woensdag 8 april 2015

Floriande

Doordat er op ons werk nagedacht wordt over bedrijfskleding en het werken met informatiepunten in plaats van met balies, kwam ik op het idee om met mijn collega en vriend Bas Warnink een afspraak te maken om een dagje in de bibliotheek van de Haarlemmermeer mee te lopen. Zij hebben beide beoogde veranderingen al doorgevoerd.
Als lid van de Ondernemingsraad moet ik vroeger of later een oordeel geven over beide punten en dan is het wel zo handig om enige praktijkervaring te hebben opgedaan. Zodoende zat ik vanmorgen al vroeg op de fiets om in de mist naar Hoofddorp te fietsen.

Onderweg naar filiaal Floriande fietste ik nog even langs mijn geboortehuis, dat momenteel grondig wordt opgeknapt. De verbouwing is nog niet af, maar Leo en Joke slapen er al wel in.

Om 10 uur begon ik aan een uitleendienst tot 5 uur. In het begin was het vrij rustig, dus dat was een mooi moment om na te vragen, hoe het met de bedrijfskleding zat. Ieder personeelslid in de frontoffice heeft 2 oranje T-shirts met korte en 2 met lange mouwen en een bruin gilet met het bibliotheeklogo. Het personeel wordt geacht de bedrijfskleding zelf te wassen.

Bas had als enige van de aanwezigen sinds kort ook een oranje bloes, maar hij was niet te spreken over de kwaliteit ervan. Ik kon dat beamen. Je zag het er niet aan af, dat het vrij nieuw was. De prijs ervan weet ik niet, maar bedrijfskleding is meestal niet het goedkoopst, dus of de prijs/kwaliteitsverhouding hiervan gunstig is valt te betwijfelen.

Het werken met de informatiepunten was niet ideaal, maar wel te doen, ook al was het een lange dienst. In Floriande zijn krukken, waarop je even kunt zitten als je iets in de catalogus of op internet op moet zoeken voor een klant of wat administratieve handelingen moet verrichten.

Toch is het niet één op één te vertalen naar de praktijk in Katwijk. Het grote verschil is namelijk de grote sorteermachine, waar Floriande over beschikt. Gisteren was het een extreme dag, dat geef ik direct toe, waarin maar liefst 11 kratten van de filialen en de Bibliotheek op School ingenomen moesten worden. Maar op een gemiddelde maandag moet je 6 tot 7 kratten verwerken. Als je dan alleen beschikt over de vrij kleine ruimte van het informatiepunt, dan is het ergonomisch niet verantwoord. In Katwijk ontbreekt de "machinekamer" van Floriande, een wezenlijk verschil. Wat dat aangaat is het goed om dat met eigen ogen gezien te hebben.

Zowel als schaatstrainer als in mijn functie als bibliothecaris ga ik uiteraard mee met vernieuwingen. Maar niet klakkeloos: vernieuwingen zijn goed, zolang het verbeteringen zijn. Indien dat niet het geval is, kun je ze beter achterwege laten.
Om half 1 was de wisseling van de wacht. Doordat een vrouwelijke collega ziek was, had ik aangeboden om "gewoon" mee te draaien, zodat Floriande op volle sterkte was. Zodoende maakte ik iets unieks mee. Na ruim 35 jaar werkte ik voor het eerst met meer mannen in de frontoffice dan vrouwen....
Tijdens de lunchpauze kon ik bijpraten met mijn vriend, waarna we samen weer aan de slag gingen. Eén van de taken, die ik op me genomen had, was het voorlezen aan kinderen om half 3. Ik zocht diverse prentenboeken uit, waaronder "De paradijsvogel" van Marcus Pfister.

Op deze zonnige woensdagmiddag kwamen uiteindelijk 3 kinderen luisteren naar mijn zoetgevooisde stem.
Ondanks dat ik me af en toe als een kat in een vreemd pakhuis voelde, kon ik wel andere expertise inbrengen. In de Haarlemmermeer zijn ze vorig jaar overgestapt van Vubis naar Bicat. Wij werken al jaren met Bicat, dus ik kon wat handige tips en trucs laten zien. Het was dus niet alleen halen, maar ook brengen.
Om 5 uur zat de uitleendienst erop. Het is heel verfrissend om eens een dagje mee te lopen in een andere bibliotheek. Je leert letterlijk met de ogen van een klant kijken. Wat mij betreft is zoiets voor herhaling vatbaar.
In het avondzonnetje fietste ik via de Spieringerweg en de Ringvaartdijk weer op Leiden aan, waar ik om half 7 thuis kwam met 58 kilometer op de teller.

dinsdag 7 april 2015

Caterham

De wekker stond donderdag op kwart voor 7, maar om 6 uur waren we al wakker. De afgelopen nacht ware er nog wat buien overgetrokken, maar het einde van de natte en winderige weer kwam eindelijk in zicht. Het weer leek veel op dat van onze huwelijksreis in België, toen we ook te maken kregen met storm op storm en openstaande hemelsluizen. Ja, we kregen veel zegen van boven.

We aten een kiwi en wandelden naar de Vink, waar we de trein van half 8 naar Leiden hadden. In de trein naar Rotterdam namen we een boterham met kaas en een mueslibol als ontbijt. In Rotterdam hadden we een half uur overstaptijd, zodat we bij de Broodzaak koffie en warme chocolademelk namen met wat lekkers, voor we om 8 over 9 op weg gingen naar Brussel-Midi.
Daar we een half uur van te voren aanwezig moesten zijn om in te checken, hadden we ruim de tijd genomen, zodat we ons een vertraging met de trein konden veroorloven. Deze hadden we niet.
Bij de controle moesten we traditiegetrouw de reistas op wieltjes op wieltjes uitpakken. Men wilde weten, welk ijzer er in zat.
"Dat zijn vast de deksels van de potten pindakaas", zei ik, hetgeen klopte.

We mochten doorlopen. Dat deden we ook naar een "terras". Bij de Luikse wafels hadden we cappuccino en chocolademelk van witte chocolade. Obelix wist het al: "Rare jongens, die Belgen!"

Om half 1 mochten we in de rij gaan staan om de Eurostar te betreden. We hadden stoel 65 en 66 in rijtuig 15. Deze voerde ons door het landschap van de Groene Valleien fietsroute naar Calais, dat we herkenden van de Noordzeeroute met de kinderen.
In de tunnel lazen we verder in de meegebrachte boeken.

Ada las "Dit kan niet waar zijn" van Joris Luyendijk, terwijl ik me verdiepte in "Rare kostgangers" van Tom Sharpe.

Je moet je vakliteratuur bijhouden, nietwaar.
In de buurt van Dover kwamen we weer boven. Af en toe had je prachtige vergezichten in de tuin van Engeland. Via Ebbsfleet reden we London binnen. Via St. Pancras namen we de trein naar East Croydon. Over een brug staken we the Thames over, zodat we een prachtig uitzicht over het hart van de stad hadden. In East Croydon stapten we over op de trein naar Caterham. Je zag de huizen en vooral de tuinen groter worden naarmate je verder van London af kwam.
In Caterham stond Ana al op ons te wachten. Met haar wandelden we naar hun appartement. We liepen door een typisch Engels stadje met veel bakstenen huizen. Daar we in the North Downs zaten, moest er geklommen worden. Met een rugzak op de rug en een reiskoffer op wieltjes, die naar boven gesleept moest worden, was de vrij steile klim een heuse krachttraining.
We kregen thee met casadielles. Dat ging er wel in. We konden bijpraten tot Siebe thuiskwam van zijn werk. Met zijn vieren maakten we om 6 uur een avondwandeling door Caterham en over de met public footpaths doorsneden golfbaan. Wat een mooi uitzicht had je hier.

Via een ander deel van dit kleine stadje liepen we weer op ons tijdelijke adres af. We aten de boerenkool, die we hadden meegebracht van de volkstuin. De stamppot smaakte heerlijk.
's Avonds speelden we een voor ons nieuw spel. De legenden van Andor speelt in een Tolkien-achtige wereld, waarbij je als spelers samen moet werken om de monsters te verslaan.

Om middernacht zochten we de slaapbank op. Dat klopte, want de slaapbank kwam snel.

zaterdag 14 maart 2015

Bert Wagendorp

Na de lange schaatstocht van gisteren stond er een lange werkdag op het programma. Om kwart over 9 fietste ik naar Katwijk voor mijn zaterdagdienst in de bibliotheek. De enige naweeën van de Bert Grotenhuis Bokaal waren een krampscheut in mijn linkerbovenbeen gisterenavond en een wat stijve onderrug. Waar normaal gesproken de trap aflopen na zo'n inspanning iets masochistisch heeft, had ik daar totaal geen last van.
De uitlening was rommeliger dan gebruikelijk, doordat een half uur na sluitingstijd een lezing van journalist en schrijver Bert Wagendorp op het programma stond.

Dit betekende, dat er tussendoor allerlei dingen geregeld en klaargezet moesten worden, temeer daar om half 3 een akoestisch zangduo een optreden op de Hoofdbibliotheek verzorgde. In de popmuziek zouden ze dit het voorprogramma hebben genoemd. Maar vandaag kon je beter spreken van "De proloog".

Op deze late zaterdagmiddag waren een kleine 50 belangstellenden op de schrijver van "Ventoux" afgekomen. Vorig jaar heeft het (sport)boek al op nummer 1 in de Boeken Top-60 gestaan en momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de verfilming van "Ventoux".

Door de gekozen opzet van een interview werd de lezing zeer levendig. Dick van der Plas, voormalig redacteur bij het Leidsch Dagblad, wist met kwinkslagen en raak gekozen voorzetten de auteur boeiende verhaalstof te ontlokken. Uiteraard ging dit voor een groot deel over "Ventoux".

Maar het verhaal werd wel ingebed in het leven van een (sport)journalist in het algemeen naar het wielrennen in het bijzonder, evenals het verschil tussen wielrennen en fietsen. Hierbij vertelde hij, dat mensen zich op latere leeftijd nog steeds kunnen verbeteren bij met name duursporten. Als coördinator van de "Krasse knarren" en als ervaringsdeskundige kan ik dit volledig beamen.
Ook de duistere kant van de sport met allerhande schurkenstreken kwamen ook aan bod: de doping, maar ook het omkopen. Voor een sportjournalist levert dit vaak mooie verhalen op. Maar waar bij het wielrennen alles onder een vergrootglas ligt, daar verdwijnen de schandalen in het voetbal steevast in de doofpot. Er wordt na de onthulling van een schandaal even wat ach en wee geroepen, waarna er nooit meer iets van wordt vernomen. Het lijkt wel een Bermuda driehoek.
De tweede rode draad, die door het anderhalf uur durende interview heen liep, was het verschil tussen mannen en vrouwen. Het "Vader & dochterboek", dat Bert Wagendorp met zijn dochter Hanna geschreven had, was een prima kapstok voor smeuïge details.

Dat vrouwen sociaal veel vaardiger zijn dan mannen hoeft verder geen betoog, maar de manier, waarop Bert en Dick de zaal bespeelden met de gekozen voorbeelden, had af en toe wat weg van cabaret. De 50 aanwezigen genoten volop op deze qua weer vrij kille zaterdagmiddag. De sfeer in de bibliotheek was er daarentegen opperbest.
Bij de stand van Boekhandel Van den Berg gingen na het interview aardig wat boeken van de Volkskrant-journalist over de toonbank. Laatstgenoemde kon dan ook aardig wat boeken van zijn hand signeren. Ik kocht beide besproken boeken. Van "Ventoux" kocht ik de dwarsligger. Boze tongen beweren, dat ik zelf een dwarsligger ben, maar daar herken ik mezelf totaal niet in. U toch ook niet, toch?
Na de borrel, waarbij ik met een paar mensen, waaronder Willem van Vliet, mijn schaatsmaat van gisteren, napraatte over de lezing, moesten we als bibliotheekmedewerkers nog wel de boel op orde brengen zodat we maandag weer gewoon de uitlening op kunnen starten.
Om kwart over 7 kon ik mijn jas aantrekken en naar huis fietsen, zodat ik om kwart voor 8 thuis was. Het was een al met al een lange zaterdag geworden.

donderdag 12 maart 2015

"Jullie zijn de meest menselijke medewerkers van de bibliotheek!"

Als je veel uitleenuren draait, dan krijg je op zijn tijd best wel eens een complimentje. Maar gisteren kregen Annemarie en ik er eentje van de buitencategorie. Een klant kwam naar de balie toe en voegde ons toe: "Jullie zijn de meest menselijke medewerkers van de bibliotheek!"

Het zal lastig worden om zo'n compliment aan ons adres nog te overtreffen!

woensdag 11 maart 2015

Lijmen/Het been

Een graag gelezen lijstboek is "Lijmen/Het been" van Willem Elsschot. Een voornaam criterium daarbij is, ik zal het niet mooier maken dan het is, dat het boek lekker dun is.

In 2000 is "Lijmen/Het been" verfilmd.


Nu had het afgelopen schaatsseizoen wel wat weg van "Lijmen/Het been". Tot twee keer toe kon ik naar de schoenmaker in de Bakkersteeg om de zool van mijn langlaufschoenen te laten lijmen.
Gisterenmorgen kon ik daar de Rossignol-binding van mijn kluunschaats ophalen, waarvan het plastic omhulsel kapot was gegaan bij de Elfstedentocht van 2012.
Na een paar jaar tobben met de nieuw Rossignol-binding deed het losschieten van het schaatsijzer in de bocht voor mij de deur dicht. Op één been kun je niet schaatsen. Hoewel?

Nu wordt Willem Elsschot als auteur ingedeeld bij de Nieuwe Zakelijkheid. Welnu, dat was mijn keuze om de oude binding te laten lijmen ook. Het kostte me slechts € 2,-. Daar koop je geen andere kluunschaatsen voor. Hopelijk blijf ik door het lijmen langer op de been....

De wolf

Het is onmiskenbaar een feit: na anderhalve eeuw is de wolf weer terug in Nederland. Of beter gezegd was, want vermoedelijk is deze "lone wolf" teruggekeerd naar die Heimat. Het laatst is de wolf gesignaleerd bij de Eemshaven na een zwerftocht door Drenthe en Groningen.
Nu wil het toeval, dat op 24 februari het boek "De wolf terug" van Dick Klees en 4 andere mede-auteurs is verschenen.

Geen enkel reclamebureau had kunnen verzinnen, wat Moeder Natuur voor elkaar kreeg. Doodgemoedereerd wandelde de jonge wolf Drenthe binnen, hetgeen vooral co-auteur Martin Drenthen deugd moet hebben gedaan.

Een fietstochtje over de heide in deze prachtige provincie krijgt ineens heel wat avontuurlijke dimensies!




Nu gaat iedereen er van uit, dat de wolf op de reguliere wijze de grens weer is overgestoken naar Duitsland. Er is echter een alternatief. Een kleine 10 jaar geleden heb ik met Ada de NAP-route gefietst.

Van het eindpunt Nieuweschans zijn we toen langs de Dollard doorgereden naar de Eemshaven, waar we de boot naar het Duitse Waddeneiland Borkum hebben genomen. Een totaal ander eiland dan de Nederlandse wadden. Het was een beetje Noordwijk in de Waddenzee.

Hoewel ik de voorkeur geef aan de wat meer ongerepte Nederlandse Waddeneilanden, vond ik het wel leuk om eens een paar dagen op een buitenlands Waddeneiland door te brengen. Maar wellicht denkt "onze" wolf daar net zo over en is hij stiekem als verstekeling meegevaren naar Borkum. In dat geval is er sprake van de Waterwolf!

woensdag 4 maart 2015

Jean Kwok

Maandagavond ben ik naar de lezing van Jean Kwok op de vestiging van de Hoofdbibliotheek in Katwijk geweest.
Het was voor mij niet de eerste keer, dat ik haar gezien en gesproken had. Ik heb namelijk haar zoons schaatsles gegeven in de Leidse IJshal. Tot 3 oktober vorig jaar kon ik niet bevroeden, dat de in Amerika beroemde schrijfster gewoon wekelijks in de IJshal aan de Vondellaan kwam kijken naar de verrichtingen van haar zoons.


Het spreekt voor zich, dat ik 2 maart aanwezig zou zijn bij de te matig bezochte lezing. De thuisblijvers hebben een boeiend verhaal gemist.

Voorafgaand aan de lezing heb ik vrij uitgebreid met Erwin gepraat, terwijl zijn vrouw zich omkleedde voor het verhaal achter haar romans "Bijna thuis" en "Dans met mij".

Hoewel het een roman is, is het grotendeels gebaseerd op deze globetrotter, die op 3 continenten heeft gewoond. Vooral de bittere armoede in het rijke Amerika met zwaar onderbetaald werk en zelfs kinderarbeid in een kledingatelier doen je beseffen, dat de werkelijkheid vaak schrijnender is dan in romans wordt beschreven. Zo woonde Jean als kind met haar ouders in een afbraakpand vol kakkerlakken en ratten. Er was dus niet bepaald sprake van een gelukkige jeugd.

Het is bijna onvoorstelbaar, dat iemand zich uit deze armoede weet op te werken tot afgestudeerd academica en schrijfster. Maar haar jeugd gaf haar een enorm doorzettingsvermogen om aan die omstandigheden te kunnen ontsnappen.
Zeer bescheiden meldde ze: "Ik had maar één talent: ik kon goed leren." Daarmee doet ze zichzelf tekort, want ze kan ook fantastisch dansen.

En geweldig schrijven uiteraard en er ook nog eens boeiend over vertellen.

Ik weet niet uit welk Oosters land de uitspraak "Op de bodem van ieder geluk ligt een offer" vandaan komt, maar Jean heeft in haar jeugd genoeg offers gebracht voor het geluk, dat haar nu toelacht.

Vlak voor de pauze vertelde ze, dat ze moest leren fietsen, toen ze in Nederland kwam wonen. Ze vond dat moeilijk en vooral ook zwaar: "Je hebt hier altijd tegenwind!"
Deze uitspraak klonk mij zeer bekend in de oren.
Uiteraard vroeg ik bij de boekverkoop in de pauze, in welk boek deze uitspraak te lezen was.
"Deze komt in het nieuwe boek, waaraan ik momenteel aan het werk ben", kreeg ik als antwoord.
Jean Kwok heeft in ieder geval al één lezer, die uitkijkt naar de uitgave van dit in Nederland spelende boek.

Na de pauze werden de vragen van het 15-koppige publiek beantwoord. Om 10 uur ruimde ik met mijn collega's Ineke en Thea alles weer op voor de uitlening van de volgende morgen. Om een uur of half 11 zat ik op de fiets naar de Stevenshof. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik had de harde wind pal in de rug....