"Ard en Keessie" hebben in de jaren '60 Nederland voorgoed op de kaart gezet als toonaangevende schaatsnatie. Eind vorig jaar verscheen een biografie over Kees Verkerk. Jeroen Haarsma beschreef in "Keessie" niet alleen de sportcarriere van deze schaatser, die als eerste Nederlander op de langebaan een medaille op de Olympische Winterspelen won, maar hij gaf tegelijkertijd een goede beschrijving van dat tijdsgewricht.
Kees Verkek was mentaal ijzersterk. Psychologische oorlogsvoering was hem op het lijf geschreven.
Met de simpele vraag "Wie wordt er tweede vandaag?" aan de ontbijttafel nam hij al een mentale voorsprong op zijn tegenstanders. Wie houdt van dit soort psychologische hoogstandjes kan met "Keessie" zijn hart ophalen.
Maar het was niet alleen mentale training. Ook fysieke training stond bij hem hoog aangeschreven.
"Hij helpt zandschepen bij het lossen. Zwaar werk, maar dat wil Kees graag. Hij ziet op jonge leeftijd al in, dat je overal een training van kunt maken. Zo krijgt de gespierde torso van Kees in zijn tienerjaren al vorm."
En zo zorgde deze kleine man uit Puttershoek samen met de lange Ard Schenk jarenlang voor veel vreugde in de Nederlandse huiskamers. "Keessie" van Jeroen Haarsma brengt deze tijd weer tot leven. Ik kan dit boek aan iedere schaatsliefhebber van harte aanbevelen.
Afgelopen donderdag had ik het met Henk Distelvelt en Arthur van Winsen over literatuur en dan met name over de dichtkunst. Aanleiding was het gedicht "De tuinman en de dood" van P.N. van Eyk.
Een Perzisch edelman:
Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!
Ginder in de rooshof, snoeide ik loot na loot
Toen keek ik achter mij, Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan."
Vanmiddag, lang reeds was hij heengespoed,
heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
"Waarom", zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht bedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrrast,
toen ik 's morgens hier nog stil aan het werk zag staan
die ik 's avonds halen moest in Ispahaan."
P.N. van Eyk
Maar zoals je een enkele keer in de muziek hebt, dat een cover beter is dan het origineel, vroeg Arthur of we het gedicht "Een Friese stempelaar" kenden?
Nee dus. Wat een prachtig gedicht! Iedere schaatser hoort dit te kennen. Daar werk ik graag aan mee.
Een Friese stempelaar
Vanmorgen ijlt een rijder, wit van schrik,
Mijn hokje in: "Mijnheer, één ogenblik!
Ginds op de trekvaart gleed ik nog zo mooi.
Toen keek ik onder mij: daar was de Dooi.
Ik schrok en haastte mij naar de andere kant,
Daar kluunde ik een tijdje door het zand.
Geef mij uw stempel, een stuk touw en ook een priem,
Voor de avond nog bereik ik Bartlehiem!" -
Vanmiddag (lang reeds was hij heen gespoed)
Heb ik in 't stempelhok de Dooi ontmoet.
"Waarom", zo vraag ik, wijl het water stijgt,
"Hebt gij vanmorgen reeds de tocht bedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij: "Geen bedreiging was 't,
Waarvoor uw rijder vlood. Ik was verrast,
Toen ik vanmorgen in uw hokje heb gezien
Die ik des avonds halen moest in Bartlehiem!"
Vannacht droomde ik van de doemnevel. Associaties kwamen bij me op over een moeras, waar de mistflarden de tocht door het drassige gebied tot een hachelijke zaak maken. Het woord "doemnevel" leek regelrecht uit de boeken van Marten Toonder te komen. Wat een geweldige woordenschat had deze stripschrijver!
Met zijn archaïsche taalgebuik verrijkte hij onze taal met woorden als minkukel.
Zwaar beladen reed ik vanmorgen naar Vondellaan toe, waar in de Leidse IJshal met een peloton van 25 "Krasse knarren" flink gezwoegd moest gaan worden.
Als je vaak 25 kilometer traint, is dat niet zo'n probleem, maar als het tempo af en toe opgeschroefd wordt naar 28 kilometer per uur, dan moeten alle zeilen worden bijgezet.
Dat bijzetten van alle zeilen gebeurde ook door Jos Arts en Willem van Vliet, die met tomeloze inzet ijverden voor de komst van een 333-meterbaan. Als het niet lukt, valt hen niets te verwijten. Het lag meer aan wat bovenbazen her en der in de regio.
De 333-meterbaan lijkt wel omgeven door een doemnevel.
Het landschap in de Bommelverhalen is duidelijk geïnspireerd door Ierland, het land, waar Marten Toonder een flink deel van zijn leven heeft gewoond en waar hij ook is begraven.
Wie zelf wel eens in Ierland is geweest, zal zich niet verbazen over het landschap in de boeken van Olivier B. Bommel en Tom Poes.
In Ierland zijn veel verhalen over kabouters en elfen.
Wie wel eens rondgezworven heeft op het Groene eiland kan zich voorstellen, dat deze en andere sprookjesfiguren in dit mysterieuze landschap zouden kunnen bestaan.
Vier jubilarissen, die werken bij de bieb,
werken bij de bieb,
vier jubilarissen, die zijn niet meer zo piep
op een mooie vrolijke dag in november.
Beste jubilarissen, gezamenlijk werken jullie 130 jaar bij de Katwijkse bibliotheek. Een flinke tijd. Hulde daarvoor. Laat ik beginnen bij de zilveren jubilarissen. Zij komen immers pas net kijken.
De Benjamin hiervan kwam middels de gemeentelijke herindeling in Katwijk terecht. Zeker in het begin was ze met geen stok uit Rijnsburg te slaan, maar ja, zij kreeg dan ook hulp van onze beste vrijwilliger: “Ja dat is Peter, ja dat is Peter!”
Later wist ze de weg naar zee echter goed te vinden. En dat was te verwachten, want naar welke andere bibliothecaresse zijn in het hele land straatnamen vernoemd?
Ik ken er geen. Maar heel veel steden en dorpen kennen wel de Heemskerkstraat. Doe haar dat maar eens na.
Het is alleen vreemd, dat de Heemskerkstraat steevast in de Zeeheldenbuurt te vinden is. Zoveel moed is toch niet nodig om naar de zee af te reizen?
Nu we het daar toch over hebben: heden ten dage zijn er heel wat mensen, die naar warme oorden trekken om in warme wateren te gaan zwemmen met dolfijnen. Dat heeft onze volgende zilveren jubilaris helemaal niet nodig. Waarom zou je een eind gaan reizen, als je hier met je eigen hond in het Uitwateringskanaal kunt gaan zwemmen? Ondertussen maak je ook nog reclame voor de cd-collectie van de bibliotheek, door luidkeels het Beatles-nummer “Help” ten gehore te brengen.
“Help me if you can, I’m feeling down,
and I do appricate you being ‘round,
help me get my feet back on the ground,
Won’t you please, please help me?”
Met de hond aan de lijn gebeurde dat groots en meeslepend.
Dan zijn nu de echte veteranen aan de beurt. Allereerst wil ik beginnen met degene, met wie ik de voorliefde voor schaatsen op natuurijs deel. Cora van de catalogus werkt al 40 jaar bij de bibliotheek en eenieder kent haar als nauwkeurig en nauwgezet. Nou klopt dat grotendeels wel, maar onlangs kwam ik er achter, dat ze een bepaald exemplaar al zeer lang in bezit heeft. De titel hiervan is “De levensroman van Johannes Zuijderduijn”.
De termijn hiervan is al ruim een kwart eeuw overschreden. En dat is jammer, want zo kunnen andere klanten dit exemplaar nooit eens lenen.
Desondanks wil ik u een anekdote uit deze levensroman onthullen. Johannes Zuijderduijn had een jaar bij ons gewerkt, toen hij een rondje met de biebauto meereed en ons in Katwijk aan den Rijn mededeelde, dat hij alweer ging vertrekken.
Op de vraag, of hij niet met de vrouwen op de bieb overweg kon, kwam het verbluffende antwoord: “Het lag meer aan de mannen!”
Daar kon ik het mee doen.
Ja, Johannes weet, hoe hij vrienden moet maken….
En dan maakt Evelien het kwartet vol. Een kwartet pas ook wel bij haar. Ze zingt immers zeer graag en voor een vierstemmig lied draait ze haar hand niet om.
Nu denken jullie, dat jullie Evelien al lang kennen, maar ik ken haar nog langer. Ik zat namelijk op de Frederik Muller Akademie in Amsterdam 2 jaar bij haar in de klas. Toen heette ze anders: Evelien van de Linde. Van 1976 tot 1978 vertoefden wij in een grachtenpand aan de Keizersgracht, vlak bij de Westerkerk.
Nu heb ik de naam, dat ik een echte duursporter ben. Welnu, in die jaren werd ik door Evelien op flinke achterstand gezet. Waar de meeste thuiswonende studenten met trein of bus op en neer naar Mokum reisden, daar was Evelien uren onderweg met een alternatief vervoermiddel.
Maar ja, ze kwam dan ook uit Purmerend.
“Op de step, op de step, ik ben zo blij dat ik hem heb.
En nou eens even zien, waar rij ik nou naar toe?
Naar Purmerend misschien, ik weet alleen niet hoe.
Toen zag ik die pastoor, bent u misschien bekend?
Weet u misschien de weg naar Purmerend?”
Momenteel loopt de televisieserie "80 jaar oorlog". Een prachtige documentaire over het ontstaan van Nederland met heel wat nieuwe feiten en achtergronden, waar we op school nooit wat van gehoord hebben.
Afgelopen donderdag was op mijn werk "Vive le Geus". Hans Goedkoop, presentator van "80 jaar oorlog", vertelde samen met "Camerata Trajectina" met veel muziek uit die roerige periode uit de vaderlandse geschiedenis het verhaal van deTachtigjarige oorlog.
Gezeten naast mijn Elfstedenmaat Jos Drabbels en zijn vriendin Sophia genoten we volop van dit muziektheater. Na afloop sprak ik Hans Goedkoop kort. Hij omschreef het kort en bondig als "De slapsickversie van de televisieserie.
Liederen van 27 coupletten verhaalden van de strijd, maar gaven regelmatig ook de standpunten van de verschillende partijen weer. In een tijd zonder kranten diende het lied als een gezongen krant.
Wie kans krijgt om "Vive le Geus" te bezoeken: ga. Een leuke avond is gegarandeerd.
Eergisterenavond stond eveneens in het teken van de muziek. We gingen naar een concert van het TOP-orkest. Het Talent op podium-orkest speelde werken van Tsjaikovski, Bruch en Ravel onder leiding van de Engelse dirigent Dominic Seldis, die met onderkoelde Engelse humor alles aan elkaar praatte.
Onze jongste dochter speelde trompet in het orkest. Vooraf waren we met 7 familieleden wezen eten in de "City Hall", waar ik voor het eerst van mijn leven zwaardvis gegeten heb. Geheel naar eigen keuze kunt u me nu degenslikker of ijzervreter noemen....
Het was een prima concert, waarbij vooral de hoofdmelodie uit het 1e pianoconcert van Tsjaikovski de hele dag in je hoofd bleef zitten. Dat werd dus lang nagenieten.
Hiermee was de cultuurweek nog niet op.Gisterenmiddag kwam Jaap Toorenaar een kindercollege over "Asterix en Obelix" geven op de Hoofdbibliotheek.
Daar kon ik niet bij zijn, daar ik 's middags in filiaal Hoornes/Rijnsoever werkte. Daar ik de biebauto terug moest brengen, kon ik toch nog even met deze voormalige leraar Klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium spreken. Hij heeft 3 van mijn 4 kinderen in de klas gehad.
Met een gesigneerd exemplaar van "Asterix, de vrolijke wetenschap" fietste ik terug naar Hoornes/Rijnsoever. Een bibliothecaris blijft toch een verzamelaar.....
Ik was hogelijk verbaasd, toen ik deze terrasfoto's van Joop Beenakker onder ogen kreeg met de mededeling, dat hij met Jan Kal op het Klokhuisplein in Haarlem zat.
Op mijn vraag, of het de dichter Jan Kal was kreeg ik een bevestigend antwoord. De dirigent van "Oktopus" steeg meteen in mijn achting. Onder Joops bezielende leiding kwam mijn liederlijk gedrag tot ongekende bloei, maar in diezelfde jaren werd mijn dichterlijke ader diep geraakt door Jan Kals gedichtenbundel "Fietsen op de Mont Ventoux", de debuutbundel, die ik op de middelbare school gelezen heb.
Het bijzondere is, dat hij sonnetten schrijft. Deze klassieke dichtvorm is namelijk erg moeilijk.
Ik geef het je te doen. Wat dat aangaat heeft het schrijven van een sonnet veel weg van het beklimmen van een berg van de eerste categorie.
En dan te bedenken, dat Jan Kal er veel meer dan 1000 heeft geschreven....
Ik mag dan aardig vaardig zijn in het maken van gelegenheidsgedichten en ook met Sinterklaasgedichten, ik weet donders goed, wanneer ik in een dichter mijn meerdere moet erkennen.
En dat doe ik in Jan Kal, de grootmeester van het sonnet.
Er zijn gebeurtenissen in je leven, waar je niet te koop mee loopt, maar die je toch diep hebben geraakt. Eén ervan wil ik hier onthullen aan de hand van het lied "Let it be" van "The Beatles".
Een paar jaar geleden heb ik dit nummer zelf gezongen als koorlid tijdens een Beatles-project.
Toen kon ik niet bevroeden, dat dit bijna een halve eeuw oude lied plotsklaps weer in het middelpunt van de belangstelling zou komen te staan. Dit gebeurde dankzij de Carpool Karaoke, waarbij Paul McCartney in de auto stapte bij James Corden.
Daarbij vertelde McCartney, dat zijn, toen Paul 14 jaar oud was, aan kanker overleden moeder hem in een droom was verschenen met de boodschap, dat alles goed zou komen: "Let it be."
In Trouw van vorige week zaterdag stond in "De Verdieping" de wekelijkse rubriek van Stijn Fens. De kop boven het artikel luidde: "Met McCartney op bedevaart in Liverpool".
Ik lees zijn artikelen graag, net als die van zijn vader destijds. Kees Fens was een van de meest vooraanstaande literatoren in Nederland en ik had het voorrecht om aan de "Frederik Muller Akademie" tijdens mijn opleiding voor bibliothecaris 2 jaar les te hebben gekregen van deze erudiete man. Van hem heb ik geleerd om ook in de literatuur dwars door de waan van de dag heen te kijken: "Literatuur is dat, wat over 50 jaar nog gelezen wordt!"
Ook Stijn Fens vertelt, dat zijn overleden moeder vlak na haar dood in een droom aan hem verscheen met een boodschap: "Ze zei, dat ze in de hemel was en dat het allemaal goed zou komen: laat het gaan."
Welnu, dat gebeurde mij ook een kleine kwart eeuw geleden. Mijn moeder overleed op 16 april 1991.
Een paar jaar later begon ik mij zorgen te maken over de financiën. In die jaren was ik kostwinner en er ging, ondanks dat we sober leefden, maandelijks meer uit dan er binnen kwam. Een gezin met 4 kinderen kost een hoop geld. Langzaam maar zeker zag je het spaargeld minder worden.
Nu heb ik altijd een bijzonder goede band met mijn moeder gehad. In het voorjaar van 1995 verscheen zij aan mij in een droom. Een droom zonder woorden. Mijn moeder was met mij in een eenvoudig houten huisje, waarin voldoende brood was.
Ik interpreteerde de droom als volgt: je zult in dit leven geen luxe kennen, maar je zult ook geen armoede lijden.
Hetgeen inderdaad geschiedde. Een paar maanden later vond mijn vrouw werk op haar oude school. De financiële zorgen waren voorbij, ook al was het met 4 studerende kinderen geen vetpot.
Deze droom was totaal anders dan andere dromen. Ik kon erop vertrouwen, dat het goed zou komen. Let it be.
Dit jaar zaten er bij de 6 genomineerde boeken van de NS-publieksprijs maar liefst 3 sportboeken. Het sportboek is dus duidelijk in opmars.
Zelf heb ik gestemd op "Thomas Dekker" van Thijs Zonneveld. Ian Dury zou dit boek op deze wijze in één enkele zin samengevat hebben.
Ik heb nog even getwijfeld over "Johan Cruijff", maar voetbal domineert de andere sporten de laatste decennia, dat ik toch voor de in Leiden geboren Zonneveld koos. Zelf heb ik van nabij de geboorte van een viertal Leidenaren mee mogen maken en dat waren wel de mooiste dagen uit mijn leven!
Maar de lachende derde was Michel van Egmond, die met "De wereld volgens Gijp" de meeste stemmen vergaarde.
Als bibliothecaris vind ik iedere vorm van leesbevordering goed. En als het sportboeken betreft vind ik het helemaal fantastisch. Wat dat aangaat was het dit jaar een supertrio.
Zoals ieder jaar is ook dit jaar weer de Nico Scheepmaker Beker uitgereikt. De jaarlijkse vakprijs voor het beste sportboek is afgelopen maandag uitgereikt.
De genomineerden waren:
"1936. Wij gingen naar Berlijn" (Auke Kok/Thomas Rap)
"Mien. Een vergeten geschiedenis" (Mariska Tjoelker/Thomas Rap)
"Thomas Dekker. Mijn gevecht" (Thijs Zonneveld/Voetbal Inside)
"De Lange. Het verhaal van Dick Nanninga" (Jeroen Siebelink/Thomas Rap)
"Pellegrina. Een Italiaanse wielerbedevaart" (Lidewey van Noord/Robert-Jan van Noort/De Muur) Auke Kok heeft de Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek van 2016 gewonnen. De auteur is onderscheiden voor "1936. Wij gingen naar Berlijn". Het juryrapport zegt: "Een welkome beschrijving van de historische Olympische Spelen in Duitsland onder Hitler, gezien vanuit Nederlands standpunt".
In 2004 won Kok ook al met "1974. Wij waren de besten".
Daarnaast is er de publieksprijs voor het sportboek van het jaar.
Op de shortlist stonden deze genomineerden:
"Boskamp. Leven met Feyenoord" (André van Kats)
"Expeditie Edith" (Edith Bosch en Jasper Boks)
"Johan Cruijff. Mijn verhaal" (Johan Cruijff en Jaap de Groot)
"Een leven met Formule 1" (Olav Mol)
De winnaar van Helden Sportboek van het jaar 2017 is bekend! De publieksprijs, waar lezers op konden stemmen, werd in de wacht gesleept door "Boskamp. Leven met Feyenoord" van André van Kats.