woensdag 6 april 2011

En Maria schreef in het zand

Gisterenochtend werd ik wakker met de zin "En Maria schreef in het zand" in mijn hoofd.

Ik had er over gedroomd en ik wist zeker, dat dit gedicht op de middelbare school tijdens de literatuurles behandeld was. Ik zei nog tegen Ada: "Volgens mij is het een gedicht van Gerrit Achterberg". Dat deel van mijn soms volmaakte droomuitleg klopte volkomen.
Wat echter niet helemaal klopte, was de titel. Die bleek bij het zoeken via google toch net een slagje anders. Het bleek "En Jezus schreef in 't zand" te zijn. Daar ik volledig uit kan sluiten, dat ik op school niet op zat te letten, zal het mijn katholieke opvoeding zijn geweest, die mijn onderbewustzijn in iets andere richting gestuurd heeft.


EN JEZUS SCHREEF IN 'T ZAND

Jezus schreef met Zijn vinger in het zand
Hij bukte Zich en schreef in 't zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.

De schriftgeleerden, die Hem aan de tand
hadden gevoeld over een vrouw, van hete
hartstochten naar een andere man bezeten,
de schriftgeleerden stonden aan de kant.

Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet.
Ga heen en luister, luister naar het lied.
En Hij stond recht. De woorden lieten los
van hun figuur en brandden in de blos
waarmee zij heenging, als een kind zo licht.
Zo geestelijk schreef Jezus Zijn gedicht.

Gerrit Achterberg


Het schrijven in het zand is net als onze voetstappen op het natte zand van het strand: zeer vergankelijk.
Maar door deze droom zat ik wel de hele dag met het lied "Pilgrims" van Van der Graaf Generator in mijn hoofd, met daarin de zinsnede:
"Shining footprints on the wet sand
lead to the dream"

zondag 3 april 2011

Het psalmenoproer

Maassluis is in Nederland vooral bekend als de plaats, die een onuitputtelijke bron van inspiratie vormt voor Maarten 't Hart. Zaterdagavond kwam bij mij zijn historische roman "Het psalmenoproer" voor de geest.

Deze historische roman speelt zich af in Maassluis tijdens de 18e en het begin van de 19e eeuw. In 1773 werd in gereformeerd Nederland een nieuwe psalmberijming ingevoerd. Men moest ook sneller gaan zingen in plaats van de gedragen zang op hele, langgerekte noten. Nederland stond op z'n kop. De commotie over het psalmgezang werd algauw een uitlaatklep van de verpauperde onderklasse. Het vissersstadje Maassluis, dat te kampen heeft met teruglopende haringvangsten, wordt het toneel van een grimmige volksopstand. De muziek- en natuurminnende reder Roemer Stroombreker raakt door een amoureuze affaire met huid en haar betrokken bij het oproer. Naast pikante slaapkamergeheimen en hilarische domineesportretten zorgen natuurbeschrijvingen en muziek voor een levendige invulling van de historische setting.

Ada en ik zouden gaan luisteren, na 's middags gerepeteerd te hebben voor "Die Schöpfung", naar een concert in "Het witte kerkje" in Maassluis.
Het was op deze warme lentedag dus een dag, waar veel muziek in zat. En humor. Dirigent Paul Valk was onaangenaam verrast door de manier, waarop ongeveer de helft van het koor het woord "Sturz" uitsprak: met een Leidse R.
Toen we een stuk wat sneller hadden gezongen dan de bedoeling was, zei hij: "Dat was jullie tempo. Zullen we nu mijn tempo weer doen?"
Maar de uitsmijter was de fuga met een telkens terugkerend "Wir preisen dich in Ewigkeit". Dit moest telkens iets harder. Paul Valk kwam met Herman Finkers op de proppen om het ons duidelijk te maken: "Prijs de Heer, € 5,95. Prijs de Heer, € 7,50.
Prijs de Heer, € 12,50. Ja, we prijzen de Heer steeds meer!"
Na thuis gegeten te hebben waren we met de trein naar Maassluis afgereisd en door het centrum van dit stadje aan de Maas naar de kerk gewandeld, waar Ada een vorig concert van het koor van haar zus Marja had bijgewoond. Bij de Immanuelkerk aangekomen zagen we, dat het niet bepaald een witte kerk was. Er waren wel enkele witgeschilderde vlakken op de buitenmuren, maar om dit nou een witte kerk te noemen, dat was schromelijk overdreven.
Wel werd er een concert gegeven door een groot koor, samen met een shantykoor. Ada twijfelde. "Hoe heet dit koor?", vroeg Ada.
"Chapeau", was het antwoord.
"Dan zitten we hier niet goed", was de conclusie van mijn liefhebbende echtgenote.
Gelukkig waen we vroeg genoeg van huis vertrokken en na 3 keer vragen kwamen we uiteindelijk toch bij "het witte kerkje" terecht. Het kerkje lag in een vooroorlogse volksbuurt, verscholen achter vrij smalle straten.
Zodoende hadden we na een extra wandeling door Maassluis toch onze toegangskaarten voor het concert van Cantabile nog op tijd.

Het thema was "Hollandse meesters", waarbij Jan Pietersz Sweelinck een voorname rol speelde.

Het koor bracht voorts a capella een paar Latijnse nummers en enkele bekende zeemansliederen ten gehore, waarbij diverse zeemansdeunen dwars door elkaar gezongen werden.

Het blokfluitkwartet Capriola voerde daarna met Renaissancefluiten vierstemmig een aantal composities van Nederlandse componisten uit.

Daarna kwam Cantabile weer aan bod.

Na de pauze werd dezelfde volgorde aangehouden. Vooral de Vier redeloze zangen van Albert de Klerk, die humoristische gedichten van Daan Zonderland op muziek had gezet, vonden veel weerklank bij het publiek.

De graaf
Er woonde in Jemeppe
(Een plaatsje dicht bij Luik)
Een graaf die Vlaams en Frans sprak
En bovendien nog buik.

Vlaams sprak hij met de boeren
En Frans met de pastoor
En met zijn knechten sprak hij Vlaams
Met Frans er tussen door.

Doch buik sprak hij uitsluitend
In zijn studeervertrek,
Als hij behoefte voelde
Aan een intiem gesprek.

We hadden, kortom, een genoeglijke avond met mooie muziek. Het is maar goed, dat we bijtijds ontdekt hadden, dat we in eerste instantie niet bij de goede kerk terecht gekomen waren. Zodoende ontsnapte Maassluis aan een tweede psalmenoproer.

dinsdag 29 maart 2011

Kikkertiendaagse


Als bibliothecaris zou ik mijn werk niet goed doen, als ik geen reclame zou maken voor boeken en literatuur. Helemaal niet, nu het om Kikker gaat. In mijn jeugdjaren in Nieuw-Vennep werd ik met die bijnaam getooid, en deze geuzennaam draag ik met trots.
En dan is er natuurlijk één boek, dat ik van harte wil aanbevelen!


Ja, en wat doe je dan als Kikker in de Kikkertiendaagse? Inderdaad: je gaat 10 km hardlopen. Vanuit mijn huis liep ik langs de rand van de Stevenshofpolder door het Ter Waddingerbos, langs de Korte Vliet, langs Allemansgeest, langs de nieuwe locatie van Het Kompas, langs de sportvelden van Voorschoten en langs het spoor om via de rand van de Stevenshofpolder weer naar huis te lopen.
Op deze prachtige lenteavond kwam ik een hoop hardlopers tegen. Om half 8 stond ik onder de douche, waarna we een laatste restant van de prachtige winter van 2010-2011 verorberde: de erwtensoep, die we nog in het vriesvak hadden staan.
Ook al was het echt lenteweer, het smaakte nog prima.

donderdag 24 maart 2011

Nico Scheepmaker Beker

Sportboeken. Wat wil een bibliothecaris, die zelf daarnaast ook nog eens een trainingsbeest is, nog meer. In het Engels hebben ze daar een mooie uitdrukking voor: "The best of both worlds".

En om het nog leuker te maken: ieder jaar is er de jaarlijkse Nico Scheepmaker Beker, de prijs voor het beste sportboek van het voorafgaande jaar. De door de vakjury genomineerde sportboeken, die in 2010 zijn uitgekomen, zijn:
- In de Tour. Nando Boers (LJ Veen)
- Waarom ik zo van Sparta houd (en Aad de Mos haat). Hugo Borst (De Buitenspelers)
- Vijftig jaar te midden der kampioenen. Leven en werken van Joris van den Bergh. Ron Couwenhoven (De Buitenspelers)
- Ziggy. Man op hol in de drafsport. Bram Hulzebos (Contact)

- Schaatsenrijden, een cultuurgeschiedenis. Marnix Koolhaas (LJ Veen)
- Chez Stans. Jan Mulder (De Bezige Bij)
- Mijn Schaken. Hans Ree (Atlas)
- De Amerikaanse sportdroom van Rick van den Hurk, Dave van den Bergh, Francisco Elson en Robert Doornbos. Leander Schaerlaeckens (Amstel Sport)
- De macht van de bal. Op reis door de geschiedenis van voetballend Afirka. Edwin Schoon (LJ Veen)
- Het Frankrijk van de Tour. Jeroen Wielaert (Arbeiderspers)
Maar het leuke van de Nico Scheepmaker Beker is, dat u zelf kunt stemmen. En niet alleen op de genomineerde boeken, maar u kunt kiezen uit een stuk of 100 sportboeken.
Voor de schaatsliefhebbers: buiten het al genomineerde "Schaatsenrijden" van Marnix Koolhaas, zijn er nog 3 schaatsboeken, waaruit gekozen kan worden:
- Achilles. Olympische schaatshelden. Over Ard, Hilbert, Rintje en de anderen. Ad van Liempt (LJ Veen)
- Marianne Timmer. Timmertje, Timmertje, wat ga je doen? Frank Woestenburg (De Boekenmakers)
- De vrouwen van de hardrijderij. Hedman Bijlsma (Stichting Vrienden van het Eerste Friese Schaatsmuseum)
Maar ook bij andere sporten zijn er boeken, die ik om één of andere reden graag bij u aanbeveel, waarbij de enorme hoeveelheid voetbalboeken uit 2010 opviel. Is er soms een wereldkampioenschap geweest?
Om dan maar met deze voetbalboeken te beginnen:

- De dronken rechtsbuiten en andere helden uit het amateurvoetbal. Herman Sandman (Passage)
Omdat de titel zo mooi is!

- REP. Een roerig voetballeven. Mik Schots (Arbeiderspers/Het Sporthuis)
In september ben ik bij een interview met Johnny Rep geweest.
Op dezelfde dag bij "Manuscripta" hadden Bas Warnink en ik een korte workshop hardlopen, die werd gegeven door de auteurs van dit boek:

- Bewust Hardlopen. Meer loopplezier en minder belasting. Elma Sandee en Ronald Valkenburg (Arbeiderspers/Het Sporthuis)
Een ander atletiekboek is:

- Zandloper. Abdelkader Benali (Het Sporthuis)
Abdelkader Benali is, behalve een uitstekende schrijver, ook nog eens een begenadigd hardloper. Een echt dubbeltalent dus.
Wielrennen staat sinds jaar en dag garant voor veel lezenswaardige boeken. Een peloton is immers een miniatuur-samenleving met alles wat er bij hoort. Alle listen en lagen, die uitgehaald worden om te winnen, coalities, die gesmeed worden en rekeningen, die nog vereffend moeten worden.

- De Afrekening. Wielerroman. Mart Smeets (Nieuw Amsterdam)
Ieder jaar verschijnt er wel een wielerboek van Mart Smeets. Ideale boeken om mee te nemen op vakantie.

- Pedaalridder. De beste verhalen. Peter Winnen (Thomas Rap)

- Wielergeluk. Peter Winnen (Thomas Rap)
In het wielrennen noemen ze zoiets een dubbelslag: én de etappe winnen én de leiderstrui pakken. Dat klopt in mijn geval ook. Ik heb Peter Winnen een drietal keren ontmoet, waaronder bij de Peter Winnen Classic en bij een lezing op mijn werk in de bibliotheek van Katwijk.
Nu ben ik zelf een behoorlijk geroutineerd toerfietser. Veel van de in het volgende boek genoemde toppen heb ik op het stalen ros beklommen:

- Bergop in Nederland. De 50 leukste beklimmingen van Nederland. Jos Berkers en J. Snijders (De Fontien Tirion)

En dan is er ook nog een boek, die bij mij goede jeugdherinneringen naar boven haalt:
- Hoe Lucien van Impe de Ronde won. Geert de Vriese (Houtekiet)
Lucien van Impe reed in de Tour de France in de gele trui Parijs binnen, terwijl ik met Tim de Beer en Joep Kapiteyn in Brugge kampeerde aan het begin van een onvergetelijke vakantie, die ons door Normandië, Bretagne en de Belgische Ardennen voerde. Tijdens deze vakantie zagen we in Brussel een live optreden van de Bretonse folkrockgroep Ys.

Ik wil besluiten met een titel, die mij erg aanspreekt:

- Sportgek. Mentale training voor sporters. Edith Rozendaal (FonteIn Tirion)
Het gaat over één van de meest onderbelichte aspecten van de sport: de mentale training. Ik heb hier al een paar keer over geschreven, een keer naar aanleiding van een lezing van Hanneke Brand en een keer in de serie Toertochttips.
Tot 18 april kunt u stemmen op www.nicoscheepmakerbeker.nl. DOEN!
Net als vorig jaar viel mijn keuze op een boek, dat ook bij de 10 nominaties zat. Als de jury heeft gesproken, klinkt dan, luid en duidelijk: "And the winner is....."

woensdag 23 maart 2011

Skypen

Sommige eigennamen worden zo vaak gebruikt, dat ze op een gegeven moment een eigen werkwoord worden. Eén van die woorden is "Skypen".
Gisterenavond probeerde ik Siebe via Skype te bellen, maar hij was nog colleges aan het volgen aan de Universidad de Oviedo. "Over een uur kunnen we wel even skypen", antwoordde zoonlief.
Zodoende konden we om kwart voor 10 's avonds via internet met Siebe spreken, terwijl wij zagen, dat hij uien aan het snijden was. Ja, het Spaanse levensritme is heel anders dan het onze!
Maar wie had dit in onze jeugdjaren kunnen denken, dat we zoiets in ons eigen leven nog eens mee zouden maken. Destijds was het ongeveer een eeuw geleden, dat Alexander Graham Bell de telefoon uitgevonden heeft.

Vandaar dat we nog steeds over "bellen" spreken.
In de jaren '60 waren alle televisies nog gewoon zwart-wit. Telefoneren, waarbij je iemand ziet, kwam alleen nog maar voor in science fiction-strips, in die tijd een redelijk populair genre. De beeldtelefoon was iets voor de zeer verre toekomst.

Nu konden we via Skype gewoon met Siebe praten, terwijl we elkaar zagen.

Hij heeft het zeer druk met zijn studie geologie, hetgeen zeer goed gaat, en het trainen voor zijn nieuwe wielerploeg "Ciudad de Oviedo". Zo hoorden we, dat hij, met weinig trainingsuren, afgelopen zaterdag een zware wielerkoers had uitgereden, waarbij zijn vriend Peter van Dijk tweede was geworden.

Zondag had hij bij een lichtere koers pap in de benen en moest hij opgeven. Hij zal tussen de bedrijven door meer moeten trainen om de vorm van vorig jaar weer terug te krijgen.
Maar wij blijven dit dubbeltalent volgen. Toch handig, dat we regelmatig met Siebe kunnen skypen.

dinsdag 15 maart 2011

Positiebepaling


Bij teamsporten kan goed positiespel het verschil tussen winnen en verliezen betekenen. In de teamsport, die werken bij een bedrijf als onze bibliotheek feitelijk ook is, gaat dit op een andere manier ook op. Waar in een teamsport de coach de tactiek bepaalt en de spelers zo over het veld verdeelt, dat het team als geheel zo goed mogelijk rendeert, zo gaat dat in de bibliotheek ook: het managementteam bepaalt het beleid en de medewerkers doen hun best om dat beleid zo goed mogelijk uit te voeren.

Meten is weten
Om te weten, hoe we als bibliotheek voor staan, kijk je uiteraard naar de cijfers. Meten is weten, gissen is missen. Veel cijfers zijn eenduidig: het aantal leden, het aantal uitleningen, de uitleenfrequenties en de begroting en de jaarrekening. Hier kun je al veel aan aflezen, maar niet alles. Zeker niet, als je wilt weten, hoe onze bibliotheek er voor staat in vergelijking met andere bibliotheken, maar ook hoe we het doen ten opzichte van een aantal jaren terug.

Positiebepaling
Bij een wedstrijd kun je in een seconde overzien, hoe de verdeling van de spelers over het veld is. In de positiebepaling is dit een stuk lastiger. Er moeten veel zaken vergeleken worden, die niet in een simpel cijfer zijn uit te drukken. Onder leiding van Len van Twisk mochten Margreet, Ineke, Martine, Irene, Joke en Bert zich het hoofd breken over een hele serie vragen op het gebied van leiderschap, strategie en beleid, management van medewerkers, middelen en processen, over klanten, medewerkers, maatschappij en bestuur en financiers. Elke vraag moest je voorzien van een cijfer. Gezamenlijk kwamen we in een sessie van een uur of 4 tot eindcijfers per onderdeel. Die details zal ik jullie besparen.

Uitkomst
Om toch een kleine situatieschets te geven: het hoogst scoort leiderschap, gevolgd door bestuur en financiers, management van processen, strategie en beleid en management van medewerkers. Op zich een juiste volgorde. Het is net als bij een wedstrijd: je kunt nog zulke goede spelers hebben, als je een coach hebt, die het team met een verkeerde opstelling en tactiek het veld in stuurt, dan kun je nog dik verliezen.
Het is dus logisch en goed, dat het leiderschap het best ontwikkeld is. De rest kan zich hier aan optrekken. Omgekeerd is dit niet mogelijk!

Twee maten
Nu had ik graag een heldere vergelijking willen maken met twee eerdere positiebepalingen. Maar helaas, in 2003 en 2007 was de vraagstelling dusdanig anders, dat alleen op hoofdlijnen vergeleken kan worden. Het bekende nadeel van het meten met twee maten.
Desondanks is de eindconclusie eenduidig: ten opzichte van de eerdere positiebepalingen zijn we op alle fronten flink vooruit gegaan.
Of om in sporttermen te blijven: het is een mooie tussenstand. Maar we moeten door, want stilstand is achteruitgang!

zaterdag 5 maart 2011

Vier eeuwen schaatsen in Oegstgeest


Bij de krasse knarren, die op donderdagochtend hun rondjes in de Leidse IJshal rijden, heb ik Frans van Rijn en Bas Koster leren kennen. Behalve schaatser zijn beide heren ook nog eens voorzitter en penningmeester van de IJsclub Oegstgeest. Ter gelegenheid van het 23e lustrum in 2008 is besloten de geschiedenis van het schaatsen in Oegstgeest op schrift te zetten.
Dit alles heeft geresulteerd in het prachtige boek "Vier eeuwen schaatsen in Oegstgeest" van de hand van Wiebe Blauw en Kees Zandvliet, die de laatste 3 Elfstedentochten, net als voorzitter Frans van Rijn, hebben uitgereden. Het leuke is, dat het boek verrast. Oegstgeest was toen qua grondgebied veel groter dan heden ten dage. Het Galgewater, tegenwoordig midden in Leiden gelegen, vormde tot de 19e eeuw de grens van de gemeenten Leiden en Oegstgeest. Deze liep door tot De Vink door het midden van de Rijn, waarna de Rijn de grens vormde tussen Oegstgeest en Voorschoten. Ook grensde Oegstgeest nog aan Zoeterwoude en Leiderdorp. Leiden besloeg in die jaren het gebied binnen de Singels.
De beschreven historie van de schaatssport in Oegstgeest bevat dus meer, dan je op grond van de titel zou mogen verwachten. Het boek is geïllustreerd met veel zwart-wit foto's en een aantal reproducties van schilderijen.
Aan het eind van dit vlot geschreven boek worden de Oegstgeestse kampioenen genoemd: shorttracker Charles Veldhoven, marathonschaatster Lucy Witteman, de dochter van Peter Witteman, met wie ik al meer dan een kwart eeuw mijn rondjes in de Leidse IJshal rij, kunstschaatster Ellen Brussee en, zoals hij terecht wordt genoemd in dit boek, superatleet Mart Moraal.

Het is dus geen toeval, dat hij de 1000 rondjes van Leiden in de Leidse IJshal won. De IJshal ligt immers op voormalig grondgebied van zijn woonplaats Oegstgeest. Hij reed dus een thuiswedstrijd!
Ik kan het boek aan iedere schaatsliefhebber in de Leidse regio aanraden. Er staat bijvoorbeeld een kaart in van een toertocht van Den Haag via Valkenburg, Rijnsburg, Oegstgeest, Warmond, De Kaagsociëteit, Hoogmade, Leiderdorp, Zoeterwoude, Zoetermeer en Nootdorp naar Voorburg. Als we die tocht weer eens konden schaatsen....
Wie het boek wil bestellen kan contact opnemen met penningmeester Bas Koster. Zijn emailadres is: bjkoster@planet.nl
U zult er geen spijt van krijgen!