maandag 1 juni 2015

Vuurol


"Vuurol" is de lokale variant van "Oerol" op Terschelling.
Vanmorgen vroeg waren wij al helemaal in de stemming gekomen voor dit totaaltheater. Om 6 uur wekte Tim ons met de mededeling, dat er een merel tussen de binnen- en buitentent zat. Voorwaar een vroege vogel.

Met wat ooit vogels in de dop waren kregen we te maken bij het ontbijt. Alle eieren uit de eierdoos waren gekookt. Joep en Tim hadden er ieder 2 op. De tweede van Joep was helemaal onmiskenbaar, want Tim gooide deze van het ene eind van de 4 kampeertafeltjes naar Joep toe, die hem aan het andere eind van de tafels keurig opving.
Aan het eind van de maaltijd meldde Margriet zich. Ze wilde haar ei nu wel. Er was echter geen ei meer....

"Maar er zitten toch 12 eieren in een doos", verweerde Joep zich: "Er is dus genoeg voor iedereen. Zijn er nog anderen, die 2 eieren op hebben?"
Het verval van het hedendaagse rekenonderwijs openbaarde zich: "Joep, er bestaan alleen dozen van 6 of 10 eieren!"

Met het betere rekenwerk probeerde Tim om 3 uur korting los te peuteren bij Sherlock Holmes, die als een speurneus rondliep op het Vuurol-terrein.

De korting kregen we niet, maar we kregen wel tips van deze superspeurder, waar we het beste naar toe konden gaan. Maar dan had Sherlock buiten de gezellige charmes van onze Tim gerekend, want bij de kassa wist hij bij de dames toch korting te krijgen....





Al vrij snel stuitten we op een paar kabouters.



Met mijn ervaring met kabouterschaatsen had ik wel een streepje voor!

Met blauwe armbanden voor het personeel om onze polsen gingen we naar "Mycelium", een combinatie van muziek, dans en drama van Theatergroep "Het WEB" en "Cielito".


Gezeten op het mos keken en luisterden we naar het familiedrama. Aan het eind kregen 4 personen uit onze groep van wildvreemden een wens of wijze raad toegestopt.



We liepen door naar een vennetje, waar door "Theaterrabarber" het verhaal van de heks Baba Jaga werd verteld en gespeeld met af en toe publieksparticipatie.




"Heksensporen" was een succes.

Dat gold wat minder voor "Enkel- of dubbelspoor" van "2vallig" over een tweeling, die moet leren om elkaar los te laten.



De slotact was wat ons betreft KunstKeetFestival. Zij speelden met een prachtig taalgebruik "De Buskenblaser", een Middeleeuwse klucht over een domme boer, die zijn beste koe verkocht en het geld ervoor gebruikt voor een verjongingskuur, waar zijn vrouw niet zo blij mee was.



Maar de toegift was de grote verrassing van "Vuurol". Op het pad voelde ik, dat de rits van mijn trainingsjack open stond. De kilometerteller zat er nog in, mijn fietssleutel echter niet. Hoe vind je die terug? Ik meldde me dus bij meesterspeurder Sherlock Holmes, maar zelfs die zag er geen gat in.

En dan merk je het grote voorbeeld van getrouwd zijn met een praktische vrouw. Zij was doorgelopen naar de fietsen, waar de fietssleutel nog keurig in het slot zat. Om het verhaal nog fraaier te maken: ook de sleutel van Margriet zat nog steeds in het fietsslot. Met een opgelucht gevoel reden we naar "Puur" toe, waar we na 37 kilometer fietsen in het zonnetje ons borreluurtje hadden.
Om 7 uur wandelden we naar het centrum van Lage Vuursche, waar we bij pannenkoekenhuis "De Bosrand" zouden gaan eten. Daar het een frisse avond beloofde te worden, liep ik nog even terug naar de camping om "Saboteur" op te halen.

Wellicht dat we als de keuken dicht was, konden blijven zitten.
Bij terugkomst kon ik meteen bestellen. Op aanraden van Sheila nam ik een Noorse pannenkoek. Samen met een La Chouffe smaakte de spekpannenkoek met zalm prima.





Hilarisch werd het bij het bestellen van het toetje. Op de menukaart prijkte een seniorenijsje! Een kwartet 60-plussers bestelde dit. Daar ik deze mijlpaal nog niet gepasseerd was, hield ik het bij een grotere portie.
Om half 10 verlieten we "De Bosrand" om onder de eerste spetters onder het afdak plaats te nemen. Tim maakte het met de meterslange sfeerverlichting extra gezellig.


Ik miste alleen de Tibetaanse vlaggetjes.






Na een tijdje kletsen, sterke verhalen en veel lachen zongen we nog wat liedjes, voor we om 11 uur de slaapzak opzochten.

zaterdag 16 mei 2015

Startnummer 302 of "Zo erg is het niet...."

Het was vanmorgen een behoorlijk verregende ochtend. Morgen ziet het er een stuk beter uit. We boffen wat dat aangaat met de 25e marathon van Leiden.
In een miezerregen fietste ik naar de bibliotheek van Valkenburg toe, waar ik in mijn eentje moest werken. Doordat het tijdens de openingsuren behoorlijk doorregende, was het stil in de bibliotheek.
Vanaf Valkenburg fietste ik naar de Lokhorstkerk in Leiden, waar we om 1 uur een repetitie hadden van de Leidse Koorprojecten. Onder leiding van Wim de Ru begonnen we met twee Redeloze zangen van Daan Zonderland en Albert de Klerk.

Na "Een nachtegaal in Echternach" volgde "Archibaldus van Oostzaan".

Ondanks dat het al een kwartaal geleden was, dat we dit gezongen hadden, zat het er nog aardig in. Dat gold ook voor "Souvenir uit Nederland" van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink.

Ook "False love" van Edward Elgar ging over het algemeen redelijk goed. Er zaten voor de sopranen een paar lastige noten in het slotgedeelte, waarbij de bedrogene zich beklaagt. Het kwam er zeer aarzelend uit, hetgeen de dirigent de spreuk ontlokte: "Dit is wel heel zielig". De herkansing ging wat beter, maar "Zo erg is het niet...."
Met dit in het achterhoofd begonnen we aan de eerste pauze, waarna we verder gingen met "I was glad". Dit kroningslied van Henry Purcell verliep gladjes.

Dat gold niet voor "Pater Noster" van Hendrik Andriessen. Hier moest nog behoorlijk aan geschaafd worden. Het is een lastig maar prachtig lied om te zingen.

In de tweede pauze haalden wij affiches op om reclame te maken voor de uitvoering op zaterdag 13 juni.

"Hör mein Bitten, Herr" van Felix Mendelssohn Bartholdy werd in delen geoefend en in zijn geheel goed doorgezongen, waarbij Wim op zoek naar dissonante zangeressen de sopranen en alten een lastig fragment een paar keer door liet zingen. Toen het naar zijn zin was, sloot hij af met de dienstmededeling: "Dan lag het toch aan mijn gehoorapparaat!"

Na de "Wederwijven" sloten we de 4 uur durende repetitie af met "Blest pair of Sirens" van Charles Hubert Parry, een lastig achtstemmig lied, waarbij je je partij nauwelijks op kunt pikken, als je een inzet mist.

Daar ik toch in de Leidse binnenstad was, haalde ik startnummer 302 maar meteen op. Hiermee ga ik morgen de marathon van Leiden lopen. Vanmiddag heb ik mijn longen een uur of 4 intensief gebruikt, morgen mag ik dat wederom doen. En waar ik vandaag soms wat moeite had met de juiste inzet, daar zal het morgen niet aan ontbreken....

woensdag 13 mei 2015

Een avond vol variatie en muzikale genoegens!


Over precies een maand, op zaterdag 13 juni kunnen jullie genieten van een zeer gevarieerde muzikale avond!

Het projectkoor van Stichting Leidse Koorprojecten verzorgt samen met Fleet Choral Society uit Engeland een boeiend concert in Leiden. Het optreden staat onder leiding van de bekende Leidse dirigent Wim de Ru en de Engelse dirigent Gwyn Parry-Jones. De twee koren brengen prachtige liederen ten gehore van onder meer Henry Purcell, Edward Elgar, John Rutter, Hendrik Andriessen, Christine Donkin, Franz Schubert en Hubert Parry.

Het concert is in de Hartebrugkerk in de Haarlemmerstraat 110 te Leiden. Aanvang 20.00 uur, zaal open 19.30 uur. Kaarten a € 17,50 inclusief consumptie, zijn te koop aan de zaal.
Het Engelse koor Fleet Choral Society is een weekend op bezoek in Leiden en geeft dan samen met het projectkoor uit Leiden dit mooie concert.

Wim de Ru heeft samen met de dirigent Gwyn Parry-Jones van FCS een interessant programma samengesteld. Met werk van Engelse en Nederlandse componisten uit de 19e en 20e eeuw en met zowel wereldlijke als religieuze muziek. De koren zullen gedeeltelijk samen zingen en ook ieder apart.
Het Engelse koor brengt een uitgebreid bezoek aan Leiden en zal via een stadswandeling kennis maken met onze mooie stad. Het concert zal ook in Fleet in Engeland gegeven worden: het projectkoor van Stichting Leidse Koorprojecten brengt in juli een tegenbezoek.

In de voorverkoop zijn de kaarten € 16,-, aan de kerkdeur € 17,50. Wilt u daar gebruik van maken, dan wordt u vriendelijk verzocht het totale bedrag over te schrijven naar rekeningnummer NL04 INGB 0005 7203 29 ten name van de Stichting Leidse Koorprojecten, onder vermelding van uw naam en aantal kaarten. De kaarten liggen vervolgens voor u op naam klaar bij de ingang van de kerk.

maandag 4 mei 2015

Dodenherdenking


Op 4 mei is het in Nederland 's avonds om 8 uur 2 minuten stil vanwege de Dodenherdenking. Dit was in 1945 het moment, dat in Wageningen de overgave door de Duitsers werd getekend. Als kind kende ik van thuis en van school verhalen over de bezetting en het verzet uit de Haarlemmermeer.

In de rest van Europa is de Dodenherdenking vaak op 11 november om 11 uur, het moment, waarop in 1918 de Wapenstilstand inging.
Gelukkig ging deze minstens zo bloedige oorlog, waarbij er dagen waren waarop meer dan 100.000 mensen aan het front stierven: de complete bevolking van Leiden! Die ellende bleef Nederland bespaard. Wel heeft de mobilisatie ons een hoogtepunt in de literatuur opgeleverd: "Frank van Wezel's roemruchte jaren" van A.M. de Jong.

Af en toe heb ik schaterend van het lachen deze antimilitaristische roman gelezen. De schrijver A.M. de Jong zou in de Tweede Wereldoorlog een van de slachtoffers worden van de Silbertannemoorden.
De evenknie van "Frank van Wezel's roemruchte jaren" is "De lotgevallen van de brave soldaat Svejk" van Jaroslav Hasek.

Over de Tweede Wereldoorlog zijn er genoeg verhalen in omloop. Over de Eerste Wereldoorlog is dat, zeker in Nederland, veel minder. Deze dagen kwam bij mij weer letterlijk en figuurlijk een verhaal naar boven uit "the Great War".
In 1977 was ik met Bas en Thea Warnink, Joep Kapiteyn en Nel Arends op vakantie. We zouden naar Ierland gaan. We zouden vanuit Fishguard oversteken naar Rosslare. We kampeerden in deze kustplaats in Wales. Na het avondeten gingen we naar "the Club", een op de camping gelegen pub, waar we nog wat wilden drinken.

Het was echter een Gentlemen's Club. De mannen werden keurig ingeschreven als "member", terwijl de vrouwen door mochten lopen. Hierover waren zij, tot onze grote vreugde, nogal verbolgen.
Terwijl wij ons laafden aan het lokale bier, raakten we aan de praat met een 84-jarige Schot, die in "the Great War" oorlogsvlieger was geweest.

In met linnen beklede oncomfortabele tweepersoonsvliegtuigen ging het er nogal amateuristisch toe.

De bommen werden boven de loopgraven van de Duitsers opgepakt en met de hand overboord gezet. Dit verhaal uit een compleet ander tijdperk is altijd in mijn onderbewuste blijven hangen.

Af en toe komt het weer naar boven. Zoals bij deze Dodenherdenking.

Naschrift:
Na de Dodenherdenking op de televisie keken we naar "De jongen in de gestreepte pyjama" op SBS6.

Dat film over een concentratiekamp onderbroken werd door diverse reclameblokken was op deze avond al storend, maar het werd helemaal bizar toen er een reclame tussen zat waarin een paar voor een korte vakantie op zoek ging naar een perfecte hotelkamer in....Berlijn!

zaterdag 25 april 2015

Ondertonen

Vanmorgen werkte ik in de bibliotheek van Valkenburg. Doordat de repetitie van de Leidse koorprojecten vervroegd was en we om 1 uur moesten beginnen, had ik met een collega geruild, zodat ik op tijd in de Lokhorstkerk kon zijn.
Het was vrij rustig in de bibliotheek. We hadden concurrentie van de bloemencorso. Zodoende hadden we tijd om boeken over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding op een displaytafel te leggen. Want vergis u niet: Valkenburg lag in mei 1940 in de frontlinie.


Om 20 voor 1 fietste ik met de wind in de rug naar het centrum van de Sleutelstad. Als bas hield ik me vooral bezig met de F-sleutel.

Onder de positieve en bij tijd en wijle humoristische leiding van Wim de Ru begonnen we met het slotdeel van "Blest pair of Sirens" van Charles Hubert Parry.

"Het is heel creatief wat jullie zingen, maar de componist heeft hier toch echt hele noten opgeschreven en geen halve noten met een rustteken!"
Na de eerste pauze was "I was glad" van Henry Purcell aan de beurt. Een echte instinker bij dit lied is het moment, dat de tweede sopranen boven de eerste sopranen uit komen. Hier gingen de laastgenoemden de fout in.

Wim wees hier op: "Ja, eerste sopranen, hier hebben jullie even de ondertonen."

Ach, zolang het geen wolfstonen zijn....


Met voetballen was ik altijd op mijn sterkst in de derde helft.

Dat gold vandaag ook, toen we na de tweede pauze voor het eerst "Thou knowest, Lord" van Bob Chilcott zongen.

Twee jaar geleden hadden we het "Requiem" van deze Engelse componist uitgevoerd. Ongeoefend zongen we het lied uit het "Requiem" behoorlijk goed door.

Zodoende hadden we na het puntjes op de i zetten nog tijd over om het begin van "Hör mein Bitten" van Felix Mendelssohn Bartholdy te herhalen.

In dit ten onrechte in de vergetelheid geraakte koorwerk zitten bij de bassen een paar lastige sprongen van een hoge toon naar een lage en direct weer terug. Bij zulke sprongen is het lastig om de ondertonen direct te pakken.
Hopelijk is bij de volgende repetitie de verwarming in de kerk weer gemaakt, want we hadden vandaag niet alleen te maken met ondertonen, maar ook met temperaturen onder normaal.

woensdag 22 april 2015

Hardrijderijen in Friesland

Van de Overijsselse Merentocht, waarvan ik al vanaf 1996 betalend lid ben, ontving ik een mailtje over het Sportboek van het jaar.
De verkiezing voor het Sportboek van het Jaar is deze week (tot 24 april) in volle gang. Ook het standaardwerk over de ontstaansgechiedenis van het hardrijden op de schaats – Hardrijderijen in Friesland – Volksvermaak op het ijs 1800 – 1900 – werd voor deze verkiezing aangemeld. Dit is het enige boek over schaatsenrijden dat werd aangemeld. De jury gaf echter een nominatie aan vijf boeken van schrijvers die vooral bekend zijn via de tv. Maar er is ook een publieksverkiezing, waarop een vrije keuze gemaakt kan worden.
Kies voor: "Hardrijderijen in Friesland" van Ron Couwenhoven

"Hardrijderijen in Friesland – Volkscultuur op het ijs 1800–1900" beschrijft de eerste vorm van topsport in ons land. Meer dan 100.000 Friezen stonden in de negentiende eeuw aan de start van de razendpopulaire kortebaanrijderijen op het ijs. Daarmee werd de basis gelegd voor topsport in Nederland, voor vrouwensport en de ontwikkeling van het langebaanschaatsen vanaf 1880. Tal van kampioenen leverde de sport op.

Ze zijn allemaal beschreven in 500 pagina’s met 300 (vaak onbekende) illustraties, waaronder alle schilderijen, prenten, aquarellen en tekeningen die in de 19de eeuw van deze wedstrijden werden gemaakt.

Geen uitgever durfde dit project aan, maar met steun van de provincie Friesland, de gemeente Sneek en tal van Friese culturele instellingen en het Eerste Friese Schaatsmuseum kon dit project toch in eigen beheer worden uitgegeven: dit boek moest geschreven worden.

DUS STEM EVEN !
http://www.weekvanhetsportboek.nl/publieksprijs/
Zelf kan ik niet meer stemmen, daar ik al gestemd heb op "De koploper" van IJVL-lid Max Dohle.

Maar het boek van Ron Couwenhoven, die diverse schaatsboeken op zijn naam heeft staan, breng ik graag onder uw aandacht. Net als een paar andere boeken van deze sportjournalist trouwens.





Naast schaatser ben en blijf ik immers ook bibliothecaris.