Posts tonen met het label Wielrennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wielrennen. Alle posts tonen

vrijdag 19 januari 2018

Ruilhandel


Gisterenavond fietste ik na de storm, die Nederland behoorlijk ontwrichtte, vanuit de bibliotheek in Valkenburg door naar "De Roskam". Daar was de boekpresentatie van "Voor spek en bonen" van Gerard van Beelen.

Met 45 schaatsers was het een gezellige avond bij de powerpointpresentatie, die voormalig voorzitter Gerard van Beelen en huidig voorzitter Dick van der Plas gaven over 125 jaar IJsclub "Voorwaarts".

De hele geschiedenis van de op vrijdag 13 januari 1893 opgerichte schaatsclub passeerde de revue en werd in zijn tijd geplaatst. Zo zorgden de slappe winters in de eerste helft van de jaren '70 er bijna voor, dat "Voorwaarts" opgeheven zou gaan worden. De komst van de Ton Menken IJsbaan aan de Vondellaan in Leiden bracht redding. Er kwam een ledengroei op gang en trainingsgroepen gingen in Leiden trainen.

Tijdens de pauze was er de gelegenheid om voor een gereduceerd tarief "Voor spek en bonen" te kopen. Zelf probeerde ik het met ruilhandel. Als schrijvers van schaatsboeken kwamen we een ruil van onze pennenvruchten overeen.


Na de pauze kwamen de afgelopen 30 jaar uitgebreid aan bod met de aanlag van de ijsbaan aan de Goerie als hoogtepunt en de uitbouw van schaatsclub naar een sportvereniging voor schaatsers, skeeleraars en wielrenners. Zo is men als club minder overgeleverd aan de cycli van 7 vette en 7 magere jaren.
De gezellige avond werd afgesloten bij "De Buuren", waar ik met een Brugse Zot bijpraatte met diverse Katwijkse schaatsers, waarmee ik heel wat rondjes heb gereden in de Leidse IJshal. Wat dat aangaat is schaatsen een zeer sociale sport. Schaatsers van diverse clubs vormen feitelijk één grote eeuwenoude club.

woensdag 22 november 2017

NS-publieksprijs

Dit jaar zaten er bij de 6 genomineerde boeken van de NS-publieksprijs maar liefst 3 sportboeken. Het sportboek is dus duidelijk in opmars.

Zelf heb ik gestemd op "Thomas Dekker" van Thijs Zonneveld. Ian Dury zou dit boek op deze wijze in één enkele zin samengevat hebben.

Ik heb nog even getwijfeld over "Johan Cruijff", maar voetbal domineert de andere sporten de laatste decennia, dat ik toch voor de in Leiden geboren Zonneveld koos. Zelf heb ik van nabij de geboorte van een viertal Leidenaren mee mogen maken en dat waren wel de mooiste dagen uit mijn leven!

Maar de lachende derde was Michel van Egmond, die met "De wereld volgens Gijp" de meeste stemmen vergaarde.

Als bibliothecaris vind ik iedere vorm van leesbevordering goed. En als het sportboeken betreft vind ik het helemaal fantastisch. Wat dat aangaat was het dit jaar een supertrio.

donderdag 4 mei 2017

Nico Scheepmaker Beker

Zoals ieder jaar is ook dit jaar weer de Nico Scheepmaker Beker uitgereikt. De jaarlijkse vakprijs voor het beste sportboek is afgelopen maandag uitgereikt.

De genomineerden waren:
"1936. Wij gingen naar Berlijn" (Auke Kok/Thomas Rap)
"Mien. Een vergeten geschiedenis" (Mariska Tjoelker/Thomas Rap)
"Thomas Dekker. Mijn gevecht" (Thijs Zonneveld/Voetbal Inside)
"De Lange. Het verhaal van Dick Nanninga" (Jeroen Siebelink/Thomas Rap)
"Pellegrina. Een Italiaanse wielerbedevaart" (Lidewey van Noord/Robert-Jan van Noort/De Muur)

Auke Kok heeft de Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek van 2016 gewonnen. De auteur is onderscheiden voor "1936. Wij gingen naar Berlijn". Het juryrapport zegt: "Een welkome beschrijving van de historische Olympische Spelen in Duitsland onder Hitler, gezien vanuit Nederlands standpunt".
In 2004 won Kok ook al met "1974. Wij waren de besten".

Daarnaast is er de publieksprijs voor het sportboek van het jaar.

Op de shortlist stonden deze genomineerden:
"Boskamp. Leven met Feyenoord" (André van Kats)
"Expeditie Edith" (Edith Bosch en Jasper Boks)
"Johan Cruijff. Mijn verhaal" (Johan Cruijff en Jaap de Groot)
"Een leven met Formule 1" (Olav Mol)
De winnaar van Helden Sportboek van het jaar 2017 is bekend! De publieksprijs, waar lezers op konden stemmen, werd in de wacht gesleept door "Boskamp. Leven met Feyenoord" van André van Kats.

Als goed bibliothecaris heb ik een helder advies: lees deze boeken!

zaterdag 24 september 2016

Tina-dag of oefenstof in de duinen

Vandaag stond de Halve marathon van Katwijk op het programma. Het beloofde met temperaturen van een graag of 25 een warme en daardoor zware editie te worden.
Daar Ada op de volkstuin moest helpen, was het mijn taak om met een boodschappenbriefje naar "De Helianth" te fietsen en met de gewenste artikelen thuis te komen.

Nadat ik de boodschappen thuis had weggeruimd, fietste ik meteen door naar de Erik Hazelhoff Roelfzematunnel onder de A44 bij Den Deyl, waar ik op Hans Boers wachtte. Tijdens de 5 minuten wachten kwam er een motoragent met zwaailicht aanrijden, die een rijbaan afsloot met zijn motor en een tweetal politiewagens, die hetzelfde deden. In Wassenaar zelf was er ook een enorme drukte.

Het bleek, dat er een Tina-dag was in Duinrell.

Hans en ik moesten tussen het drukke verkeer door laveren op weg naar "De Klip". Naast veel auto's zagen we ook diverse vaders, maar vooral moeders met hun dochters naar Duinrell wandelen.
Het is trouwens verstandig, dat een van de ouders mee ging, want vandaag was Duinrell natuurlijk een lusthof voor types als Benno L. en Luigi C.

De pedofiele medemens zou ogen tekort komen op de Tina-dag.

Hans en ik waren blij, dat we de drukte gepasseerd waren, want Hans moest zich nog inschrijven voor de halve marathon. Zelf had ik startnummer 179 al een week in huis.
De fietstocht door de duinen was een goede terreinverkenning. We konden goed merken, hoe warm het in de duinpannen was. Het heet trouwens niet voor niets duinpan!
In "De Zwaan" zagen we ook Jaap de Gorter en Juul Mentink, die de 10 kilometer gingen lopen. Met zijn vieren wandelden we naar het startvak, waar om 7 over 12 het startschot klonk.
Na 47 seconden passeerden wij de startstreep. Vanaf de eerste meters ging het lopen erg makkelijk. Aanvankelijk gold dat ook voor Hans. Richting Panbos haalden wij constant lopers in aan het uiterste randje van de duinpaden.
Heel opvallend was het opstuivende zand, dat de stoet lopers produceerde. Hierdoor kon je goed zien, dat het de laatste 6 weken behoorlijk droog was geweest. Daar deze halve marathon voor deze IJVL-ers een zware training was als voorbereiding op het schaatsseizoen, was er zodoende sprake van oefenstof.

Vlak voordat we het Panbos in liepen, kwam ons een fietser tegemoet met vlak achter zich de koploper. Nu liepen wij bepaald niet te lanterfanten, maar Luuk Metselaar, de uiteindelijke winnaar, had al een voorsprong opgebouwd van 2500 meter. Waar wij op 4 kilometer zaten, daar had hij al 6,5 kilometer afgelegd.
Zelf liep ik erg makkelijk. Zonder te forceren liep ik Hans in korte tijd op 100 meter. Bij de eerste drinkpost wachtte ik op hem, maar op weg naar de tweede drinkpost herhaalde zich dit. Waar we normaal aan elkaar gewaagd zijn, daar was dat vandaag niet het geval.
Bij de tweede drinkpost deelden we een energiegel. Dick van Beelen, die bij de drinkpost op de Friese wei stond, liep een stuk met ons mee. Weer liep ik met speels gemak weg bij Hans. De conclusie mag duidelijk zijn: ik was in vorm. Wat heet: ik was in bloedvorm. De mondhygiëniste had deze week ook al de nodige opmerkingen over mijn bloedend tandvlees.

De bloedvorm kwam tijdens de halve marathon ook letterlijk naar buiten in de vorm van een bloedende tepel. Dit is een probleem waar meer duurlopers mee te maken krijgen.
Nadat ik me af had laten zakken naar het groepje van Hans en ik voor de derde keer te horen kreeg, dat ik maar moest gaan, volgde ik dat advies maar op. Normaal gesproken ben ik van het type "samen uit, samen thuis", maar toen ik zonder moeite weer een gat van 100 meter had geslagen, gaf ik in de bloedhete duinen toch maar gas.

Voor een echte toptijd had ik in het begin te veel tijd verspild, maar het geeft toch wel een kick als je kilometers lang alleen maar inhaalt. Vooral in de duinen met een beetje tegenwind ging het erg soepel.
Wat me wel verbaasde was het aantal lopers, dat op zo'n warme dag een zwart shirt droeg. Door de warmteabsorptie is een zwart shirt al gauw een graad of 5 warmer dan een wit shirt.

Op het strand haalde ik nog diverse lopers in, maar werd ik ook af en toe ingehaald. Het strand was breed en behoorlijk hard. Het liep lekker, al moesten we af en toe door het ondiepe water rennen.

Tot mijn stomme verbazing werd ik in de laatste kilometer bijgehaald door Sabine Hoeke, zodat we net als vorig jaar samen op de finish af stoven.
Na in het voorbijgaan speaker Teun de Reede een handje te hebben gegeven, kwam ik binnen in een tijd van 1.51.57 bruto. Netto werd dat 1.51.10. Met deze tijd werd ik 164e van de 508 gefinishte lopers.
Net als bij de fietstunnel wachtte ik 5 minuten op Hans, die in 1.56.16 vlak achter oud-kernploeglid Jolanda Grimbergen eindigde.
Na een harinkje te hebben gehapt, wandelden we naar de kustlijn, waar we in de branding gingen zwemmen. Op de terugweg kregen we nog een haring, waarna we via onze volkstuin naar station Voorschoten fietsten. Het grote voordeel was, dat we zodoende de drukte van de Tina-dag misliepen.
Thuis gekomen douchte ik me, waarna ik doorfietste naar de skeelerbaan in Leiderdorp, waar het wisselfeest van de IJVL was. Op de zonovergoten baan gaf Laurine van Riessen een skeelertraining. Gelukkig bleven dit soort taferelen achterwege.

Zelf liet ik deze skeelertraining aan me voorbij gaan. Met 60 kilometer fietsen en een loodzware halve marathon leek de kans op overbelasting van de spieren mij net even te groot. Ik genoot samen met Wil Verbeij van een biertje op het terras. Wachtend op de gezamenlijke pizzamaaltijd met zo'n 30 IJVL-ers in de open lucht was dit een prima afsluiting van deze Tina-dag.

maandag 2 mei 2016

Nico Scheepmaker Beker


Afgelopen week was de Week van het Sportboek. Als bibliothecaris en sportliefhebber kan ik dit initiatief alleen maar toejuichen. Wat mij betreft mag het iedere week de Week van het Sportboek zijn.
Tijdens deze week werd bekend gemaakt, wie de Nico Scheepmaker Beker gewonnen heeft, de vakprijs voor het beste sportboek van 2015. De keuze van de jury viel op "Etalagecoureur" van Peter Ouwerkerk.

Zijn boek beschrijft het leven van wielrenner Roy Schuiten. Bij het grote publiek is hij geen bekende renner. In vloeiende stijl en met gevoel voor renner en mens ontrafelt Ouwerkerk dit leven. Tevens geeft hij een fraai tijdsbeeld van het wielrennen in de jaren zeventig en tachtig.
De andere genomineerde boeken waren:
"Jean" van Bart Jungmann
"Captain van Jong Holland" van Daniel Rewijk
"De slag om de skyboxen" van Iwan van Duren en Tom Knipping
"Hoe sterk is de eenzame schaatser" van Erik Dijkstra

Het laatstgenoemde boek over de kleurrijke schaatser Hans van Helden was mijn favoriete boek. Helaas is het dit zeer lezenswaardige boek niet geworden, noch bij de jury, noch bij de publieksprijs.

Die ging naar "Topshow" van Michel van Egmond en Jan Hillenius. In "Topshow" kunt u een kijkje nemen achter de schermen bij het succesvolle en veelbesproken televisieprogramma "Voetbal International" van Johan Derksen.
Naast "Topshow" waren dit jaar "Thuis in de Tour" van Mart Smeets, "Kuipkoorts" van Ronald Giphart en Rob van Scheers, "Hoe sterk is de eenzame schaatser" van Erik Dijkstra en "Draag nooit een gele trui" van Alex van der Hulst genomineerd.

Dat laatste doen de Nederlandse wielrenners vanaf 1989 trouwens al niet meer....

vrijdag 22 april 2016

Een persiflage op Bruce Springsteen

Aan het einde van de middag vertrok ik van huis uit om samen met Hans Boers de halve marathon te gaan lopen. Het was bewolkt weer met een noordwesten wind, dus redelijk fris. Maar je loopt je altijd wel warm.

We liepen het oude parcours van de marathon van Leiden. Vanuit de Stevenshof ging onze route naar de Leidse binnenstad. Tot onze stomme verbazing liep de route dood op de Aalmarkt. Wegens werkzaamheden was de weg daar volledig afgesloten met hekken. We hopen, dat dit euvel over exact een maand verholpen is, want anders loopt de laatste halve kilometer van de marathon letterlijk in het honderd.
Nu moesten we ruim 100 meter teruglopen om aan de andere kant van de Rijn richting het lege V&D-pand te lopen, waar we de officiële route langs de rivier weer vervolgden.

Langs de Lammenschansweg liepen we naar Zoeterwoude en vandaar via een bocht naar de Vlietlanden. Ik liep redelijk vlot, maar Hans is beter in vorm dan mij. Af en toe liep hij als een soort Joop Zoetemelk heel langzaam van me weg.

Onder het lopen hadden we het over allerhande zaken. Zo passeerde de penalty van Milik tegen F.C.Utrecht de revue. Hans moest zich deze week verweren tegen een paar Feyenoord-fans.
"Er was niets mis met die strafschop", zei mijn trainingsmaat: "De penalty was onberispelijk ingeschoten!"

Zelf moest ik bekennen, dat ik vandaag het hoofd frontoffice bovenop de kast had gejaagd.

De afgelopen 2 maanden had ze zich nadrukkelijk uitgesproken over de lengte van mij haar. Met een binnenpretje en een zijden sjaaltje was ik vanmorgen naar mijn werk gefietst. Mijn vermoeden, dat ze met open ogen in de val zou lopen, werd volledig bewaarheid.
In de koffiepauze deed ik het groen-blauwe sjaaltje om mijn hoofd, zodat ik er uitzag als een hippie op leeftijd.
"Wat is dat?", klonk er op felle toon.
"Een haarband", zei ik geheel naar waarheid.
"Je gaat hiermee toch niet de uitlening in?", klonk het ietwat vertwijfelde antwoord.
"Ik zou niet weten, waarom niet", gaf ik als respons.
Op dat moment kwam de directeur binnen: "Het lijkt wel een persiflage op Bruce Springsteen."

Voor het eerst van mijn leven heb ik een directeur met gevoel voor humor. Ik kan het iedere werknemer aanbevelen.
Om 10 uur verliet ik de kantine en liep naar de uitlening, waar ik het sjaaltje in mijn jaszak stopte. Ik ben professioneel genoeg om de klanten niet lastig te vallen met grappen en grollen, waar zij part noch deel aan hebben. Maar op het moment, dat ik het kantoorgedeelte betrad, kwam de haarband weer om mijn schouderlange haar te zitten zoals ruim 40 jaar geleden.

Ja, ja, ik ben mij er eentje....

Bij het weggaan vroeg ik aan het nog steeds verbijsterde hoofd: "Welke kleur haarband zal ik maandag aandoen?"

Het is maar goed, dat ik nog niet zo lang geleden mijn functioneringsgesprek heb gehad....

maandag 14 maart 2016

Reanimatie

Iedere sporter weet, dat een van de basisprincipes van de training de herhaling is. Alles wat je geleerd hebt en wat je niet meer gebruikt, verlies je in meerdere of mindere mate. De Engelsen zeggen het zo mooi: "Use it or lose it."

Een van de zaken, die wij op ons werk bij de Katwijkse bibliotheek bij moeten houden in de hoop het nooit te hoeven gebruiken is reanimatie. In een voor iedereen toegankelijke publieke ruimte bestaat immers altijd de kans, dat iemand een hartaanval krijgt. En dan moet je als bibliothecaris snel handelend optreden.

Als je dit niet jaarlijks bijhoudt, dan verlies je toch de juiste routine. Vandaar dat we vanmorgen een herhalingscursus "Reanimatie en levensreddende handelingen" hadden onder leiding van Atie van Duijn. Daarbij hoorde ik, dat een collega al een keer iemand gereanimeerd had.
Omgekeerd ken ik ook een sporter, die op de racefiets een rondje maakte en net buiten Leiden een hartstilstand kreeg. Hij had onwijs veel geluk. Er kwam net een ambulance langsgereden, die vanuit de Sleutelstad leeg op weg was naar de standplaats in een van de omliggende plaatsen. Deze stopte en de broeders begonnen onmiddellijk met reanimeren. Deze sporter is er gezond weer bovenop gekomen en kan nu weer gewoon sporten.

Zoiets noemen ze ook wel eens een engel op de schouder hebben.

zaterdag 19 september 2015

Schuurfeest met Haagsche kakker

Vlak voordat ik gisteren klaar was met mijn uitleendienst kwam de man van de vrouw, die woensdag na een lelijke val naar het LUMC was gebracht met een ambulance, de bibliotheekmedewerkers verrassen met een Haagsche kakker.

Dit als dank voor de goede zorg voor zijn vrouw, die gelukkig niets gebroken had en met wie het nu naar omstandigheden redelijk gaat.
Daar het teamwork betrof was de keuze simpel: de Haagsche kakker verdween naar de kantine.
Na een stuk van dit smakelijke krentenbrood geproefd te hebben fietste ik naar huis, waar Ada een verrassing voor me in petto had: een schuurfeest.

Ze wilde graag de deur van de schuur op de volkstuin schilderen en iedere klusser weet: voor je kunt schilderen, moet er eerst geschuurd worden. Dus fietste ik met mijn vrouw via de Formido naar de tuin, waar de deur gelicht moest worden. Daar de enige plek op het tuinencomplex, waar elektriciteit was, 200 meter verderop was, moesten we de deur daarheen sjouwen en na het schuren, dat mijn vrouw vakkundig deed, weer terugtillen naar onze schuur.

Daar ik vanmorgen en vanmiddag moest werken op de Hoofdbibliotheek, deed mijn vrouw de boodschappen en ging daarna de deur en nog wat vaste delen van de schuur schilderen.
Vlak voor tijd werd ik gebeld. De verf was op. Ik had al beloofd om na mijn werk naar de tuin te komen. Daar de verf op was kreeg ik het verzoek om via de Formido te fietsen en hetzelfde blik Verfijn te kopen. Dat deed ik graag.
Ik reed via de Nachtegaallaan. Aan het begin van de klim kwam ik Dick van Beelen tegen, die volgende week ook de Halve marathon van Katwijk wil gaan lopen.
Aan het eind van de afdaling werd ik ingehaald door Douwe Kinkel, die met een trainingsmaat in de duinen had gefietst.

"Sluit maar aan", kreeg ik te horen en op de Cantineweg en de Kooltuinweg ging het in het zog van 2 racefietsen behoorlijk rap. Tot 38 kilometer kon ik hen bijhouden. Jan gaf er nog een extra snok aan en toen moest ik passen met als topsnelheid 37,99 kilometer per uur.
Gelukkig wachtte het duo even op me zodat ze me verder op sleeptouw konden nemen.
Ik was derhalve sneller met de verf op de tuin, dan Ada verwacht had: "Ben je eerder vertrokken op je werk?"

Dat bleek dit schilderachtige figuur echter niet.
Na de planten in de kas water gegeven te hebben, fietste ik via mijn schoonouders om een pakketje groente af te leveren. Ik heb nu eenmaal een reputatie als ideale schoonzoon op te houden.

vrijdag 28 augustus 2015

Van Blauwe tram tot JOBO-trein


Deze week zijn de najaarsfeesten in Katwijk aan den Rijn. De Oranjevereniging aldaar pakt altijd groots uit. Dit jaar hadden ze voor elkaar gekregen, dat de befaamde Blauwe tram weer door de Rijnstraat ging rijden.

Over het geheel genomen ging het goed, doch eenmaal ontspoorde de Blauwe tram. Dat gebeurde tijdens een proefrit op zondag, hetgeen in de kantine op mijn werk op maandag met een in Katwijk regelmatig gebezigde spreuk werd afgedaan: "Een zondagssteek houdt geen week."
Doordat de conciërge deze en volgende week vakantie heeft, mag ik deze 2 werkweken voor chauffeur spelen. Met de biebauto rij ik dan langs de vestigingen van de bibliotheek in de gemeente Katwijk. Doordat ik met kratten boeken moet sjouwen, krijg ik zodoende gratis krachttraining. Sterker nog, ik krijg er nog voor betaald ook.
Als coördinator van de "Krasse knarren" kwam ik zodoende tot tweemaal toe leden van deze trainingsgroep uit de Leidse IJshal tegen. Net als afgelopen maandag zag ik "The Shoes" en consorten over de Cantineweg flitsen, terwijl ik over de Westerbaan reed. Met 2 of 3 man in wielershirts van JOBO gestoken reed aan de rand van de duinen een goed geoliede JOBO-trein.
Zelf had ik vandaag ook een duintraining ingelast. Zowel heen als terug reed ik via "De Klip", zodat ik de dubbele afstand van een gewone werkdag had afgelegd. Na thuis gegeten te hebben liep ik om 3 uur naar de volkstuin, waar Ada en Ana druk in de weer waren met het oogsten van de nodige groenten.

Terwijl ik als een boemeltrein in de omgeving van het Valkenburgse meer de 10 kilometer vol maakte, raasde er een Hollandse TGV door "Het Vogelnest" in Peking.


Om het Nederlandse succes compleet te maken, won Bert Jan Lindeman ook nog eens de zevende etappe van de Vuelta.

Zo snel ben ik niet. Ik ben meer een diesel die zich senang voelt bij de JOBO-trein.

zaterdag 14 maart 2015

Bert Wagendorp

Na de lange schaatstocht van gisteren stond er een lange werkdag op het programma. Om kwart over 9 fietste ik naar Katwijk voor mijn zaterdagdienst in de bibliotheek. De enige naweeën van de Bert Grotenhuis Bokaal waren een krampscheut in mijn linkerbovenbeen gisterenavond en een wat stijve onderrug. Waar normaal gesproken de trap aflopen na zo'n inspanning iets masochistisch heeft, had ik daar totaal geen last van.
De uitlening was rommeliger dan gebruikelijk, doordat een half uur na sluitingstijd een lezing van journalist en schrijver Bert Wagendorp op het programma stond.

Dit betekende, dat er tussendoor allerlei dingen geregeld en klaargezet moesten worden, temeer daar om half 3 een akoestisch zangduo een optreden op de Hoofdbibliotheek verzorgde. In de popmuziek zouden ze dit het voorprogramma hebben genoemd. Maar vandaag kon je beter spreken van "De proloog".

Op deze late zaterdagmiddag waren een kleine 50 belangstellenden op de schrijver van "Ventoux" afgekomen. Vorig jaar heeft het (sport)boek al op nummer 1 in de Boeken Top-60 gestaan en momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de verfilming van "Ventoux".

Door de gekozen opzet van een interview werd de lezing zeer levendig. Dick van der Plas, voormalig redacteur bij het Leidsch Dagblad, wist met kwinkslagen en raak gekozen voorzetten de auteur boeiende verhaalstof te ontlokken. Uiteraard ging dit voor een groot deel over "Ventoux".

Maar het verhaal werd wel ingebed in het leven van een (sport)journalist in het algemeen naar het wielrennen in het bijzonder, evenals het verschil tussen wielrennen en fietsen. Hierbij vertelde hij, dat mensen zich op latere leeftijd nog steeds kunnen verbeteren bij met name duursporten. Als coördinator van de "Krasse knarren" en als ervaringsdeskundige kan ik dit volledig beamen.
Ook de duistere kant van de sport met allerhande schurkenstreken kwamen ook aan bod: de doping, maar ook het omkopen. Voor een sportjournalist levert dit vaak mooie verhalen op. Maar waar bij het wielrennen alles onder een vergrootglas ligt, daar verdwijnen de schandalen in het voetbal steevast in de doofpot. Er wordt na de onthulling van een schandaal even wat ach en wee geroepen, waarna er nooit meer iets van wordt vernomen. Het lijkt wel een Bermuda driehoek.
De tweede rode draad, die door het anderhalf uur durende interview heen liep, was het verschil tussen mannen en vrouwen. Het "Vader & dochterboek", dat Bert Wagendorp met zijn dochter Hanna geschreven had, was een prima kapstok voor smeuïge details.

Dat vrouwen sociaal veel vaardiger zijn dan mannen hoeft verder geen betoog, maar de manier, waarop Bert en Dick de zaal bespeelden met de gekozen voorbeelden, had af en toe wat weg van cabaret. De 50 aanwezigen genoten volop op deze qua weer vrij kille zaterdagmiddag. De sfeer in de bibliotheek was er daarentegen opperbest.
Bij de stand van Boekhandel Van den Berg gingen na het interview aardig wat boeken van de Volkskrant-journalist over de toonbank. Laatstgenoemde kon dan ook aardig wat boeken van zijn hand signeren. Ik kocht beide besproken boeken. Van "Ventoux" kocht ik de dwarsligger. Boze tongen beweren, dat ik zelf een dwarsligger ben, maar daar herken ik mezelf totaal niet in. U toch ook niet, toch?
Na de borrel, waarbij ik met een paar mensen, waaronder Willem van Vliet, mijn schaatsmaat van gisteren, napraatte over de lezing, moesten we als bibliotheekmedewerkers nog wel de boel op orde brengen zodat we maandag weer gewoon de uitlening op kunnen starten.
Om kwart over 7 kon ik mijn jas aantrekken en naar huis fietsen, zodat ik om kwart voor 8 thuis was. Het was een al met al een lange zaterdag geworden.

vrijdag 18 juli 2014

B. Breed & Zn

Gisterenmiddag kwam ik op mijn werk en werd mij de vraag voorgelegd, of ik langs de filialen wilde rijden en tevens langs een viertal scholen om op de laatste schooldag kratten boeken op te halen. Uiteraard wilde ik dat als telg van een geslacht van vrachtwagenchauffeurs.

Dat betekende, dat ik mijn planning om moest gooien. Eén conciërge was op vakantie, de andere had zich ziek gemeld. Dat betekende dus sjouwen met kratten en dozen boeken in de zomerhitte.

Maar ja, waar vind je werk, waar je onder werktijd aan krachttraining kunt doen?
Ik hield er trouwens rekening mee, dat ik vanmorgen op herhaling mocht gaan. Hetgeen ook geschiedde. Eerst haalde ik met mijn fiets de post op die bij Postbus 517 in Katwijk was bezorgd, na de pauze reed ik weer een rondje langs de filialen.

Komend vanaf de bibliotheek in Valkenburg tufte ik op de Kooltuinweg richting Katwijk. Het was er erg druk met fietsers richting strand. Ik zag een groep van 10 á 12 wielrenners me tegemoet komen. In dit kleine peloton ontwaarde ik 2 Jobo-wielershirts, een sein voor me om extra op te letten.
Daar ik ook nog op het overige verkeer moest letten, kon ik niet precies zien, wie er allemaal meereden, maar op de achterste rij ontwaarde ik onmiskenbaar de tweeling uit de fitste band van Nederland in het volle zonlicht.

Wim van Huis kon ik niet zo snel ontdekken in deze groep wielrenners, maar dat is niet zo verwonderlijk. Hij is net zo min als ik als reus in de wieg gelegd. Meestal hoor je Wim trouwens eerder dan dat je hem ziet. Voor een gitarist is dat trouwens niet eens zo'n vreemde gedachte.
Om half 2 fietste ik naar huis, waar ik mijn fiets en die van Ada schoonmaakte, waarna we samen naar de volkstuin fietsten. In de bloedhitte plukte ik de laatste peultjes, doperwten en tuinbonen. Daarna mocht ik alvorens naar huis te fietsen mijn eigen boontjes doppen....

vrijdag 20 juni 2014

De religieuze dimensie

De combinatie van muziek en religie is al eeuwenlang een zeer vertrouwde. Sterker nog, het overgrote deel van de ons overgeleverde muziek was kerkmuziek.

In de popmuziek is het aandeel van religieuze liederen stukken kleiner, maar je hoeft ze niet met een kaarsje te zoeken.




De relatie tussen sport en religie is een stuk minder eenduidig. Maar deze is beslist aanwezig, zoals blijkt uit de documentaire "Zwart ijs", die de EO begin dit jaar uitzond.

Nu kan het geloof de individuele sporter geestelijke rust geven, een niet onbelangrijk deel van de mentale training. Immers: als de lichaamskracht tekort schiet, dan komt het op geestkracht aan!

Bij het wereldkampioenschap voetbal zie je regelmatig een speler een kruisje slaan, net zo goed als je bij het wielrennen een winnaar van een etappe van de Tour de France naar de hemel ziet wijzen: "Daar komt deze zege vandaan!"

Neerlands eerste Tourwinnaar Jan Janssen was hier een letterlijk en figuurlijk uitstekend voorbeeld van.
Hetzelfde gaat tijdens het WK op voor voetballers, vooral uit Latijnse landen. Maar niet alleen zij.

In menig katholieke kerk wordt tijdens een wereldkampioenschap door een enorm aantal fans een kaarsje opgestoken voor een goede uitslag van hun elftal.

Als dit zo zou werken, dan zou het WK voetbal een soort WK bidden worden. De gebeden van het land, dat het beste gedaan heeft, worden dan verhoord en de betreffende natie mag zich wereldkampioen voetbal noemen.
Nu mag sport de belangrijkste bijzaak in het leven zijn, dit kan toch niet van Onze Lieve Heer gevraagd worden.

In de sport en dus ook in het voetbal kan er uiteindelijk maar één winnaar zijn. Het verhoren van de gebeden van de één zal in deze gedachtegang automatisch ten koste gaan van de gebeden van zeer veel anderen. Er wordt dan aan God niet minder gevraagd dan om partijdig te worden.
Het is wel begrijpelijk: voor supporters is het een manier om hun onzekerheid over hetgeen Hogere machten voor hen in petto hebben te bezweren.
Want wat dat aangaat hebben supporters toch een nimmer in te halen achterstand op sporters. Die hebben immers altijd nog de mogelijkheid om God een handje te helpen.

maandag 28 april 2014

De Week van het Sportboek


Afgelopen week was het de Week van het Sportboek. De Week van het Sportboek wordt dit jaar voor het eerst georganiseerd door Stichting CPNB in samenwerking met sportboekenuitgevers en NOC-NSF. De campagne richt zich op meer zichtbaarheid van sportboeken in boekhandels en bibliotheken en wijst klanten en leden op het ruime aanbod aan sportboeken.
Nu heb ik daar als bibliothecaris en sportliefhebber geen aparte week voor nodig. Wat mij betreft is het iedere week sportboekenweek. Maar ja, ik heb dan ook al 2 sportboeken op mijn naam staan.

In het najaar van 2011 kwam "Molen- en Merentocht" uit bij Mijn Bestseller, een half jaar later zag "De Elfsteden toch gereden" het licht.

Nu heeft u de mogelijkheid om tot 1 juni uw stem uit te brengen voor de publieksprijs voor het beste sportboek van het jaar. Er zijn 10 boeken genomineerd.

De genomineerde boeken zijn:
"Bloedbroeders" van Steven Derix en Dolf de Groot
"Gepakt" van Mart Smeets
"Laurens ten Dam" van Robin van der Kloor
"Dennis Bergkamp" van Jaap Visser en David Winner
"Vechtlust" van Vincent de Vries
"De Wolf, John" van Jeroen Siebelink en John de Wolf
"De kunst van het dalen" van Martin Bons
"Tussen Godenzonen" van Auke Kok
"Sven" van Johan Boef
"Het is zoals het is" van Marcel van Roosmalen
Het betreft 4 wielrenboeken, 5 voetbalboeken en 1 schaatsboek. Voordat ik mijn stem uitbracht, koos ik in iedere categorie een boek uit.
Bij de schaatsboeken was de keuze erg makkelijk: "Sven" van Johan Boef.

Bij de wielerboeken viel mijn keuze op "De kunst van het dalen" van Martin Bons.

Dalen is niet voor iedereen weggelegd. Dalen is een kunst. Martin Bons schreef een boek over dalen in de Tour de France. Over angsten. Over toeval. Over de krankzinnigheid. Maar vooral ook over de schoonheid van het meest onderschatte onderdeel van de wielersport.
En tenslotte "Tussen Godenzonen" van Auke Kok. De auteur liep een seizoen lang mee met de selectie van Ajax toen de Amsterdamse club voor de derde maal op rij landskampioen werd. Gisteren werd het kwartet volgemaakt.

Mijn keuze viel op het boek van Auke Kok. De prima presentatie, die hij in de bibliotheek aan de Hoorneslaan heeft gegeven, lag nog vers in het geheugen. Dat was voor mij een schot in de roos.