maandag 28 januari 2019

50% ziek

Gaandeweg het weekeinde kreeg ik meer last van verkoudheid. Ik hield het op de been, maar gisteren kreeg ik mezelf niet warmgestookt. Een veeg teken.
Vanmorgen voelde ik me gammel, maar ik had geen koorts. Het is, dat we een ondernemingsraadsvergadering hadden afgesproken, anders had ik me ziekgemeld.

Tegen een harde noordwestenwind in fietste ik naar mijn werk. Daar aangekomen hoorde ik, dat de vergadering niet doorging, daar de directeur last had van Kuipkoorts.

Ik snap daar niets van. Zo gek is het toch niet, dat transportbedrijf Breed een klus uitvoert bij "De Kuip"?

In navolging van mijn broer reed ik een rondje langs de filialen met de biebauto om kratten met boeken te wisselen. Daarna ging ik naar huis. Opa Breed was aan een middagdutje toe. Dat deed ik, nadat ik me voor 50% ziek had gemeld.

Wie altijd al dacht, dat ik half werk leverde....
Het bewijs, dat ik echt 50% ziek ben, wordt morgen geleverd. Ik ga morgenochtend niet schaatsen met de "Krasse knarren" in de Leidse IJshal. Me dunkt dat dit voldoende zegt.

zondag 13 januari 2019

Mag ik even iets tegen je aanhouden?

Japke-d. Bouma schrijft wekelijks columns in nrc.next en het NRC Handelsblad. Een verzameling van deze columns is te vinden in "Mag ik even iets tegen je aanhouden?"

Ze heeft een vlotte pen. Dat is zeker. Ook gevoel voor humor kan haar niet ontzegd worden. Een schoolvoorbeeld is te vinden in het hoofdstuk "Winterporno" over de winterclichés. Zodra het gaat vriezen, komen er termen als "ruige rijp" en "uitsneeuwende mist".
Ik citeer: "En dan is er natuurlijk nog de ultieme ontlading van al die winterporno: het collectieve orgasme waar heel Nederland zo naar verlangt, de Elfstedentocht. En het is al meer dan twintig jaar geleden of zo hé, dat de laatste was. Je leert op liefdescursussen altijd dat je het orgasme zo lang mogelijk moet uitstellen. Nou, dat zit bij die Elfstedentocht wel snor."

Nog een paar hoofdstukken over sport maken het lezen van dit boek aanbevelenswaardig: "Als Nederlanders over schaatsen praten, berg je dan maar" en "Dit zijn de 12 ergste sportclichés".
Een prachtige uitsmijter is te lezen in "Wie wordt de nieuwe bondscoach?": "Ik vind de suggestie van Henk Krol de beste. Die zei ooit tegen GeenStijl dat Rinus Michels het moet worden. Michels heeft de ballen, de mannen kijken tegen hem op en hij is een rechtvaardige people's manager. Het enige nadeel is dat hij al in 2005 is overleden."


dinsdag 27 november 2018

Doemnevel

Vannacht droomde ik van de doemnevel. Associaties kwamen bij me op over een moeras, waar de mistflarden de tocht door het drassige gebied tot een hachelijke zaak maken. Het woord "doemnevel" leek regelrecht uit de boeken van Marten Toonder te komen. Wat een geweldige woordenschat had deze stripschrijver!

Met zijn archaïsche taalgebuik verrijkte hij onze taal met woorden als minkukel.

Zwaar beladen reed ik vanmorgen naar Vondellaan toe, waar in de Leidse IJshal met een peloton van 25 "Krasse knarren" flink gezwoegd moest gaan worden.

Als je vaak 25 kilometer traint, is dat niet zo'n probleem, maar als het tempo af en toe opgeschroefd wordt naar 28 kilometer per uur, dan moeten alle zeilen worden bijgezet.

Dat bijzetten van alle zeilen gebeurde ook door Jos Arts en Willem van Vliet, die met tomeloze inzet ijverden voor de komst van een 333-meterbaan. Als het niet lukt, valt hen niets te verwijten. Het lag meer aan wat bovenbazen her en der in de regio.

De 333-meterbaan lijkt wel omgeven door een doemnevel.

Het landschap in de Bommelverhalen is duidelijk geïnspireerd door Ierland, het land, waar Marten Toonder een flink deel van zijn leven heeft gewoond en waar hij ook is begraven.

Wie zelf wel eens in Ierland is geweest, zal zich niet verbazen over het landschap in de boeken van Olivier B. Bommel en Tom Poes.

In Ierland zijn veel verhalen over kabouters en elfen.


Wie wel eens rondgezworven heeft op het Groene eiland kan zich voorstellen, dat deze en andere sprookjesfiguren in dit mysterieuze landschap zouden kunnen bestaan.

donderdag 8 november 2018

Op de step


Vier jubilarissen, die werken bij de bieb,
werken bij de bieb,
vier jubilarissen, die zijn niet meer zo piep
op een mooie vrolijke dag in november.

Beste jubilarissen, gezamenlijk werken jullie 130 jaar bij de Katwijkse bibliotheek. Een flinke tijd. Hulde daarvoor. Laat ik beginnen bij de zilveren jubilarissen. Zij komen immers pas net kijken.
De Benjamin hiervan kwam middels de gemeentelijke herindeling in Katwijk terecht. Zeker in het begin was ze met geen stok uit Rijnsburg te slaan, maar ja, zij kreeg dan ook hulp van onze beste vrijwilliger: “Ja dat is Peter, ja dat is Peter!”

Later wist ze de weg naar zee echter goed te vinden. En dat was te verwachten, want naar welke andere bibliothecaresse zijn in het hele land straatnamen vernoemd?
Ik ken er geen. Maar heel veel steden en dorpen kennen wel de Heemskerkstraat. Doe haar dat maar eens na.
Het is alleen vreemd, dat de Heemskerkstraat steevast in de Zeeheldenbuurt te vinden is. Zoveel moed is toch niet nodig om naar de zee af te reizen?

Nu we het daar toch over hebben: heden ten dage zijn er heel wat mensen, die naar warme oorden trekken om in warme wateren te gaan zwemmen met dolfijnen. Dat heeft onze volgende zilveren jubilaris helemaal niet nodig. Waarom zou je een eind gaan reizen, als je hier met je eigen hond in het Uitwateringskanaal kunt gaan zwemmen? Ondertussen maak je ook nog reclame voor de cd-collectie van de bibliotheek, door luidkeels het Beatles-nummer “Help” ten gehore te brengen.

“Help me if you can, I’m feeling down,
and I do appricate you being ‘round,
help me get my feet back on the ground,
Won’t you please, please help me?”
Met de hond aan de lijn gebeurde dat groots en meeslepend.
Dan zijn nu de echte veteranen aan de beurt. Allereerst wil ik beginnen met degene, met wie ik de voorliefde voor schaatsen op natuurijs deel. Cora van de catalogus werkt al 40 jaar bij de bibliotheek en eenieder kent haar als nauwkeurig en nauwgezet. Nou klopt dat grotendeels wel, maar onlangs kwam ik er achter, dat ze een bepaald exemplaar al zeer lang in bezit heeft. De titel hiervan is “De levensroman van Johannes Zuijderduijn”.

De termijn hiervan is al ruim een kwart eeuw overschreden. En dat is jammer, want zo kunnen andere klanten dit exemplaar nooit eens lenen.
Desondanks wil ik u een anekdote uit deze levensroman onthullen. Johannes Zuijderduijn had een jaar bij ons gewerkt, toen hij een rondje met de biebauto meereed en ons in Katwijk aan den Rijn mededeelde, dat hij alweer ging vertrekken.
Op de vraag, of hij niet met de vrouwen op de bieb overweg kon, kwam het verbluffende antwoord: “Het lag meer aan de mannen!”
Daar kon ik het mee doen.
Ja, Johannes weet, hoe hij vrienden moet maken….

En dan maakt Evelien het kwartet vol. Een kwartet pas ook wel bij haar. Ze zingt immers zeer graag en voor een vierstemmig lied draait ze haar hand niet om.
Nu denken jullie, dat jullie Evelien al lang kennen, maar ik ken haar nog langer. Ik zat namelijk op de Frederik Muller Akademie in Amsterdam 2 jaar bij haar in de klas. Toen heette ze anders: Evelien van de Linde. Van 1976 tot 1978 vertoefden wij in een grachtenpand aan de Keizersgracht, vlak bij de Westerkerk.
Nu heb ik de naam, dat ik een echte duursporter ben. Welnu, in die jaren werd ik door Evelien op flinke achterstand gezet. Waar de meeste thuiswonende studenten met trein of bus op en neer naar Mokum reisden, daar was Evelien uren onderweg met een alternatief vervoermiddel.

Maar ja, ze kwam dan ook uit Purmerend.



“Op de step, op de step, ik ben zo blij dat ik hem heb.
En nou eens even zien, waar rij ik nou naar toe?
Naar Purmerend misschien, ik weet alleen niet hoe.
Toen zag ik die pastoor, bent u misschien bekend?
Weet u misschien de weg naar Purmerend?”



donderdag 25 oktober 2018

Van Vive le Geus tot Top-Orkest en Toorenaar


Momenteel loopt de televisieserie "80 jaar oorlog". Een prachtige documentaire over het ontstaan van Nederland met heel wat nieuwe feiten en achtergronden, waar we op school nooit wat van gehoord hebben.

Afgelopen donderdag was op mijn werk "Vive le Geus". Hans Goedkoop, presentator van "80 jaar oorlog", vertelde samen met "Camerata Trajectina" met veel muziek uit die roerige periode uit de vaderlandse geschiedenis het verhaal van deTachtigjarige oorlog.


Gezeten naast mijn Elfstedenmaat Jos Drabbels en zijn vriendin Sophia genoten we volop van dit muziektheater. Na afloop sprak ik Hans Goedkoop kort. Hij omschreef het kort en bondig als "De slapsickversie van de televisieserie.

Liederen van 27 coupletten verhaalden van de strijd, maar gaven regelmatig ook de standpunten van de verschillende partijen weer. In een tijd zonder kranten diende het lied als een gezongen krant.
Wie kans krijgt om "Vive le Geus" te bezoeken: ga. Een leuke avond is gegarandeerd.

Eergisterenavond stond eveneens in het teken van de muziek. We gingen naar een concert van het TOP-orkest. Het Talent op podium-orkest speelde werken van Tsjaikovski, Bruch en Ravel onder leiding van de Engelse dirigent Dominic Seldis, die met onderkoelde Engelse humor alles aan elkaar praatte.

Onze jongste dochter speelde trompet in het orkest. Vooraf waren we met 7 familieleden wezen eten in de "City Hall", waar ik voor het eerst van mijn leven zwaardvis gegeten heb. Geheel naar eigen keuze kunt u me nu degenslikker of ijzervreter noemen....

Het was een prima concert, waarbij vooral de hoofdmelodie uit het 1e pianoconcert van Tsjaikovski de hele dag in je hoofd bleef zitten. Dat werd dus lang nagenieten.
Hiermee was de cultuurweek nog niet op.Gisterenmiddag kwam Jaap Toorenaar een kindercollege over "Asterix en Obelix" geven op de Hoofdbibliotheek.

Daar kon ik niet bij zijn, daar ik 's middags in filiaal Hoornes/Rijnsoever werkte. Daar ik de biebauto terug moest brengen, kon ik toch nog even met deze voormalige leraar Klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium spreken. Hij heeft 3 van mijn 4 kinderen in de klas gehad.

Met een gesigneerd exemplaar van "Asterix, de vrolijke wetenschap" fietste ik terug naar Hoornes/Rijnsoever. Een bibliothecaris blijft toch een verzamelaar.....

zondag 14 oktober 2018

Jan Kal


Ik was hogelijk verbaasd, toen ik deze terrasfoto's van Joop Beenakker onder ogen kreeg met de mededeling, dat hij met Jan Kal op het Klokhuisplein in Haarlem zat.

Op mijn vraag, of het de dichter Jan Kal was kreeg ik een bevestigend antwoord. De dirigent van "Oktopus" steeg meteen in mijn achting. Onder Joops bezielende leiding kwam mijn liederlijk gedrag tot ongekende bloei, maar in diezelfde jaren werd mijn dichterlijke ader diep geraakt door Jan Kals gedichtenbundel "Fietsen op de Mont Ventoux", de debuutbundel, die ik op de middelbare school gelezen heb.

Het bijzondere is, dat hij sonnetten schrijft. Deze klassieke dichtvorm is namelijk erg moeilijk.

Ik geef het je te doen. Wat dat aangaat heeft het schrijven van een sonnet veel weg van het beklimmen van een berg van de eerste categorie.

En dan te bedenken, dat Jan Kal er veel meer dan 1000 heeft geschreven....

Ik mag dan aardig vaardig zijn in het maken van gelegenheidsgedichten en ook met Sinterklaasgedichten, ik weet donders goed, wanneer ik in een dichter mijn meerdere moet erkennen.

En dat doe ik in Jan Kal, de grootmeester van het sonnet.

dinsdag 25 september 2018

Valkenburg

Eenieder van mijn generatie kent de schoolplaat van de Romeinen in Valkenburg nog wel.

Praetorium Agrippinae was destijds een belangrijke nederzetting aan de Limes, de grens van het Romijnse Rijk.

Er zijn in de loop der jaren heel wat archeologische opgravingen geweest. De grond gaf haar eeuwenlange geheimen geleidelijk bloot.

Het afgelopen halfjaar werd er weer volop gespit en gegraven in de grond, waar tot vorig jaar kassen stonden, die voor de verbreding van de Tjalmaweg moesten wijken. Op weg naar of van mijn werk in Katwijk aan Zee of Valkenburg fietste ik er op 2 of 3 dagen in de week langs. Ik was benieuwd, of de archeologen, net als de vorige keren, wat zouden vinden.
Welnu, op de sites van zowel het Leidsch Dagblad als van de NOS werd vandaag uitgebreid verteld over het resultaat tot nu toe.




Doordat Asterix en Obelix nooit in deze contreien geweest zijn, is alles redelijk ongeschonden naar boven gehaald.

Zodoende krijgt de Limesroute voor zowel fietsers als wandelaars er een nieuwe impuls door.


In de Limes zit voorlopig nog wel muziek.