donderdag 8 januari 2015

"Wij zijn bofkonten!" of de schaatsruilbeurs

EEN VOLK DAT VOOR TIRANNEN ZWICHT
ZAL MEER DAN LIJF EN GOED VERLIEZEN
DAN DOOFT HET LICHT....

Het "Van Randwijk-monument" in Amsterdam is een gedenkmuur met witte letters. De tekst op het monument is de slotregel van H.M. van Randwijks gedicht "Bericht aan de levenden".
Deze zin drukt in al zijn eenvoud en puurheid uit, waar wij moeten staan als er een aanslag gepleegd wordt op de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers.

Over de smaak en de inhoud van een satire mag je van mening verschillen en als je het er niet mee eens ben, dan ga je de strijd met de pen aan. Het letterlijk monddood maken van mensen is de methode van tirannen.

Hier mogen wij niet voor zwichten. Het grote probleem van (religieuze) tirannen is, dat zij meestal geen enkel gevoel voor humor hebben.

Deze knipoog naar het Mohammed-debat zullen zij vermoedelijk niet begrijpen: ga de strijd aan met messen aan je voeten in plaats van met messen in je handen. Train en train tot je de edele schaatssport onder de knie krijgt. Versla je tegenstrever met je voeten in plaats van met je vuisten. Je oogst er meer waardering mee. En de hoogste eer, die je in ons lage land kunt behalen, is niet het winnen van een Olympische medaille, maar het winnen van de Elfstedentocht!
Beul jezelf af voor dit goede doel en maak de droom van Mohammed Nasr waar.

Over één ding hadden we vandaag in ieder geval niet te klagen. Het weer werkte volledig mee aan de stemming in het land. Op een gegeven moment ging heel het land op deze kletsnatte dag gebukt onder de bewolking van de regenzone.

Desondanks wist Wierd Wagenmakers vandaag de wereld van zonnige kant te bekijken. Fer Vergeer kwam aanzetten met de kluunschaatsen van zijn vrouw. Hij wilde deze uittesten na de training van de "Krasse knarren": "Anders kan ik jullie niet bijhouden."
"Waar maak je je druk om", antwoordde Wierd tegen de man, die net als hij de 70 is gepasseerd: "Wij zijn bofkonten, dat we op onze leeftijd nog zo hard kunnen schaatsen!"
En zo is het maar net.

Zelf had ik net mijn slijpsteen naar de winkel van Ooms Sport in de Leidse IJshal gebracht met de vraag of Marjolein Donkerbroek deze voor mij de ruwe zijde "open" zou willen schuren. Deze was volledig dichtgeslibt met ijzervijlsel, waardoor ik veel te lang moest schuren. Uit arren moede ging ik met de ruwe zijde maar schuin slijpen op de botte plekken. Daardoor kwam de ronding in het midden hoger te liggen. Hierdoor kreeg ik het gevoel op hobbelig ijs te schaatsen.
Net als afgelopen dinsdag reed ik het eerste deel van de piramide technisch niet lekker. Ik kwam niet lekker in mijn slag. Dat kwam op beide dagen pas, nadat ik de 25 rondjes op kop gereden had.
Na afloop van de training ging Fer op de kabouterschaatsen het ijs op. Het eerste rondje ging moeizaam, maar elk volgend rondje ging het beter. Ook het pootje over lukte bij deze gezellige doordouwer. Alleen het uitdoen van de schaats lukte niet zo goed.

Ik hielp Fer daarbij, maar ik moest ook een paar pogingen wagen, omdat ik geen Salomons heb, maar op Rossignol-langlaufschoenen rijd.
"Dat zijn zeker Italiaanse schoenen?", vroeg Koos van Schie.

"Nee", antwoordde ik: "Rossignol is het Frans voor nachtegaal. Het zullen dus wel Franse schoenen zijn"
"Dus jij rijdt met de Franse slag...."

Denk nu niet, dat met het einde van de training het verhaal afgelopen was. Wat dat aangaat kan ik Facebook parafraseren: "Er is een hoop gebeurd op Blogspot sinds de laatste keer dat je je hebt aangemeld. Hier zijn een paar meldingen over je vrienden die je hebt gemist."
Allereerst kon ik mijn slijpsteen ophalen bij Marjolein om vervolgens een warme chocolademelk met slagroom voor haar te halen in de kantine. Daar speelde zich bij het vertrek het volgende tafereel af. Jan van Schie en Aad van Tol hadden zo op het eerste oog dezelfde schaatstassen. Ongewild fungeerden deze tassen als een schaatsruilbeurs. Jan was er met de tas van Aad vandoor....

Na enig telefoon- en mailverkeer is het tenslotte allemaal goed gekomen op deze regendag met extra fietsritten naar de Vondellaan.
Dit beleefden we allemaal met de ruim 20 "Krasse knarren", die er vanmorgen wel waren. Maar er ontbraken er nog een paar op het appél: de Twee van Breda. Dinsdagmorgen ontsnapte dit duo aan het peloton en sindsdien zijn zij voortvluchtig!
U ziet het: wij zijn bofkonten, dat we dit allemaal mee mogen maken tijdens een gewone doordeweekse schaatstraining van de "Krasse knarren".

zondag 4 januari 2015

Bekende Nederlander

Dankzij onze onvolprezen Nederlandse Spoorwegen had ik gisterenmiddag een bijzondere ervaring. We zouden met de trein naar Ede-Wageningen gaan om een jarig nichtje te bezoeken. Daartoe wandelden we naar station De Vink, waar ik het nog ongebruikte treinkaartje van de Zevenheuvelenloop alsnog kon gebruiken.

De stoptrein naar Schiphol kwam met enige vertraging aan. Vermoedelijk was daardoor onze trein in de wacht gezet voor we station Hoofddorp binnen konden rijden. Deze extra vertraging zorgde ervoor, dat we na het oversteken van het perron voor gesloten deuren stonden bij de trein naar Nijmegen, die onverbiddelijk wegreed.
We konden een half uur wachten op Schiphol, of we konden in de boemeltrein stappen, waar we net uit waren gestapt. Wij kozen voor het laatste, waarbij ik verder las in Trouw en Ada in "Freakonomics" van Steven D. Levitt en Stephen J. Dubner.

In Utrecht gaf het informatierscherm in de trein aan, dat we 20 minuten hadden om over te stappen op de trein naar Ede-Wageningen. We wandelden dus rustig om bij het op het perron stappen de trein naar Nijmegen te zien staan. Deze reed net voor onze neus weg. Voor de tweede keer op rij.
Eerst baalde ik daar een beetje van, maar dat sloeg om als een blad aan een boom. Een vrouw kwam de trap afgelopen met haar man en het eerste wat zij zei was: "Jij moet Bert Breed zijn!"
In eerste instantie zat ik te denken, dat het iemand was van een van de scholen waar ik op gezeten had, maar de vrouw hielp me uit de droom: "Je zult mij niet kennen, maar ik lees altijd je blogs."

Nu had ik het met schaatsen op de Vogelplas, de Kagerplassen en de Gouwzee wel eens meegemaakt, dat iemand mij aanschoot om te bedanken voor de tip, waar je kunt schaatsen, maar midden op het drukste station van Nederland is toch een iets andere dimensie.

Met mijn Fryslân-muts en mijn toch wel karakteristieke kop ben ik beter herkenbaar dan anderen, maar ik weet nu zeker: ik moet me nooit van mijn leven op het criminele pad begeven, want ik wordt zeer makkelijk herkend.
Maar daar was nu geen sprake van. Ik vond het eerlijk gezegd heel leuk om de positieve feedback op mijn verhalen te horen van een mij onbekende vrouw uit Limburg. Ik kan me nu een heel klein beetje indenken, hoe het voelt om een Bekende Nederlander te zijn.

Dus als u mij binnenkort ziet prijken op de voorpagina van Story of Privé.....

zaterdag 3 januari 2015

De schaatstocht van olifant

Traditioneel ga ik 1 keer per jaar mee met de trainingsgroep van de IJVL in Haarlem. Dat is veelal de eerste vrijdag in januari, als in de Leidse IJshal de Nieuwjaarswedstrijden georganiseerd worden. Die dag hoef ik zelf geen schaatsles te geven.


Al even traditioneel zijn er rond de jaarwisseling oliebollen. Er ging dus een wervend mailtje uit om deel te nemen aan de oliebollentraining.

Aan Frits van Huis, die net over was uit Afrika, was een speciale rol toebedacht: "Het gerucht gaat dat Frits van Huis oliebollen mee gaat nemen met Zuid-Afrikaanse ingrediënten!"

Welnu, Frits ging aan de slag met recepten met poeder uit de hoorn van de neushoorn, geraspte olifantenslagtanden en gemalen stekelvarkenpennen, dus met de smaak kwam het wel goed. Hij beëindigde het mailtje met: "P.S. Ik schaats inmiddels als een olifant; wordt dat ook goed gerekend?"

Natuurlijk werd dat goed gerekend. Want een van de meest gebruikte oefeningen om beginnende schaatsers te leren om zijwaarts af te zetten wordt "de olifantenoren" genoemd. Daarnaast kennen we de snelheid van Frits op het ijs. Die doet niet voor de snelheid van een olifant onder.

Om half 7 fietste ik naar de Vondellaan, waar vandaan we carpoolend zouden vertrekken naar de Kunstijsbaan Kennemerland. Zodoende kon ik Marieke Verbeij haar 2 rondjes zien schaatsen namens Zoeterwoude. Ook liep ik mijn nicht Meriam tegen het lijf. Haar dochter Gwen had net 2 rondjes gereden.
Samen met Hans Boers reden we met Wil Verbeij mee naar de Spaarnestad. Hans had zijn Salomons meegenomen. Aan mij was de eer te beurt gevallen om een Salomonsoordeel te vellen over zijn schaatstechniek. Voor en achter mijn vaste loopmaat schaatsend kon ik zodoende wat aan zijn techniek sleutelen. Vooral door te werken aan een puur zijwaartse afzet kon Hans wat extra snelheid produceren, terwijl zijn slag veel rustiger en ontspannender werd.


Met hardlopen heeft Hans geen aanwijzingen nodig. Waar Frits van zichzelf vindt, dat hij schaatst als een olifant, hetgeen Mohammed er ooit toe bracht om in paniek te raken, doordat hij bang was dat we door het pikzwarte ijs zouden zakken, daar loopt Hans lichtvoetig als een antilope.

Hans en zijn privé-trainer reden het grootste deel van de training apart van de snelle trainingsgroep van Jaap de Gorter en de iets tragere van Willeke van der Weijde.


Wij vormden met zijn tweeën de middengroep. Zeg maar tussen tafellaken en servet.

En de servetten kwamen na de zeer gezellige training op de drukke Haarlemse kunstijsbaan goed van pas, want onze olifant was de oliebollen niet vergeten.

En hij was ook niet vergeten om prachtige verhalen te vertellen over de natuur in Zuid-Afrika en de wilde dieren, die om het huis heen zwierven, waaronder ook leeuwen.

Het is dus niet verbazingwekkend, dat Frits veel aan intervaltraining doet bij het hardlopen op het Afrikaanse continent. Zijn conditie is dus puik te noemen. En wie ben ik om na zo'n gezellige oliebollentraining niet te voldoen aan het verzoek van mijn Elfstedenmaat om zijn lijflied op te nemen in dit blogverhaal.

donderdag 1 januari 2015

"Iedereen kan zingen, maar niet iedereen is een zanger!"

Natuurlijk begin ik dit nieuwe jaar met iedereen een gezond, gelukkig, sportief en muzikaal 2015 toe te wensen. En wijsheid zou ik er aan toe willen voegen getuige de spreuk, waarmee ik mijn blog dit jaar open.

Nu zullen veel mensen zich afvragen, van wie deze wijze spreuk afkomstig is. Ongetwijfeld zullen velen daarbij vermoeden, dat het afkomstig is van grote denkers als Oscar Wilde, de grootmeester van het aforisme, of van Johann Wolfgang von Goethe, de grootste Duitse dichter.

In dat geval moet ik hen teleurstellen. Het citaat is afkomstig van Wim van Huis, de gitarist van "The Shoes". Na een training met de "Krasse knarren" in de Leidse IJshal kwam het gesprek op muziek terecht. Eén van de aanwezigen zei, dat hij niet kon zingen, waarop Wim deze diepzinnige spreuk zorgvuldig formuleerde: "Iedereen kan zingen, maar niet iedereen is een zanger!"

Het is net als met de uitspraken van Johan Cruijff: hoe langer je er over nadenkt, hoe meer er in zit. Wat dat aangaat heeft hij een evenknie in zijn broer Frits, die eveneens een klassieker produceerde met zijn uitspraak: "Ervaring is vooral weten, wat je niet moet doen!"
Daarbij had Wim wel eens beter naar zijn broer mogen luisteren, want hij zat in Vietnam, terwijl Frits en ik de Elfstedentocht schaatsten.

Een jaar later had Wim lering getrokken uit deze pijnlijke ervaring en kon ik met de gebroeders Van Huis in een sneeuwstorm op de Gouwzee een prachtige tocht schaatsen.

Ik hoop dit jaar nog vaak met deze wijze broers op het ijs te staan. Een mens is nooit te oud om te leren.....

zondag 21 december 2014

Ergens munt uit slaan

Afgezien van het slijpen van mijn schaatsen en het fietsen van een paar kleine stukjes had ik een uitermate rustige zondag.

In een muntcatalogus zocht ik op, welke gelegenheidsmunt ik gisteren op mijn werk was tegengekomen.

Het bleek "Marathon" te zijn, een Griekse gelegenheidsmunt uit 2010. Het thema is de slag bij Marathon. Toen de Grieken de overwinning hadden behaald, liep de allereerste marathonloper, de Griekse soldaat Pheidippides van Marathon naar Athene om de overwinning te melden. Na 42 kilometer hardlopen meldde hij, dat de victorie was behaald en viel toen dood neer.
Ik was bij toeval op het bestaan van deze munten gestuit, toen ik een jaar of 8 terug een Euromunt met 2 koppen in handen kreeg.

In die tijd beantwoordde ik voor de bibliotheek nog veel Al@din-vragen. Het was dus een uitdaging om er achter te komen, wat de achtergrond van deze Luxemburgse munt was. Het bleek, dat ieder land in de Euro-zone het recht had om 1 keer per jaar gelegenheidsmunten uit te brengen met een andere afbeelding dan de traditionele "kop". Deze gelegenheidsmunt was altijd de munt van € 2,-.
Sinds ik op de hoogte was van het bestaan van deze bijzondere munten kijk ik, als het enigszins kan, ieder muntstuk van € 2,- na met de bedoeling deze te verzamelen. Het is niet mijn bedoeling om de verzameling compleet te krijgen. Daarvoor moet je veel te diep in de buidel tasten. Probeer überhaupt maar eens een euro uit Vaticaanstad in handen te krijgen. Dat lukt je niet, laat staan met een gelegenheidsmunt.
Het is wel de sport om er zoveel mogelijk te krijgen, maar dan wel met wat er toevallig langs komt. En nu we het over sport hebben, ik bezit er wel 2 met het thema "Olympische Spelen".

Deze is van de Olympische Spelen in Athene uit 2004.

En deze is van de Olympische Winterspelen in Turijn uit 2006.
Eén gelegenheidsmunt rond het thema "Sport" heb ik nog niet. Deze Griekse munt uit 2011 rond de "Special Olympics".

Ik ga hem niet kopen via internet. Dan is er iemand, die er munt uit wil slaan. En als je daar aan gaat beginnen, is het hek van de dam.
Uiteraard zit ik vol smart te wachten op de eerstkomende Elfstedentocht. En dat lijkt mij een uitmuntend idee voor een gelegenheidsmunt met het befaamde bruggetje van Bartlehiem op de kopzijde.

woensdag 10 december 2014

"Als je klein bent wil je graag stout zijn!"

Om kwart over 5 haalde ik mijn fiets van het slot in de fietsenstalling van de Hoofdbibliotheek. Een paar kinderen kropen over de loze overdekte ruimte en tikten op het raam. Na de trap van de achteringang opgeklommen te zijn, stuitte ik om de hoek op een jochie van een jaar of 6.
Hij vroeg me, of ik een paar andere kinderen had gezien, die langs de ramen kropen.
"Ja", antwoordde ik geheel naar waarheid: "Was jij daar bij?"
"Nee. Maar werd u niet boos, toen ze op de ramen klopten?"
"Nee hoor", luidde mijn antwoord: "Ik ben zelf ook jong geweest."
Waarop de wijsneus deze volzin uitkraamde: "Als je klein bent wil je graag stout zijn!"


vrijdag 28 november 2014

De Koploper

Deze week ontving ik dit mailtje:
Hi!
Heb je al een cadeautje voor een hardloper? Hou je zelf van goede fictie? Ren dan nu naar de boekhandel, want "De Koploper" is verschenen. De mooiste hardloopverhalen uit de literatuur. Verhalen over vriendschap & bedrog, humor en humeur.
Ik maak maar even schaamteloos reclame voor mijn boek. "De koploper" is uitgegeven door Nieuw Amsterdam. In de bijlage vind je een plaatje van het boek.

Hartelijke groet,
Max

Welnu, als bibliothecaris ben ik natuurlijk nooit te beroerd om wat aan boekpromotie te doen. Dit geldt al helemaal voor sportboeken. Dus in de week voor Sinterklaas ben ik best bereid om extra aandacht te schenken aan deze bloemlezing van deze schaatser.

Max Dohle is schrijver en bloemlezer. Eerder stelde hij "IJsvrij", "Op het ijs", "De wereld gaat op schaatsen" en "De werper uit het graan" samen. Ook voerde hij de redactie over "De blokjeslegger van Turijn" en was hij initiatiefnemer van literair tijdschrift "Zwart IJs".

Verder schreef hij "Het verwoeste leven van Foekje Dillema", over de rivaliteit tussen sprintkampioene Fanny Blankers-Koen en haar Friese uitdaagster Dillema.
Iedere hardloper kan de komende week "De Koploper" op het verlanglijstje van Sinterklaas zetten.