kans krijgt om "Vive le Geus" te bezoeken: ga. Een leuke avond is gegarandeerd.
Eergisterenavond stond eveneens in het teken van de muziek. We gingen naar een concert van het TOP-orkest. Het Talent op podium-orkest speelde werken van Tsjaikovski, Bruch en Ravel onder leiding van de Engelse dirigent Dominic Seldis, die met onderkoelde Engelse humor alles aan elkaar praatte.
Onze jongste dochter speelde trompet in het orkest. Vooraf waren we met 7 familieleden wezen eten in de "City Hall", waar ik voor het eerst van mijn leven zwaardvis gegeten heb. Geheel naar eigen keuze kunt u me nu degenslikker of ijzervreter noemen....
Het was een prima concert, waarbij vooral de hoofdmelodie uit het 1e pianoconcert van Tsjaikovski de hele dag in je hoofd bleef zitten. Dat werd dus lang nagenieten.
Hiermee was de cultuurweek nog niet op.Gisterenmiddag kwam Jaap Toorenaar een kindercollege over "Asterix en Obelix" geven op de Hoofdbibliotheek.
Daar kon ik niet bij zijn, daar ik 's middags in filiaal Hoornes/Rijnsoever werkte. Daar ik de biebauto terug moest brengen, kon ik toch nog even met deze voormalige leraar Klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium spreken. Hij heeft 3 van mijn 4 kinderen in de klas gehad.
Met een gesigneerd exemplaar van "Asterix, de vrolijke wetenschap" fietste ik terug naar Hoornes/Rijnsoever. Een bibliothecaris blijft toch een verzamelaar.....
Afgelopen donderdag verscheen de nieuwste Asterix: "Asterix en de race door de Laars". Het heeft enerzijds wat weg van de Giro d'Italia met zijn etappes, anderzijds ook van de rally's in de autosport. Het was weer volop genieten met talrijke verwijzingen naar de actualiteit, maar ook naar typisch Italiaanse gewoontes en zaken. Zo zie je op een gegeven moment de verre voorvader van Luciano Pavarotti opduiken.
Het internationale peloton uit het wielrennen komt duidelijk terug in "De race naar de Laars". Grappig is, dat de in vrijwel ieder album opduikende piraten dit keer ook meedoen. Als wegpiraten!
De voorloper van "De race door de Laars" is "Asterix en de Ronde van Gallië". Dit is een persiflage op de Tour de France, waarbij Gallië in diverse etappes doorkruist wordt. Het was een genoegen om deze oude Asterix weer eens te herlezen. Het wachten is op de persiflage op de Vuelta a España.
Soms gaat het snel. Er zijn keren, dat het heel lastig is om iets af te spreken met 10 personen. Gisteren lukte het binnen een dag om te regelen, dat we op zondag naar Enkhuizen naar het Maritiem Festival in het Zuiderzeemuseum te gaan.
Om in de stemming te komen draaide ik de cd van "Fungus" in de voorafgaande dagen een paar keer. Shantykoren hebben in het algemeen een hoog "Kaap'ren varen"-gehalte. Maar "Fungus" heeft mooiere nummers op het repertoire dan deze enige hit.
Met Bas en Nel Warnink treinden we naar Enkhuizen toe, waar we onder leiding van gids Rob Ammerlaan door dit prachtige Zuiderzeestadje naar de plaats van bestemming wandelden.
Toen iedereen er was lunchten we gezamenlijk voordat we naar het Zuiderzeemuseum liepen.
Het was na een behoorlijk regenachtige week heerlijk zonnig weer. Het was dus volop genieten van de plek, waar het Maritiem festival gehouden werd.
De eerste muzikanten, die we hoorden, was het shantykoor "De Boekaniers" met een nummer van "Fungus"....
We kuierden rustig door het fraai aangelegde openluchtmuseum.
Zo kwamen we bij de muziektent uit, waar "Enkhuizen 4" een optreden verzorgde.
Onderweg was het voor deze oudere jongeren een feest van herkenning.
De sfeer was muzikaal weer te geven met dit nummer van Wim Sonneveld.
Zo was er ook een wasserij met een muziekinstrument, waarop ik in onze jeugdjaren op gespeeld heb, ook al was ik lang niet zo goed als Ernst Jansz.
De beste groep was bewaard voor het laatste. "Gjalt & Paul" waren muzikaal en qua aankleding de uitschieters. Het was wel heel toepasselijk, dat het optreden van deze Friezen plaatsvond op het terras van de herberg uit Hindeloopen.
Om 5 uur vertrokken we met de veerpont naar het station van Enkhuizen, waar we na een korte wandeling belandden op het terras van herberg "De Compagnie" met 20 soorten bier van de tap. Na de eerste dorst gelest te hebben gingen we om 6 uur naar binnen, waar we met 10 vrienden een zeer gezellige maaltijd hadden met de nodige lachsalvo's.
Gezeten naast Margriet Biemold kwam ik er natuurlijk niet onderuit om als laatste drankje een "Dulle Griet"-bier te bestellen. De meeste mensen zullen "Dulle Griet" alleen maar kennen als een Suske en Wiske-stripverhaal.
Maar als bibliothecaris word ik geacht om de cultuur uit te dragen. De "Dulle Griet" is ook een schilderij van Pieter Bruegel de Oude, waar een heel verhaal aan vast zit.
U ziet het: ik ben een fijnproever....
Vandaag stond de Halve marathon van Katwijk op het programma. Het beloofde met temperaturen van een graag of 25 een warme en daardoor zware editie te worden.
Daar Ada op de volkstuin moest helpen, was het mijn taak om met een boodschappenbriefje naar "De Helianth" te fietsen en met de gewenste artikelen thuis te komen.
Nadat ik de boodschappen thuis had weggeruimd, fietste ik meteen door naar de Erik Hazelhoff Roelfzematunnel onder de A44 bij Den Deyl, waar ik op Hans Boers wachtte. Tijdens de 5 minuten wachten kwam er een motoragent met zwaailicht aanrijden, die een rijbaan afsloot met zijn motor en een tweetal politiewagens, die hetzelfde deden. In Wassenaar zelf was er ook een enorme drukte.
Het bleek, dat er een Tina-dag was in Duinrell.
Hans en ik moesten tussen het drukke verkeer door laveren op weg naar "De Klip". Naast veel auto's zagen we ook diverse vaders, maar vooral moeders met hun dochters naar Duinrell wandelen.
Het is trouwens verstandig, dat een van de ouders mee ging, want vandaag was Duinrell natuurlijk een lusthof voor types als Benno L. en Luigi C.
De pedofiele medemens zou ogen tekort komen op de Tina-dag.
Hans en ik waren blij, dat we de drukte gepasseerd waren, want Hans moest zich nog inschrijven voor de halve marathon. Zelf had ik startnummer 179 al een week in huis.
De fietstocht door de duinen was een goede terreinverkenning. We konden goed merken, hoe warm het in de duinpannen was. Het heet trouwens niet voor niets duinpan!
In "De Zwaan" zagen we ook Jaap de Gorter en Juul Mentink, die de 10 kilometer gingen lopen. Met zijn vieren wandelden we naar het startvak, waar om 7 over 12 het startschot klonk.
Na 47 seconden passeerden wij de startstreep. Vanaf de eerste meters ging het lopen erg makkelijk. Aanvankelijk gold dat ook voor Hans. Richting Panbos haalden wij constant lopers in aan het uiterste randje van de duinpaden.
Heel opvallend was het opstuivende zand, dat de stoet lopers produceerde. Hierdoor kon je goed zien, dat het de laatste 6 weken behoorlijk droog was geweest. Daar deze halve marathon voor deze IJVL-ers een zware training was als voorbereiding op het schaatsseizoen, was er zodoende sprake van oefenstof.
Vlak voordat we het Panbos in liepen, kwam ons een fietser tegemoet met vlak achter zich de koploper. Nu liepen wij bepaald niet te lanterfanten, maar Luuk Metselaar, de uiteindelijke winnaar, had al een voorsprong opgebouwd van 2500 meter. Waar wij op 4 kilometer zaten, daar had hij al 6,5 kilometer afgelegd.
Zelf liep ik erg makkelijk. Zonder te forceren liep ik Hans in korte tijd op 100 meter. Bij de eerste drinkpost wachtte ik op hem, maar op weg naar de tweede drinkpost herhaalde zich dit. Waar we normaal aan elkaar gewaagd zijn, daar was dat vandaag niet het geval.
Bij de tweede drinkpost deelden we een energiegel. Dick van Beelen, die bij de drinkpost op de Friese wei stond, liep een stuk met ons mee. Weer liep ik met speels gemak weg bij Hans. De conclusie mag duidelijk zijn: ik was in vorm. Wat heet: ik was in bloedvorm. De mondhygiëniste had deze week ook al de nodige opmerkingen over mijn bloedend tandvlees.
De bloedvorm kwam tijdens de halve marathon ook letterlijk naar buiten in de vorm van een bloedende tepel. Dit is een probleem waar meer duurlopers mee te maken krijgen.
Nadat ik me af had laten zakken naar het groepje van Hans en ik voor de derde keer te horen kreeg, dat ik maar moest gaan, volgde ik dat advies maar op. Normaal gesproken ben ik van het type "samen uit, samen thuis", maar toen ik zonder moeite weer een gat van 100 meter had geslagen, gaf ik in de bloedhete duinen toch maar gas.
Voor een echte toptijd had ik in het begin te veel tijd verspild, maar het geeft toch wel een kick als je kilometers lang alleen maar inhaalt. Vooral in de duinen met een beetje tegenwind ging het erg soepel.
Wat me wel verbaasde was het aantal lopers, dat op zo'n warme dag een zwart shirt droeg. Door de warmteabsorptie is een zwart shirt al gauw een graad of 5 warmer dan een wit shirt.
Op het strand haalde ik nog diverse lopers in, maar werd ik ook af en toe ingehaald. Het strand was breed en behoorlijk hard. Het liep lekker, al moesten we af en toe door het ondiepe water rennen.
Tot mijn stomme verbazing werd ik in de laatste kilometer bijgehaald door Sabine Hoeke, zodat we net als vorig jaar samen op de finish af stoven.
Na in het voorbijgaan speaker Teun de Reede een handje te hebben gegeven, kwam ik binnen in een tijd van 1.51.57 bruto. Netto werd dat 1.51.10. Met deze tijd werd ik 164e van de 508 gefinishte lopers.
Net als bij de fietstunnel wachtte ik 5 minuten op Hans, die in 1.56.16 vlak achter oud-kernploeglid Jolanda Grimbergen eindigde.
Na een harinkje te hebben gehapt, wandelden we naar de kustlijn, waar we in de branding gingen zwemmen. Op de terugweg kregen we nog een haring, waarna we via onze volkstuin naar station Voorschoten fietsten. Het grote voordeel was, dat we zodoende de drukte van de Tina-dag misliepen.
Thuis gekomen douchte ik me, waarna ik doorfietste naar de skeelerbaan in Leiderdorp, waar het wisselfeest van de IJVL was. Op de zonovergoten baan gaf Laurine van Riessen een skeelertraining. Gelukkig bleven dit soort taferelen achterwege.
Zelf liet ik deze skeelertraining aan me voorbij gaan. Met 60 kilometer fietsen en een loodzware halve marathon leek de kans op overbelasting van de spieren mij net even te groot. Ik genoot samen met Wil Verbeij van een biertje op het terras. Wachtend op de gezamenlijke pizzamaaltijd met zo'n 30 IJVL-ers in de open lucht was dit een prima afsluiting van deze Tina-dag.
Om een uur of 8 klonk er enig kabaal uit de douche naast onze slaapkamer. Er kwam alleen koud water uit. Daar niet iedereen hier van houdt, werd gekeken wat het euvel was. Vermoedelijk was het de druk in de boiler. De eigenaar van de "Kastelenhof" werd op eerste Pinksterdag gebeld en hij kwam de boel repareren met de waterpomptang.
We ontbeten om een uur of half 10, waarna we de vaat met 2 auto's op de koudste Pinksterdag sinds 1936 naar Otterlo reden.
Voor € 88,85 mochten we naar het bezoekerscentrum op de Hoge Veluwe rijden. Hier konden we naast de gebruikelijke witte fietsen een riksja ophalen, waar Tim als elektrische coureur met Joep als windbreker over de fietspaden van het mooie park ging rondrijden.
We begonnen met een bezoek aan het Parkrestaurant, waar we onder een grauw wolkendek warm werden met warme chocolademelk en koffie met vooral aardbeiengebakjes, voordat we op de leenfietsen stapten voor een klein rondje over het park.
Over de weg van Otterlo naar Hoenderloo trapten we naar het fietspad, dat ons naar Jachthuis St. Hubertus bracht, een door Berlage ontworpen villa.
Aan het andere eind van de vijver van een kilometer lengte lunchten we in het zonnetje met uitzicht op St. Hubertus.
Over een grote open vlakte trapten we naar het Kröller-Müller museum.
Tim vroeg aan mij: "Waar zijn de giraffen?"
Ik moest er hartelijk om lachen, tot we een kilometer verder een standbeeld zagen van Christiaan de Wet. Deze generaal uit de Boerenoorlog verbleef graag op de Hoge Veluwe, omdat het landschap zo veel op Afrika leek....
De Hoge Veluwe is trouwens het decor van "Verraad op de Veluwe", een strip van Suske en Wiske.
In het Kröller-Müller museum begonnen we met een expositieruimte, waar we snel doorheen waren. Wat spoeptegels als moderne kunst. Je kunt ook overdrijven.
We liepen derhalve meteen door naar de schilderijen van Vincent van Gogh en de Impressionisten.
Hier liep ik Frank, Marijke en Mark Damen tegen het lijf. Uiteraard praatte ik even bij met deze IJVL-familie.
Met enige achterstand werkte ik me door de Vincent van Goghzaal heen. Ruim een uur bekeken we allerlei beroemde en minder bekende schilderijen van Vincent en zijn tijdgenoten.
Op een gegeven moment neem je niks meer op.
We wandelden nog een half uur door de beeldentuin.
Aansluitend fietsten we naar de fietsverhuur, waar we de witte fietsen in het rek hingen en de riksja afleverden.
Na een kilometer of 12 fietsen reden we met de auto's terug naar "Kastelenhof", waar we een borreltje namen. We werden weel lekker warm. Het kostte sommigen enige moeite om weer op pad te moeten, daar we gereserveerd hadden bij "De Bonte Koe" in Garderen.
We aten asperges met zalm of varkenshaas en hadden als toetje ijs met aardbeien en slagroom, nadat in eerste instantie een ober met een dienblad vol appeltaartijs aan kwam zetten. De ober, die de bestelling had opgenomen, kwam zich verontschuldigen: "Ik had een nummer te hoog ingetikt!"
Na € 223,- gepind te hebben, verlieten we de drukke "De Bonte Koe".
We fietsten terug naar ons huisje, waar we een spannende pot Keezbord speelden, die door de dames werd gewonnen. Om middernacht lagen we plat.