dinsdag 7 juli 2015

Strandbibliotheek

Ik hoefde vandaag niet af te kicken van de strandtraining van gisterenavond. Vanmorgen moest ik om 8 uur bij de voormalige ambulancepost van Leiden zijn, waar een vrachtauto was gehuurd voor het verhuizen van spullen naar de strandbibliotheek.
Mijn collega Dirk Kuijt was met de biebauto naar Leiden gereden, ik legde mijn fiets in de laadruimte en bracht deze naar de Hoofdbibliotheek om terug te rijden naar de opslag op de grens van Katwijk aan den Rijn en Valkenburg. Ik was te laat: alles was al ingeladen. Bij de Hoofdbibliotheek mocht ik de dozen met boeken gaan inladen om deze na de koffiepauze op het stand uit te gaan laden. Gratis krachttraining. Sterker nog, ik krijg er nog voor betaald ook!

Nadat de wagen was uitgeladen, haalde ik op de Hoofdbieb nog een tweede vrachtje boeken op, gevolgd door een opklapbare tafel en wat krukjes. Aansluitend ging de rit naar Hoornes/Rijnsoever voor 20 klapstoelen. Daar ik daar toch was, wisselde ik meteen maar de kratten met boeken om het rondje langs de filialen meteen maar vol te maken. Er gingen al met al heel wat kilo's door mijn handen.
Na dit rondje krachttraining reed ik met de auto naar Leiden, waar ik Dirk Kuijt ophaalde, die de vrachtauto net had teruggebracht.

Nu zet een voetballer zijn tegenstander graag op het verkeerde been. Welnu, dat overkomt u nu ook: onze Dirk Kuijt is een tikkeltje minder atletisch gebouwd.

woensdag 1 juli 2015

Beste 65+-ers

Vanzelfsprekend was ik vandaag het liefst in driedelig grijs voor jullie verschenen. Het gebeurt immers niet iedere dag, dat 2 collega’s samen de status van 65+-er bereiken.
Men had mij immers verzocht om in gepaste kleding te verschijnen. En wat is er op een tropische zomerdag op het Katwijkse strand een toespraak te houden in toeristische kledij?
Ja, een zwembroek had natuurlijk ook gekund, maar dat zou de dames maar afleiden van de inhoud van deze lofrede aan jullie adres.
Nog niet zo heel lang geleden zou het bereiken van de mijlpaal van 65 jaar betekenen, dat jullie op je lauweren zouden kunnen gaan rusten. Maar dat is voorgoed verleden tijd. Er is juist voor gekozen om versneld naar 67 jaar te gaan.

“Een eitje”, hoor ik jullie denken, maar er schuilt een addertje onder het gras. Er is bij het aannemen van de wet, die dit allemaal regelt, voor gekozen om een verdere verhoging te gaan koppelen aan de levensverwachting. En dat ziet er niet zo mooi uit voor de vrouwen in ons gezelschap. Gemiddeld worden de vrouwen immers 5 jaar ouder dan mannen….
Wat dat aangaat krijgt Tanja het helemaal voor haar kiezen. In 1990 begon zij bij de Katwijkse bibliotheek in het kader van Jeugdwerkgarantieplan. Ooit, in een verre toekomst, zal zij haar laatste jaren bij onze bibliotheek slijten via een Ouderenwerkgarantieplan. Zo is de cirkel dan weer rond.
Dat geldt ook voor Atie. Zij begon op 1 juli 1975 in de Voorstraat en ooit zal zij haar bibliotheekloopbaan daar ook beëindigen als de nieuwbouwplannen van de gemeente eindelijk een keer uitgevoerd worden.
Nu stond Atie in haar jonge jaren bekend als een witte tornado als het op het opruimen van boeken in de kast aankwam. Heden ten dage loopt er nog zo iemand rond in de bibliotheek. Ik heb er spijt van als haren op mijn hoofd, dat ik indertijd geen wedstrijd georganiseerd heb om de trofee “De snelste opruimer van Nederland” tussen Atie en Annemarie.
Tanja is al 25 jaar een trendsetter op het gebied van de flexibele werkplekken. Als er telefoon voor haar is, dan kun je haar op alle denkbare plekken in de bibliotheek vinden, behalve achter haar eigen bureau.
Nu was ze vroeger ook nog wel eens te vinden bij de trappen bij de personeelsingang, als er weer eens een rokertje moest worden opgestoken. Ook Atie had jarenlang moeite met het doorgronden van de tekst van het lied van Boudewijn de Groot: “Als de rook om je hoofd is verdwenen”.

Welnu, aan mij is de zware taak opgedragen om het rookgordijn te verdrijven rond de nieuwe regelgeving, die onder de Haagse kaasstolp wordt bedacht. Uit welingelichte kringen heb ik vernomen, dat binnenkort bekend wordt gemaakt, dat rokers en ex-rokers de extra pauzes, die ze in hun werkzame leven hebben genomen om aan hun rookgenot te komen, alsnog in moeten halen, voordat ze van hun pensioen mogen gaan genieten.
Op de achterkant van een sigarendoos mogen jullie uit gaan rekenen, wat dit voor jullie persoonlijk gaat betekenen. Dat wordt dus een sigaar uit eigen doos.

Want voor werknemers, die geboren zijn na 1950, is het bereiken van het pensioen net als het schaatsen van de Elfstedentocht: de finish is altijd verder weg dan je dacht!

donderdag 25 juni 2015

Labbekakken

De droom van iedere schrijver is om een nieuw woord te verzinnen. Mij is dat gelukt toen mij het woord "fileklûnen" te binnen schoot.

Een goed alternatief is het aan de vergetelheid ontrukken van een "vergeten woord". Welnu, dat lukte werkgeversvoorzitter Hans de Boer met het gebruik van het woord "labbekakken" in een interview in de Volkskrant.
Hij kreeg over zijn denigrerende opmerkingen terecht een stortvloed aan kritiek over zich heen. Diezelfde dag meldde de voorzitter van VNO-NCW, dat hij spijt heeft van zijn gebruik van het woord "labbekakken".
Let wel, hij heeft spijt van zijn woordkeuze. Maar niet van de inhoud!!!
De mentaliteit, die hier schuil achter werd keurig verbeeld door topcartoonist Tom Janssen.

Je moet maar durven. VNO-NCW beloofde in het Sociaal Akkoord, dat in het voorjaar van 2013 werd gesloten met het kabinet en de FNV, te zorgen voor honderdduizend banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Daar is niets van terecht gekomen.
Nog erger is het op het gebied van het in vaste dienst nemen van flexwerkers. Op alle mogelijke manieren proberen werkgevers onder deze afspraak uit te komen.
Net zo goed, als ze jarenlang het Burgerlijk Wetboek aan de laars hebben gelapt. Hierin stond, dat werknemers een proeftijd hadden van 2 of 3 maanden en daarna in vaste dienst moesten komen. Hoeveel werknemers hebben de laatste 10 jaar daadwerkelijk een vast contract gekregen in vergelijking met werknemers met flexcontract op flexcontract?

En wat deed de politiek? Zij beloonde deze wetsovertreding!
Iedereen wordt geacht door te werken tot zijn 67e. Maar als je de pech hebt om boven je 50e je baan kwijt te raken, dan kun je solliciteren tot je een ons weegt, maar een baan zul je niet meer krijgen. Simpelweg doordat je zonder iets te horen niet eens meer uitgenodigd wordt voor een sollicitatiegesprek. We mogen het geen leeftijdsdiscriminatie noemen, maar dat is het natuurlijk wel.

Er zijn mensen, die 30 tot 40 jaar bij een baas gewerkt hebben, 30 jaar hebben meebetaald aan de VUT en na een reorganisatieronde kansloos via de WW richting bijstand afdrijven. En als klap op de vuurpijl krijgen ze van de VNO-NCW-voorziter te horen, dat ze labbekakken zijn.
In het interview in de Volkskrant liet blaasbalg Hans de Boer zien, dat hij totaal ongeschikt is voor die functie.

woensdag 24 juni 2015

Kaakoperatie

Ze zeggen, dat ouderdom met gebreken komt, maar vandaag kan ik vol overtuiging zeggen, dat ik me een stuk lekkerder voel dan 40 jaar geleden. Toen ging ik namelijk onder het mes.

Ik werd aan mijn kaken geopereerd. Er werden bij de bovenkaak 2 kiezen verwijderd en de kaak werd doorgezaagd en naar achteren geschoven. Bij de onderkaak werd de opstijgende tak doorgezaagd en naar voren geschoven. Probeer u vooral geen visuele voorstelling van deze operatie te vormen. Wim Sonneveld zou dan zeggen: “Daar gaan mijn kroketten!”

Voor de operatie maakte ik me sowieso al druk, maar anesthesist Bob Smalhout maakte het nog een tikkeltje erger door een half jaar eerder de publiciteit te zoeken met het verhaal, dat jaarlijks in Nederland 800 mensen in het ziekenhuis stierven door verkeerd gebruik van de narcose. Nee, dat was op voorhand al een lekkere opsteker.
Nadat ik bijgekomen was uit de verdoving, voelde ik mij zo ziek als een hond. Dokter Roorda vertelde me, dat de derde dag ergste was. Nog zo’n opsteker. En het klopte nog ook!
Ik verbleef in totaal 12 dagen in het ziekenhuis. Kom daar vandaag de dag eens om. Ik was, nadat het infuus was losgekoppeld, lopend patiënt. Nu ben ik wel zo eerlijk om te vertellen, dat ik meer weg had van een waggelend patiënt.

In die 12 dagen heb ik veel gelezen. Mijn favoriete boek was “Adriaan contra Olivier” van Leonhard Huizinga. Ik moest regelmatig schateren van het lachen. En dat viel bepaald niet mee met een rasterwerk van ijzerdraad in mijn mond.

Door dat rasterwerk was ik gedwongen om 6 weken vloeibaar voedsel tot me te nemen. Hét ultieme dieet. De kilo’s vliegen eraf. “Zomerslank met Sonja” van Sonja Bakker is hierbij vergeleken iets voor mietjes.

Nu was het trouwens niet alleen kommer en kwel in het ziekenhuis. Op zaal met een man of 8 hadden we best veel lol met elkaar. Galgenhumor pur sang. Zo was er een man, die bij de PTT als rechercheur werkte. Hij werd door ons omgedoopt in “Rataplan”.

De middagen luisterde ik iedere dag naar Radio Tour de France met de onovertroffen Theo Koomen, die zelfs wandeletappes spannend wist te maken.

Verder kreeg ik veel aanloop van familie en vrienden. Van de leden van jongerenkoor “Oktopus” kreeg ik de lp “Song of the marching children” van “Earth & Fire”.

Andere vrienden kwamen aanzetten met een boek van Remco Campert: “Alle dagen feest”.

Daar dacht ik dat op dat moment heel anders over....

donderdag 18 juni 2015

Waterloo

In de sport is het een gevleugelde uitdrukking geworden: "Zijn Waterloo vinden". Dit betekent, dat je definitief verslagen wordt.
Zo verloor mijn eigen voetbalclub DIOS uit Nieuw-Vennep, toen ze in de jaren '60 net gepromoveerd waren naar de 1e klasse van de Haarlemse Voetbalbond in hun eerste of tweede uitwedstrijd in die klasse met maar liefst 10-1 van....Waterloo!
Napoleon Bonaparte leed vandaag 200 jaar geleden bij de Slag bij Waterloo een zware nederlaag, waarmee een einde kwam aan 2 decennia aan overheersing van Europa.

Nu was dit niet de eerste nederlaag, die Napoleon geleden heeft. In 1812 mislukte zijn veroveringstocht in Rusland volledig. Dit heeft geleid tot een paar klassiekers. Om te beginnen "Ouverture 1812" van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, waarbij het Franse en het Russische volkslied als het ware vechten om de overwinning.

Een andere Russische grootheid schreef een epos over de strijd tussen de Fransen en de Russen. In mijn ogen is "Oorlog en vrede" van Leo Tolstoj een fascinerend boek, dat iedereen gelezen moet hebben.

Ook andere artiesten werden hierdoor geïnspireerd, zoals de Ierse folkgroep "The Chieftains", die met "Bonaparte's Retreat" hun meesterwerk afleverden.

Ook andere muzikanten gingen met het thema "Bonaparte's Retreat" aan de haal.

De bijnaam van Napoleon was "De kleine keizer". Dit is ook de titel van het zeer lezenswaardige boek, dat Martin Bril over Napoleon heeft geschreven.

Na de Volkerenslag bij Leipzig, die leidde tot de verbanning van Napoleon naar Elba, vond hij 2 eeuwen geleden zijn Waterloo bij Waterloo.
Wat vrijwel onbekend is, is dat in Nederland tot de bezetting door de Duitsers in mei 1940 op 18 juni Waterloodag werd gevierd. Het was eertijds dus de voorloper van Bevrijdingsdag.
In de muziek komt Waterloo terug in diverse liedjes, zoals "Waterloo Sunset" van "The Kinks".

Maar het meest bekend is "Waterloo" van "ABBA". Op het Eurovisie Songfestival in 1974 beleefden ze met dit nummer hun internationale doorbraak. Een zegetocht!

Zo zag Waterloo er in het echt uit.

Wie dacht, dat het daarna definitief afgelopen was met Napoleon, die had het mis. Een halve eeuw later heerste Napoleon III over Frankrijk. Maar mijn persoonlijke voorkeur gaat toch uit naar Napoleon XIV.

Maar het allerleukste moet nog komen. De Belgen hadden de euvele moed opgevat om dit standbeeld in Waterloo op een herdenkingseuromunt te zetten.

De Fransen hebben dit, 2 eeuwen na dato, weten te voorkomen....

zondag 14 juni 2015

Blest pair of sirens

De dag van de uitvoering van een groot koorproject is vergelijkbaar met die van de dag van de marathon of voor een Alternatieve Elfstedentocht. Je hebt er alles voor gedaan en je hebt een bepaalde spanning in je lijf. Deze stress is niet erg. Integendeel, je hebt het nodig om te kunnen presteren.

Gisteren was na bijna een half jaar oefenen de dag van de uitvoering van "Blest pair of Sirens". 's Ochtends openbaarde zich echter wel een essentieel verschil tussen een zangfestijn en een duursportevenement. Waar je het niet in je hoofd haalt om vlak voor de marathon nog een stuk te gaan trainen, zong ik de liederen met behulp van de oefenbestanden nog 2 keer door om de puntjes op de i te zetten.
Met Ada fietste ik naar de Hartebrugkerk, waar we om 1 uur werden verwacht om te helpen sjouwen. Nu woon ik al 35 jaar in Leiden, maar voor het eerst zag ik deze typisch katholieke kerk van binnen.

We moesten ruim 100 klapstoelen op het altaar zetten voor de beide uitvoerende koren: the Fleet Choral Society en de Leidse Koorprojecten. Nu viel dat niet mee, daar diverse klapstoelen niet geschikt waren om veilig op te kunnen blijven zitten zonder het risico te lopen, dat een klapstoel daadwerkelijk een klapstoel zou worden.
Het alternatief was een tiental vaste stoelen, die van het koor bij het orgel vandaan gehaald moesten worden. Via een vrij steile houten draaitrap moesten we deze stoelen naar beneden dragen, alsmede een klein podium voor de beide dirigenten.
Om 2 uur begon de generale repetitie, waarbij na het inzingen de Britse gasten een paar nummers doorzongen, voordat wij aan konden schuiven. Samen zongen we de gezamenlijke nummers door, om te beginnen met "I was glad" van Henry Purcell.

"I was glad" was geschreven voor de kroning van koning James II, in Nederland beter bekend als Jacobus II.

Een paar jaar later was James II niet meer zo blij, want toen werd hij bij the Glorious Revolution van de Engelse troon gestoten door zijn schoonzoon, onze stadhouder Willem III.

Hoewel "Blest pair of Sirens" beter ging dan tijdens onze eigen repetities, was er nog geen sprake van een glorietocht. Dat gold zeker voor de bassen. We stonden pal naast het orgel. We hadden er voor de toonhoogte veel steun aan, maar hoorden bij de achtstemmige fuga's de andere partijen nauwelijks, zodat je af en toe een inzet miste. Maar al met al waren we niet ontevreden, toen we om 5 uur klaar met de generale repetitie.

Ada en ik wandelden door het mooie centrum van de Sleutelstad naar de Herensteeg, waar we met Bas en Nel bij "La Bota" zouden gaan eten. Ook onze twee oudste dochters zouden later aanschuiven in dit door mijn trainingsmaat Michel Versteegen gerunde gezellige en drukbezochte restaurant.

Helaas was er na de Texelse skuumkoppen en de heerlijke sliptongen geen tijd meer voor een dame blanche, daar ik met met mijn eigen dame op tijd terug moest zijn in de Hartebrugkerk, waar Ada zou helpen bij het verkopen van de programmaboekjes. Daar ik er toch was, hielp ik nog even met wat kleine klusjes, waarna ik tijd had om met bekenden onder de gasten te praten, zoals met mijn schoonouders en mijn zus Annie.
Om 8 uur mochten we na het welkomstwoord van voorzitster Ans Gottenbos losbranden. Na "I was glad" was het Engelse koor aan de beurt met delen uit de Mis in G van Franz Schubert.

Na een orgelsolo van Jeroen Pijpers werkten wij onder leiding van Wim de Ru het leeuwendeel van ons zanggedeelte af van een gevarieerd programma, dat we openden met "Thou knowest, Lord" van Bob Chilcott.

Het voorlaatste lied voor de pauze was het hilarische "Archibaldus van Oostzaan" van Daan Zonderland.

In de pauze praatte ik met familie en vrienden, waarna we konden genieten van het koor uit Fleet. Een van de liederen was "Pie Jesu" uit het Requiem van John Rutter.

Het meest aangrijpende lied was "In Flanders Fields", een gedicht van de in de Eerste Wereldoorlog gestorven John McCrae, dat op muziek gezet is door Christine Donkin.

Verder vond ik "Irish Blessing" van Bob Chilcott een erg mooi nummer. Maar dat zal wel met mijn voorliefde voor Eire te maken hebben. De sopraan Emma Mabin, die naast deze ook diverse solo's voor haar rekening nam, heeft een stem als een klok.

Het slotnummer, "Blest pair of Sirens", ging nog beter dan tijdens de generale repetitie. We moesten trouwens erg wennen aan de andere dirigent, Gwyn Parry-Jones, die totaal anders dirigeert dan Wim de Ru. Maar ja, in Engeland noemen ze een dirigent niet voor niets "a conductor".
Net als voor de pauze was het slotnummer het gezamenlijk gezongen "Souvenir uit Nederland", waarbij we konden genieten van de uitspraak van het Nederlands van de Engelsen. Shocking, isn't it? Een treffender toegift konden we niet verzinnen.

Na afloop hielp ik met het wegruimen van de stoelen. De vaste stoelen moesten de trap op gesjouwd worden. Zo kreeg ik tijdens een avondje zingen nog een gratis krachttraining ook! Bas Warnink merkte dan ook terecht op toen ik hem met stoelen passeerde: "Het lijkt het Midwinterfestival wel!"
"Zorg jij dan voor de consumptiebonnen?", was mijn wedervraag.
Maar aan consumptiebonnen had ik niets. Toen het handjevol sjouwers klaar waren met het op orde brengen van de Hartebrugkerk, was het bier op. Het was de enige wanklank op deze prachtige muziekdag.

donderdag 11 juni 2015

Stripheld

Er zijn aardig wat series van jeugdboeken met daarin een sportheld als hoofdpersoon. Dat geldt ook voor stripverhalen.

Een van die series is "De wondersloffen van Sjakie". Sjakie wordt dankzij deze wondersloffen een goede voetballer, de schoenen sturen hem namelijk altijd naar de juiste positie, laten hem de juiste schijnbewegingen en de prachtigste doelpunten maken. Maar soms laten zelfs zijn wondersloffen het afweten waardoor Sjakie weer een matige voetballer wordt.
Nu was er woensdagmiddag de afsluiting van een cursus striptekenen voor kinderen in de Hoofdbibliotheek in Katwijk. Het was gezellig druk met de cursisten en hun ouders, grootouders, vriendjes en andere belangstellenden.
Op een gegeven moment kwam de cursusleidster vragen, of ik wilde poseren met de geruststellende woorden: "Het duurt maar 5 minuten."
Zo werd ik gekoppeld aan Kick. Hij vroeg me, hoe ik afgebeeld wilde worden.
Geheel naar waarheid antwoordde ik: "Ik schaats erg graag."
Daar had dit jonge striptekentalent voldoende aan om in 10 minuten deze striptekening te vervaardigen. Let daarbij op de door Kick gekozen kop!


De schaatsen zijn duidelijk gebaseerd op het sprookje van Kleinduimpje met de Zevenmijlslaarzen.

Nu ben ik een redelijke schaatser en niet meer dan dat, maar wel gezegend met een enorme dosis doorzettingsvermogen. Wat zou het toch handig zijn, als je bij een Elfstedentocht zou kunnen beschikken over Zevenmijlsschaatsen.

Het aanstormende tekentalent is niet voor niets gezegend met de Friese achternaam Grunstra. Maar wellicht is er met Zevenmijlsschaatsen daadwerkelijk sprake van Bert de Superschaatser!!!